OCR:ed block content:
Maatschappij tot Exploitatie van Onroerend Goed
„Domus”, te Rotterdam. Opgericht 6 Februari 1901. Duur:
onbepaald. Doel: het verkrijgen, vervreemden, verhuren en exploi-
teeren van onroerende zaken in Nederland gelegen en van alles wat
daarmede in verband staat. Zij kan te dien einde deelnemen in andere
naaml. vennootschappen, welke een gelijksoortigeel beoogen. De N.V.
heeft zich sinds hare oprichting nagenoeg uitsluitend op aankoop en
exploitatie van beter soort huizen toegelegd. Kapitaal geautoriseerd
f 1.200.000, verdeeld in 20 seriën, elk van / 60.000, waarvan geplaatst
If 728.000. Er zijn 60 oprichtersbewijzen uitgegeven. Nadat
f 320.000 aandeelen waren geplaatst, stond op 14 November 1916 o.a. bij
Patijn, van Notten & Co. de inschrijving open op f 280.000 aand. à pari excl.
div. 1916. In 1922 werden f 30.000 aand. ondershands met netto f 6.562.50
agio geplaatst; in 1923 f 37.000 (netto agio f 6.807.25), in 1924 f 14.000 (netto
agio f 2.380). Blijkens circulaire d.d. 7 Maart 1925 stelde de Mpij. een be-
perkt bedrag aandeelen verkrijgbaar tegen 110 pct. met recht op & dividend
over 1925. Bij deze gelegenheid werden 9 aandeelen geplaatst. In 1930 wer-
den geplaatst f 30.000 aand. incl. § div. 1930 en f 8000 incl. } div. 1930 (netto
agio totaal f 840). Op 10 Febr. 1920 verkregen de aandeelen, groot
f 1000, (uitgezonderd serie I) officieele noteering. Winstverdeeling:
eerst 5 pct. cum. aan aandeelhouders; het overige wordt als volgt verdeeld :
15 pct. aan den directeur, 15 pct. aan commissarissen, 5 pct. aan houders
van oprichtersbewijzen, 55 pct. aan aandeelhouders en 10 pct. aan het reser-
vefonds. Zoodra en zoolang het reservefonds 1/10e bedraagt van het geplaatst
kapitaal, komen de betreffende dotatie en de rente van het fonds aan aan-
deelhouders. Dividend: 1909-1920: 6, 62, 6, 7, 7, 9, 7, 8, 11}, 112, 13} en
21 pct .; 1921-1930: 17, 15, 10, 10, 8, 8, 8, 8, 8 en 7} pct. ; 1931 : 7 pct. (no. 32,
23 Maart 1932 bij de N. H. M.). Oprichtersaandeelen 1921-1930: f 85, 66,
46, 38, 16, 16, 20, 25, 17 en f 25; 1931: f 20 (no. 30). Directeuren: J.
W. J. van Zant en D. H. Volmer Jr. Commissarissen: Mr. A. Hij-
man, L. V. van Rossum en Mr. J. Coert, allen te Rotterdam.