Document Image
X: 0
Y: 0
Scan Block
Page 1085 in year 1935

"Hambalang" Rubber Cultuur Maatschappij

vanoss_1935_domestic Seq: 1123 Span: 34239-34289 Page: 1085 (arabic) Scob: 2691 GID: 1017 Block-id: 43965 Corporation

Data availability for this firm:

  04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41
balance · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
profit · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·
dist · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

OCR:ed block content:

„Hambalang" Rubber Cultuur Maatschappij, te Amster-
dam. Opgericht 19 Juni 1924. Duur: onbepaald. Doel: 10. het
exploiteeren voor rubber en andere cultures van landbouwondernemingen
en het in cultuur brengen van eigen-, huur- en erfpachtsgronden in Ned.
Indië; het verwerken en verrichten van alle werkzaamheden, noodig voor
den verkoop van eigen producten en die van andere ondernemingen; 20.
het huren van gronden in de Gouvernementen Soerakarta en Djokjakarta
is uitgesloten; 3e. het deelnemen in soortgelijke vennootschappen. Na
teruggave in 1932 van ca. 540 H.A. en in 1934 van ca. 856 H.A. woeste
gronden, exploiteert de mpij. ca. 1.213 H.A. erfpachtsgronden in het Ge-
west West-Java, residentie en regentschap Buitenzorg, district Tjibinong;
canon f 3 .- per 7096 M2. per jaar. De oorspronkelijk 2100 H.A. perceelen
werden ingebracht door de Cultuur Mpij. ,,Pasir Karet" voor f 100.000 vol-
gestorte gewone aandeelen, welke Mpij. bovendien nog deelnam voor £ 20.000
preferente en f 60.000 gewone aandeelen. Zie elders in dit deel. Ulto 1933
bestond de totale aanplant uit 720 H.A., beplant met 215.681 hevea-rubber-
boomen, waarvan geplant in 1924/25-1928/29 resp. 141 H.A. met 37.752 boo-
men, 263 H.A. met 77.626 boomen, 264 H.A. met 83.773 boomen, 48 H.A.
met 15.157 boomen en 4 H.A. met 1.373 boomen. Ulto 1933 was 492 H.A.
of ruim 68 pct. van den aanplant productief. In 1930 kwam de nieuwe
rubberfabriek gereed. Kapitaal geautoriseerd f 3.000.000, verdeeld
in 100 preferente aandeelen op naam en 5900 gewone a an-
de el e n, elk groot f 500, waarvan geplaatst en volgestort alle preferente en
f 600.000 gewone aandeelen. Oorspronkelijk bedroeg het geplaatste kapitaal
f 300.000, n.l. f 250.000 gewone- en f 50.000 preferente aandeelen, het werd
in 1925 verhoogd tot f 450.000, in 1926 tot f 550.000, en in 1927 tot f 650.000. De
kapitaalsuitgiften geschiedden alle ondershands à pari, door stortingen in
termijnen. Winstverdeeling: na afschrijvingen en bijzondere reser-
veeringen : eerst 6 pct. dividend op pref. aandeelen, daarna 6 pct. dividend
op gew. aandeelen; van het daarna overblijvende 10 pct. aan de reserve, fa-
cultatief tot 20 pct. van het geplaatste kapitaal is bereikt en van de rest 85
pct. aan aandeelhouders, zoowel gewone als preferente, 5 pct. aan het gede-
legeerd lid v. d. R. v. B., 10 pct. aan de overige leden v. d. R. v. B. Di vi-
dend werd tot heden nog niet betaald. 6 pct. Eerste Hypothe-
caire converteerbare obligatiën, leening groot f 500.000, in
stukken van f 500 met coupons 1 Jan. en 1 Juli. De coupons over de
jaren 1931 t/m. 1935, voorzoover niet verwisseld in 2e hyp. obligatiën (zie
onder), worden voldaan in bewijzen van uitgestelde schuld.
Verhandeling geschiedt thans in 2 rubrieken n.l. le voor obligatiën, welke
niet van onderstaand aanbod gebruik maakten, incl. de coupons per 1 Jan.
1935 e.v. en 2e voor obligatiën welke wel van het aanbod gebruik maak-
ten, inclusief de coupons per 1 Juli 1936 e.v. en beide zonder bijbe-
rekening van rente. Conversie: (sedert besluit van 22 Mei 1931: elke
obligatie kan uiterlijk t/m. 31 December 1940 worden ingewisseld tegen
één gewoon aandeel en wel t/m. 31 December 1936 à pari, t/m. 31 De-
cember 1937 à 110 pct., t/m. 31 Dec. 1938 à 120 pct., t/m. 31 Dec. 1939 à
130 pct. en t/m. 31 Dec. 1940 à 150 pct., dus onder bijstorting van resp. nihil,
f 50, f 100, f 150 en f 250 per obligatie of desgewenscht door samenvoeging
van zooveel obligatiën als overeenkomen met de aangegeven koersen, dus
t/m. 1936 1 obligatie tegen 1 aandeel, daarna t'm. 31 Dec. 1937, 11 obligatiën
tegen 10 aandeelen enz., alles onder verrekening der reeds betaalde rente,