OCR:ed block content:
Cult. Mpij. „Indragiri”, Amsterdam; kantoor Zürich, Werdmühle-
platz 2. Opgericht: 28 September 1909. Du u r: tot 31 December 1965.
Doel: exploitatie van cultuurondernemingen in Ned. Indië. Concessie
12.000 bouw op Sumatra aan de Indragiririvier 4 uur stroomopwaarts van
Rengat, een vaste aanlegplaats van de K. P. M. Vervoer naar Rengat met
2 eigen schepen. Oorspronkelijk alleen Gambier verbouwd, thans overwegend
rubber. Rubberaanplant 30 September 1931 8.611 acres waarvan 5.294 tap-
baar. Van den niet-tapbaren aanplant stonden op 1.424 acres 2-5-jarige hevea's
op 1083 acres 5-6-jarige hevea's en op 810 acres jonge hevea's die in 1927-1930
tusschen de gambier werden geplant. De gambieraanplant omvatte ulto
Sept. 1931, inclusief een uitbreiding van 140 acres, welke nog niet geheel
gereed was, in totaal 462 acres en zal in 1931/32 tot 700 acres
worden uitgebreid. Kapitaal 1909 f 500.000, 1912 f 600.000, 1915
f 1.000.000, 1918 f 1.500.000, sedert 1920 f 5.000.000, waarvan thans
geplaatst f 3.000.000 in aandeelen groot f 1000. Alleen de 500
aand. nos. 1001-1500 zijn van Nederl. zegel voorzien. Beperkt aantal 31 Jan.
1923 door Bon en Fritz geïntroduceerd. Eerste koers 125 pct: Offic. not. 3 Oct.
1923. In 1924 werden f 150.000 aand. uitgegeven tegen f 150.000 conv. obl. In
1926 werden nog f 350.000 aand. geplaatst en wel f 85.000 onderhands, terwijl
op de resteerende f 265 000 op 24 Sept. 1926 bij de R.B.V. 'de inschr. voor aan-
deelh. openstond à 205 pct. (voorkeur 10 : 1, no. 20; de claims golden van f 5
tot f 15). Doel der uitgifte: uitbreiding aanplant. Prospectus in deel I 1927,
pag. 208 der prospectussen. Door het Nederlandsch Admin. & Trustkantoor
worden sedert Sept. 1926 Certificaten van aandeelen groot
f 100 uitgegeven, die geen officieele noteering hebben. Winstver-
deeling: aandeelen 6 pct. dividend en van de overwinst: 10 pct. com-
missarissen en 90 pct. aandeelhouders. Dividend 1909/10-1918/19 :
10 à 15 pct. ; 1919/20-1927/28: 0, 0, 0, 8, 10, 25, 20, 12} en 5 pct. (no. 8, 19 Jan.
1929 bij de R. B. V.); 1928/29-1930/31: nihil. Dividendbewijs no. 10
bevindt zich aan de stukken. Directie A. von Sprecher, Zürich.
Commissarissen: J. J. C. de Knokke v. d. Meulen, Baarn,
A.L. Tobler, E. Biedermann, E. Heer, G. A. Guyer en O. Fahrländer, allen in
Zwitserland. Het kapitaal was van de oprichting af in Zwitsersche handen.
In 1920 f 500.000 à 130 pct. bij een Hollandsche groep geplaatst. De Mpij.
had toen een obligatieschuld tot October 1924 groot f 500.000, waarvan toen