OCR:ed block content:
Nederlandsche Grondbriefbank, te Amsterdam. Op ge-
richt 31 Mei 1906. Duur tot 31 Dec. 1981. Doel: Het verkrijgen,
vervreemden, verhuren en exploiteeren van onroerende zaken in Nederland
en het uitgeven van obligatiën (grondbrieven). De obligatiën (grondbrie-
ven) mogen in geen hooger bedrag worden uitgegeven dan de waarde van
de onroerende zaken en kasmiddelen der grondbriefbank; voorts mag het
uitstaand bedrag in geen geval meer beloopen dan vijf maal
het geplaatst kapitaal. De vennootschap mag de in haar bezit zijnde
onroerende zaken niet bezwaren met het zakelijk recht van hypo-
theek, tenzij ten behoeve van de houders van de obligatiën (grondbrieven).
Kapitaal thans f 2.500.000, verdeeld in 25 seriën van f 100.000, waarvan
de eerste 20 seriën met 10 pct. storting geplaatst zijn. Ulto 1926 waren
457 aandeelen volgestort, waarop dus f 411.300 onverplicht is gestort. Aanv.
bedroeg het kapitaal f 1.000.000. In Maart 1913 werd het geaut. kapitaal tot
f 2.500.000 verhoogd. Nadat f 500.000 in aand. ad f 1000 met 10 pct. storting
geplaatst was, werden medio 1911 de resteerende f 500.000 grootendeels
door aandeelhouders, het overige à 120 pct. door anderen genomen. In
September 1916 stond voor aandeelhouders ten kantore der bank de
inschrijving open op een verdere f 500.000 aandeelen, met 10 pct. storting
en inclusief dividend 1916, tot den koers van 120 pct. (2 oude :
1 nieuw). Vervolgens heeft op 15 Maart 1918, eveneens ten kantore der
bank, de inschrijving opengestaan op een verdere f 500.000 aandeelen met
10 pct. storting, incl. dividend 1918, voor aandeelhouders tot den koers
van 150 pct. (3 oude : 1 nieuw) en voor vrije inschrijvers tot den
koers van 180 pct. Zie het prospectus aan het eind van Deel II,
jaargang 1917/18. Er zijn 200 oprichtersbewijzen uitge-
geven. Winstverdeeling: Na afschrijvingen en reserveering
5 pct. aan aandeelhouders over de verplichte en onverplichte stortingen.
De overwinst wordt als volgt verdeeld: 45 pct. aan aandeelhouders, 10 pct.
aan de reserve, 20 pct. aan de directie, 15 pct. aan commissarissen en
10 pct. aan oprichtersbewijzen. De uitkering aan aandeelhouders uit de
overwinst, wordt zóó verdeeld, dat tegenover ieder procent over de ver-
plichte stortingen 1/10 pct. over de onverplichte stortingen wordt uitge-
keerd. De totale uitkeering over de onverplichte storting zal nooit
meer mogen bedragen - na aftrek van belasting - dan 6} pct. Bij vol-
storting na 1 Jan. van het boekjaar, wordt de uitkeering naar tijdsgelang
verminderd. De dotatie aan de reserve vervalt zoodra de reserve 25 pet.
van het geplaatst kapitaal bedraagt. De helft van de dotatie komt dan
aan aandeelhouders, te verdeelen als de overwinst (zie hoven). De bank geeft
sedert Dec. 1906 uit 44 pct. obligatiën (grondbrieven) groot
f 1000, f 500 (en f 100), coupons 2 Januari en 1 Juli. Aflossing
geschiedt door inkoop of door uitloting volgens de bepalingen der Trustakte.