OCR:ed block content:
Java-Caoutchouc-Compagnie. te Amsterdam. Opgericht
27 Februari 1906. Duur: tot 1956. Doel: de cultuur van caoutchouc
en/of andere gewassen. Inbreng: de erfpachtsperceelen Leuweung Kolot
I en II en Leuweung Belembeng, resp. groot 529, 475 en 496 bouws, gele-
gen in het district Bandjar, residentie Preanger Regentschappen, werden
ingebracht voor f 25.000 in contanten en f 75.000 in aandeelen. In 1926
werd de onderneming Batoe Koeja aangekocht, groot 162 bouws. In 1930
werden 25 bws. van Leuweung Kolot II geruild voor het erfpachtsperceel Ba-
toe Lawang, groot 31 bws. Aanplant ultimo 1931 1226 bws., waarvan 829 bws.
met 100.220 tapbare boomen en 397 bws. met 113.291 niet tapbare boomen.
Kapitaal: geautoriseerd f 1.000.000, waarvan geplaatst f 750.000 in
aandeelen groot f 1000, welke op 18 Nov. 1912, zonder emissie, in de
Officieele Noteering kwamen, de eerste koers bedroeg 103-101 pct. Oorspron-
kelijk bedroeg het geplaatste kapitaal f 500.000, waarna op 15 Jan. 1918 de in-
schrijving open stond op f 250.000 aand. à 120 pct., uitsluitend voor aand.hou-
ders (2 : 1, dividendbewijs no. 3). Men zie het prospectus aan het einde van
jaarg. 1917/18, deel II. Directie: Firma Waller & Plate. Com-
missarissen: H. E. Kleyn van Willigen, E. Smit Sibinga en Jhr.
H. M. van Loon. Winstverdeeling: eerst minstens 10 pct.
aan het reservefonds, totdat dit } van het geplaatst maatschappelijk kap !-
taal bedraagt; daarna 6 pct. aandeelhouders, en van het resteerende 5 pct.
aan de directie, 10 pct. aan commissarissen en 85 pct. aan aandeelhouders.
Dividend 1906-1914: nihil; 1915-1919: 74, 10, 7, 5 en 10 pct .; 1920-
1922: nihil; 1923-1929: 10, 10, 12}, 18, 12}, 10 en 6 pct. (no. 13, 2 Mei 1930 bij
H. & Co.). 1930 en 1931: nihil.