OCR:ed block content:
Landbouw-Maatschappij „,Temoeloes" te Amsterdam (tot
Nov. 1889 genaamd : Landbouw-Maatschappij ,,Solo"). Opgericht 8 Juli
1889. Do el: Exploitatie der landbouwondernemingen Temoeloes/Bakkie-
Pandean, Troetjoek en Pandan Siemping in het gouvernement Soerakarta,
in het bijzonder door cultuur van tabak en suikerriet. De venn. mag ook
deelnemen in soortgelijke ondernemingen. In breng: De landen Troetjoek
en Temoeloes en onderhoorigheden met de diverse contracten enz. werden
door den heer J. van Blarcum in de vennootschap ingebracht, tegen een
vergoeding van f 600.000 in contanten en f 200.000 in aandeelen. De onder-
neming Pandan Siemping werd in 1909 gekocht uit de opbrengst van
f 500.000 obligatiën. De afdeeling Bakkie Pandean werd in 1916 gekocht uit
eigen middelen van f 240.000 .-. De mpij. had voor oogst 1932/33 op haar
drie ondernemingen 9381 H.A. met tabak en 331} H.A. met suiker
riet beplant. Het contract tot verkoop van de rietproductie beëindigd
zijnde, zal de rietoogst 1934 wel de laatste zijn. Op de A. V. van 28 April 1932
werd besloten tot het aangaan van een overeenkomst met de Lb.
Mij. „Manang” tot exploitatie voor gemeenschappelijke rekening ge-
durende 3 jaren, ingaande oogst 1932, van de onderneming dier mpij., welke
in 1928-1931 resp. 4308, 5551, 4754 en 4671 pakken tabak leverde. De veiling-
prijzen waren voor die jaren resp. 48, 291, 333 en 19 ct. per pond. ,,Temoe-
loes" heeft optie tot overneming van de activa en passiva van ,,Ma-
nang" voor 100 harer aandeelen. A an deelenkapitaal
statutair f 1.500.000, waarvan aanvankelijk f 500.000 en sedert 1925 f 750.000
geplaatst in aandeelen, groot f 1000. Ter verkrijging van meer eigen be-
drijfskapitaal stond 22 Juni 1925 bij de H.H. Vermeer & Co. de inschrijving
open op f 250.000 aandeelen à 120 pct. incl. div. 1925 (voorkeur 2 : 1, no. 42).
Prospectus in deel I 1926. Winstverdeeling: Na afschrijving en/of
extra reserveering door het bestuur te bepalen, eerst tot 6 pct. aan aandeel-
houders, van de resterende winst komt 35 pct. aan het reservefonds, 10 pct.
aan de directie, 10 pct. aan commissarissen en 45 pct. aan aandeelhouders.
Bedraagt het reservefonds 40 pct. van het geplaatste kapitaal, dan komen
bedoelde 35 pct. aan aandeelhouders. Divid. 1890-1920: 0, 5, 9, 6.5, 6.5,
0, 7, 8, 6, 7, 0, 5, 6, 5, 6, 8, 8.1, 16, 18, 20, 12.8, 10.8, 564, 41}, 16, 424, 93,
341, 36, 25 en 10 pct .; 1921-1929 : 0, 10, 0, 50, 50, 28, 42, 30 en 10 pct. (no. 49,.
9 Mei 1930 bij de K. V.); sedert: nihil. Voor de vroeger bestaan
hebbende obligatieleeningen, zie men jaarg. 1925 en vorige.