OCR:ed block content:
Vereenigde Indische Bosch-Exploitatie Mpijen. te Am-
sterdam. Opgericht 27 Januari 1917. Duur: tot 31 December 1966.
Doel: de exploitatie van bosschen, het bewerken, verwerken en vervoer
van hout, de handel in hout, de behandeling van hout, enz. Inbreng:
a. de onderneming „Simaloer" der Javasche Bosch-Exploitatie Mpij.,
terwijl deze voor de concessies aan de Paloh-rivier met f 150.000, als-
mede voor kasgeld en debiteuren der onderneming „,Sinabang" op 31
December 1916 in rekening-courant werd gecrediteerd; b. de belangen in
de Houtaankap Mpij. „Noord-Si Maloer", de onderneming te Palembang
en het aandeelenbezit in de Houtaankap- en Cultuur Mpijen: „Menoem-
bar", „Roembio" en „,Mendis" der Ned .- Indische Houtaankap Mpij. ter-
wijl f 2.115.000 in contanten moest worden gefourneerd waarvan aanvan-
kelijk f 1.000.000 werd gestort terwijl de resteerende f 1.115.000 in vaste
termijnen begin 1922 was betaald. In 1919 werden djatibosschen op het
eiland Moena voor den tijd van 30 jaar verkregen en werd in verband
hiermede een agentschap te Makassar gevestigd. Kapitaal f 15.000.000,
verdeeld in 1500 aandeelen van f 10.000, waarvan geplaatst zijn f 8.000.000,
voor de helft in het bezit der Javasche Bosch-Exploitatie
Mp ij. en voor de wederhelft in het bezit der Ned .- Indische Hout-
aankap Mpij. Sedert de Ver. Javasche Houthandel Mpijen (zie twee
pagina's verder) een overeenkomst met de N .- I. Regeering heeft gesloten,
heeft zij de voornaamste bezittingen en schulden van de in hoofde ge-
noemde „Vibem” overgenomen, zoodat deze practisch geliquideerd is, admi-
nistratief bestaat de mpij. echter nog. Men zie ook onder het hoofdje
,,6 pct. obligatiën” hierna. Winstverdeeling: na af-
schrijvingen eerst 5 pct. over het geplaatst kapitaal; van het overblij-
vende 10 pct. aan het reservefonds, 10 pct. aan den raad van commissaris-
sen, 15 pct. aan den raad van beheer en 65 pct. aan aandeelhouders.
Zoodra en zoolang het reservefonds 25 pct. van het geplaatst maatschap-
pelijk kapitaal bedraagt, komt het voor het reservefonds bestemde deel
der winst ten bate van aandeelhouders en de gekweekte rente ten bate der
winst- en verliesrekening. Dividend werd nog nimmer uitgekeerd.
Commissarissen: Mr. E. J. Dommering, G. C. B. Dunlop,
Mr. P. Feenstra, Th. J. Jacometti Hzn., Jhr. J. A. van Kretsch-
mar van Veen, Jhr. A. G. van Lennep, Mr. R. J. H. Patijn
en W. Westerman Raad van Beheer: Ir. G. C. van den Wall
Bake, Ir. J. P. Delprat en Jhr. Ir. J. M. de Jonge. Wegens de belangrijke