OCR:ed block content:
Kediri-Stoomtram-Maatschappij, te Amsterdam. O pge-
richt 27 September 1895. Duur tot 31 December 1970. Doel: Het
aanleggen en exploiteeren van stoomtramwegen op Java en in het bij-
zonder de exploitatie van een stoomtramweg in de residentiën Soerabaja
en Kediri, loopende van de hoofdplaats Kediri over Pesantren, Paree en
Blimbing naar Djombang, met zijtakken van Pesantren naar Wates, van
Goerah naar Djengkol en Kawarassan, van Paree naar Papar, van Paree
naar Peh Sentee, van Paree via Kentjong en Kandangan naar Ngoro en
van Blimbing via Poeloredjo naar Ngoro. De exploitatielengte der lijnen
bedraagt 119.966 K.M. Men zie omtrent concessie en naastingsvoorwaarden
het laatst jaarg. 1908, blz. 1336. Directeur: H. F. v. Stipriaan Luïscius.
Commissarissen: Jhr. M. G. de Serière, voorz., Jhr. H. W. Roell
en L. C. J. Nieuwenhuys, secr. Hoofd verte gen w. in N .- Indië: Wou-
ter Cool te Semarang. Administrateur: D. J. M. G. Baron Van Slin-
gelandt, te Paree. A a n d e elen kapitaal f 1.800.000, geheel geplaatst.
Aandeelen groot f 1000. De inschrijving was op 3 September 1895
opengesteld à 100 pct. o.a. bij den heer Theod. Gilissen te A'dam. Divi-
denden 1895-1921: 0, 0, 2, 2.5, 4, 4, 0, 4.5, 5, 5, 64, 7, 73, 9, 11, 11}, 13,
123, 123, 11}, 103, 134, 13, 12, 12 12 en 13 pct. no. 24, 30 Juni 1922). Winst-
verdeeling: Na amortisatie obligatiën, bijdrage gratificatie en on-
dersteuningsfonds, storting in het reserve- en vernieuwingsfonds en af-
schrijving eerst 5 pct. aan aandeelhouders. Van de rest 5 pct. aan den
directeur, 5 pct. aan het personeel, 2 pct. aan elken commissaris
en het restant aan aandeelhouders. 4 pct. obligatiën (leening
1898), uitgegeven à 100 pct., in stukken van f 1000 en f 500 met c.o u-
pons per 1 Juni en 1 Dec. Aflossing door uitloting à pari, begonnen
in 1903. 4 pct. obligatiën (leening 1900); aanvankelijk werd een be-
drag van f 325.000 dezer obligatiën uitgegeven tot den koers van 94} pct., in
stukken van f 1000, met coupons per 1 Juni en 1 Dec. Aflossing door
uitloting à pari, evenals de 4 pct. leening van 1898. In portefeuille op
1 Januari 1922: 136 stuks. Deze beide obligatiesoorten zijn dooréén lever-
baar, en zullen in 1934 geheel afgelost moeten zijn, onverminderd het recht
der Maatschappij de amortisatie te vervroegen of te versterken. Trekking
dezer beide obligatieleeningen begin Augustus, losbaar 1 December d.a.v.
Van de eerste leening, groot f 600.000, was op 1 Januari 1922 nog f 324.000
en van de tweede, geautoriseerd groot f 600.000 nog f 188.000 in omloop.