OCR:ed block content:
Javasche Cultuurmaatschappij, gevestigd te Amsterdam.
Opgericht 3 Maart 1890, voor 50 jaren. Doel: de exploitatie der
suikerfabrieken Bandjardawa, Perning, Bagoe, Pesantren en Petaroekan,
alle gelegen op Java; het voor de markt bereiden en verkoopen der pro-
ducten, enz. (De fabrieken Bagoe en Djaboeng werden in 1900 vereenigd,
onder den naam van eerstgenoemde fabriek, welke onderneming weder in
1911 met een in dat jaar aangekochte vergunning voor een nieuw te bouwen
fabriek werd uitgebreid). De maatschappij exploiteerde tot 1907 ook de
koffieondernemingen Kroewoek en Rateredjo (Kediri), sedert zijn deze
verkocht. Bijzonderheden omtrent den inbreng zijn laatstelijk ver-
meld in den jaargang 1907, blz. 623. Er zijn 4000 oprichtersbe-
wijzen uitgegeven. Kapitaal: aanvankelijk f 2.500.000, in November
1911 vergroot tot nominaal f 3.750.000, wegens aankoop eener nieuwe
concessie en den bouw eener nieuwe fabriek en in Maart 1917 tot f 5.000.000
geheel geplaatst. Aandeelen groot f 1000 (en f 500) aan toonder.
Op 4 Maart 1890 heeft voor het eerst een inschijving op de aandeelen plaats
gehad bij de H.H. Labouchere Oyens & Co. te Amsterdam, tot den koers
van 100 pct. Den 15 Nov. 1911 stond alleen voor aandeelhouders, (2 ou'de :
1 nieuw) bij de Nederl .- Indische Handelsbank, à 160 pct. ex-dividend
1911, de inschrijving open op f 1.250.000 aandeelen; bewijs no. 18 was claim.
Van 7-21 Maart 1917 heeft bij de Ned .- Indische Handelsbank zoowel hier
te lande als op Java, uitsluitend voor aandeelhouders, de inschrijving open-
gestaan op f 1.250.000 aandeelen tot den koers van 100 pct. en incl. dividend
1917 (3 oude : 1 nieuw, bewijs no. 25). Men zie het prospectus aan het einde
van deel II, jaarg. 1916/17. Certificaten van aandeelen. In Mei
1916 werden door het Administratiekantoor van Aand. in Venn. in Bin-
nen- en Buitenl. Leeningen certificaten, groot f 100, uitgegeven.
Aanmaakkosten 2} pct. plus zegel. Royementskosten } pct. Op 17 Mei 1919
verkregen deze certificaten officieele noteering. Dividend op de cer-
tificaten wordt betaald onder aftrek van 1 pct. Winstverdeeling:
Na de noodige afschrijving eerst, zoo mogelijk 6 pct. div. aan de aandeel-
houders; van het restant de helft aan het reservefonds tot dit fonds een
max. van f 1.000.000 heeft bereikt, (na dotatie uit de winst van 1917 was dit
maximum bereikt, zoodat voortaan dit winstaandeel komt ten bate van
aandeelhouders) en de wederhelft als volgt: 40 pct. aan de gezamenlijke
houders der oprichtersbewijzen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. aan de com-
missarissen en 50 pct. aan de aandeelhouders. Dividend aandee-
len 1890-1900 : 6.36, 6.35, 6.43, 8.15, 4, 0, 3, 0, 5, 9 en 3.9 pct .; 1901-
1910: 0, 0, 4}, 8.85, 8.90, 7.80, 9.16, 21.75, 26.40 en 24.75 pct .; 1911-1920:
40.5, 27.5, 15, 10, 20, 72, 8, 253, 60 en 96 pct .; 1921-1926: 39, 25, 36, 45, 37}
en 24 pct. (8 pct. interim, 4 Jan. 1927 op no. 44 en 16 pct. slot op 20 Mei
1927, no. 45). Dividend oprichtersbewijzen 1890-1900:
f 1.80, f 1.75, f 2.15, f 10.75, 0, 0, 0, 0, 0, f 15 en nihil; 1901-1910: 0, 0, 0,
f 14.25, f 14.50, f9 .- , f 15.80, f 26.25, f 34 .- en f 31.25; 1911-1920: f57.50,
f 53.75, f 22.50, f10 .-. f 35 .- , f165 .- , f20 .- , f 65 .- , f 180 .- en f 300 .-;
1921-1926: f 110, f 50, f 100, f 130, f 105 en f 60 (f 20 interim no. 37
en f 40 slot, no. 38). Dividend der certificaten 1926 resp.
f 7.92 en f 15.84. Op 1 Juli 1912 werden alle nog in omloop zijnde
obligatiën der 4 pcts. leening 1905, groot f 1.700.000,
afgelost, waarna deze uit de officieele noteering vervielen. Voor verdere
bijzonderheden dezer leening zie men blz. 684, jaarg. 1912. Van de op
12 Juli 1918 uitgegeven f 2.500.000 6 pct. obligatiën werd op
1 Augustus 1919 en 1 Augustus 1920 resp. f 1.500.000 en f 1.000.000 afgelost.