Document Image
X: 0
Y: 0
Scan Block
Page 1163 in year 1933

Nederlandsch-Noorsche Plantage Maatschappij

vanoss_1933_domestic Seq: 1203 Span: 36872-36902 Page: 1163 (arabic) Scob: 2473 GID: 716 Block-id: 40564 Corporation

Data availability for this firm:

  04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41
balance · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
profit · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
dist · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

OCR:ed block content:

Nederlandsch-Noorsche Plantage Maatschappij, te
Amsterdam. Opgericht: 30 December 1919. Duur: tot 31 Dec. 1979.
Do el: exploitatie van landbouwondernemingen in Ned :- Indië (behalve in
de Res. Soerakarta en Djocjakarta), zoowel 'door rubbercultuur als door
andere cultures. Deelneming in andere venn. aan het doel der mpij. be-
vorderlijk is toegestaan. De mpij. bezit thans 2 erfpachtsperceelen in de
Lampongsche Districten (Zuid-Sumatra): Noord-Holland groot 3523 bw.,
Zuid-Holland 3330 bw., tegen een canon van f 1 .- per bouw per jaar van
1 Jan. 1928 af. In 1931 werden 5 erfpachtsperceelen, tezamen groot 13.187
bouws prijsgegeven voor bezuiniging. Van het totaal was ulto 1931 2000
bouws beplant met 447.471 rubberboomen waarvan 160.047 in tap. Op de
aanplantingen van 1919/20-1922/23 en 1926/27-1931/32 stonden ulto 1931
resp. 81.676, 58.981, 23.930, 19.744, 5.400, 48.200, 109.640, 58.500, 2.400 en 39.000
boomen. Kapitaal: f 7.500.000, in aandeelen groot f 1000, waar-
van f 1.500.000 geplaatst, n.l. f 1.147.000 vóór 31 Dec. 1924 en f 353.000 op 23
Nov. 1925. Deze laatste f 353.000 maakten deel uit van het bedrag ad
f 1.011.000, dat 23 Nov. 1925 door de Ned .- Ind. Esc. Mpij. à 127} pct. ter
beurze van A'dam werd geintroduceerd in opdracht van de fa. D. M. & C.
Watering. Het desbetreffende „,bericht" vindt men op pag. 26 der prospec-
tussen in deel II 1926. Officieele noteering sedert 15 Febr. 1926. Winst-
verdeeling: na afschrijving en reserveering door den Raad van Be-
heer te bepalen eerst 6 pct. dividend op de aand. Van de rest 10 pct. aan de
reserve totdat deze } gedeelte van het gestort kapitaal bedraagt en van het
daarna resteerende 10 pct. aan den gedelegeerde van den R. v. B., 10 pct.
aan de overige leden van den R. v. B. en 80 pct. aan aandeelhouders. D i-
vidend 1920-1925: nihil; 1926-1929: 6, 8, 8 en 6 pct. (no. 4, 13 Mei
1930 bij de N. I. E. M.); 1930 en 1931 : nihil. Vertegenwoordigers:
Adm. kantoor D. M. & C. Watering, Bandoeng. Raad van Beheer:
J. C. J. Knegt, voorz., Amsterdam, J. N. Burger, Amsterdam, J. Kjode,
Bergen, C. Rohde, Oslo, J. Stroobach, Amsterdam en A. G. Ostermann,
Gedelegeerde, Amsterdam.