OCR:ed block content:
Bouwgrond Maatschappij 's Gravenhage-Voorburg
te Voorburg. Opgericht 10 Januari 1903. Do el: Exploitatie van
bouwterreinen en andere onroerende goederen. Deelneming in soortgelijke
mpijen is geoorloofd. De mpij. werd voor f 1.750.000 eigenares van al de ter-
reinen ter oppervlakte van ca. 70 H.A., gelegen tusschen 's Gravenhage en
Voorburg, ten Zuidwesten van de Laan van Nieuw-Oost-Indië en strekkende
van uit de kom bij het Station van Voorburg Noordwestwaarts over den
spoorweg van de Holl. IJzeren Spoor tot aan de Schenkwetering om aldaar
aan te sluiten aan het gedeeltelijk bebouwde stratenplan van de Algemeene
's-Gravenhaagsche Bouwgrond Mpij. Uitstaand kapitaal thans
f 726.000 in 1452 aandeelen groot f 500. Aanvankelijk waren geplaatst
1452 aandeelen groot f 1000. Het kapitaal werd in December 1913 met
25 pct. gereduceerd en de aandeelen afgestempeld van f 1000 op f 750. In
October 1918, 1 Juni 1927 en 23 Juni 1931 werd op de aandeelen resp. f 100,
f 50 en f 100 terugbetaald tegen afstempeling der stukken en intrekking
der dividendbewijzen no. 1, 4 en 9, zoodat sedert uitstaan aandeelen
groot f 500. Sedert 12 April 1932 zijn uitsluitend leverbaar de stukken
voorzien van de stempels van 1913, 1918, 1927 en 1931, dus groot f 500. Nadat
reeds f 500.000 aandeelen, groot f 1000 waren genomen, stond 22 Jan. 1903
op f 1.000.000 dezer aandeelen de inschrijving open à 100 pct. Emittenten
waren o.a. de H.H. Leembruggen, Guépin & Muysken. De winstverdeeling
is nu: 10 pct. wordt gestort in het reservefonds, tot maximum } van het
kapitaal en 5 pct. uitgekeerd aan commissarissen gezamenlijk. Uit hetgeen
daarna overblijft wordt aan aandeelhouders 5 pct. over het bedrag hunner
aandeelen uitgekeerd, van de dan nog resteerende winst komt 85 pct. aan
aandeelhouders en 15 pct. aan houders der zeven oprichtersaandeelen.
Dividenden 1903-1923: nihil; 1924-1931: 5, 5, 0, 6, 7, 6, 6 en 7 pct.
(no. 10, 24 Mei 1932 bij H. & P. 's Hage en bij B. E. K. A'dam). Zie voor
kapitaalsterugbetaling hierboven. Directie: J. N. O. Mink en M. J.
v. d. Schilden. Commissarissen: J. van Herwijnen, W. G. de
Knokke van der Meulen, Mr. B. Baron Mackay, E. H. Lebret, G. J. D.
Boogers en J. Kuipers.