OCR:ed block content:
Nederlandsch-Noorsche Plantage Maatschappij, te
Amsterdam. Opgericht: 30 December 1919. Duur: tot 31 Dec. 1979.
Doel: exploitatie van landbouwondernemingen in Ned :- Indië (behalve in
de Res. Soerakarta en Djocjakarta), zoowel door rubbercultuur als door
andere cultures. Deelneming in andere venn. aan het doel der mpij. be-
vorderlijk is toegestaan. De mpij. bezit thans 2 erfpachtsperceelen in de
Lampongsche Districten (Zuid-Sumatra): Noord-Holland groot 3523 bw.,
Zuid-Holland 3330 bw., tegen een canon van f 1 .- per bouw per jaar van
1 Jan. 1928 af. In 1931 werden 5 erfpachtsperceelen, tezamen groot 13.187
bouws prijsgegeven voor bezuiniging. Van het totaal was ulto 1923 2032
bouws beplant met 427.641 rubberboomen waarvan 174.386 in tap. Op de
aanplantingen van 1919/20-1922/23 en 1926/27-1931/32 stonden ulto 1933
resp. 73.742, 49.466, 22.751, 14.856, 5.400, 47.761, 109.640, 55.575, 2.280 en 46.170
boomen. Kapitaal: f 7.500.000, in aandeelen groot f 1000, waar-
van f 1.500.000 geplaatst, n.l. f 1.147.000 vóór 31 Dec. 1924 en f 353.000 op 23
Nov. 1925. Deze laatste f 353.000 maakten deel uit van het bedrag ad
f 1.011.000, dat 23 Nov. 1925 door de Ned .- Ind. Esc. Mpij. à 127} pct. ter
beurze van A'dam werd geïntroduceerd in opdracht van de fa. D. M. & C.
Watering. Het desbetreffende „bericht" vindt men op pag. 26 der prospec-
tussen in deel II 1926. Officieele noteering sedert 15 Febr. 1926. Winst-
verdeeling: na afschrijving en reserveering door den Raad van Be-