OCR:ed block content:
Cultuur Maatschappij Telaga Patengan, te Soerabaia.
(Directie te 's Gravenhage). Opgericht: 27 Febr. 1884. Duur: tot
8 Januari 1954. Do el: het verkrijgen en drijv. 1 van landbouwonder-
nemingen in Ned. Indië op gronden in eigendom, erfpacht, huur of anders-
zins; het vervreemden en bezwaren harer bezittingen en het bereiden en
realiseeren van verkregen en gekochte producten. Het deelnemen in
ondernemingen met soortgelijk doel. De Cultuur van kina en Assam-thee
wordt gedreven op de erfpachtsperceelen Telaga Patengan, Sperata en
Sinumbra, gelegen op de Z.W. helling van het Patoeha-gebergte, in de
provincie West Java. De beide eerstgenoemde ondernemingen werden in 1932
tot één onderneming „Sperata" vereenigd. De oppervlakte der bedoelde
perceelen, welke een aaneengesloten geheel vormen, bedraagt ca. 1840 H.A.
Aan genoemde erfpachtsperceelen werd door koop in 1920 nog toegevoegd
het complex, genaamd Miramare I-V, groot 1815 H.A. en in 1927 nog ca.
2556 H.A., zoodat de vennootschap over een totaal oppervlakte van ca.
6210 H.A. beschikt. In 1931 werden 700 H.A. aan Miramare grenzende bosch-
gronden in erfpacht gevraagd, welke aanvraag in 1934 nog loopende was.
Op de ondernemingen „Sperata" en ,,Patengan/Sinumbra" bevinden
zich theeaanplantingen groot respectievelijk 525.93 en 951.89 H.A., waar-
van respectievelijk 525.93 en 846.25 H.A. productief; op „Patengan" bo-
vendien nog 55.8 H.A. kina-aanplant en op de onderneming „Miramare"
1416.19 H.A. hevea, waarvan 111.99 H.A. van 1925 en de overige aanplant
van 1926-1930. Op de onderneming Sperata, zoowel als op Sinumbra be-
vindt zich een theefabriek. De Maatschappij bezit het geheele geplaatste
kapitaal ad f 750.000 der Cultuur Maatschappij „Goenoeng
Kendang". Deze maatschappij beschikt thans over ca. 612 H.A. erf-
pachtsgronden, waarvan ulto 1933 456.272 H.A. beplant met thee, waarvan
353.359 H.A. geplant in 1927-1930 productief; de niet productieve is van
1931. Kapitaal Telaga Patengan geautoriseerd f 3.000.000,
waarvan geplaatst en volgestort f 2.200.000, verdeeld in aandeelen groot
f 500. Het geplaatst kapitaal beliep van 1911-1918 f 450.000, het werd
door de emissie van October 1919 tot f 750.000, door ondershandsche plaat-
sing in Mei 1920 tot f 800.000, door emissie in November 1925 tot f 1.000.000
verhoogd. Verder werd in 1926 f 70.000 ondershands geplaatst, in 1928
f 130.000 ondershands en f 400.000 bij publieke emissie, in 1930 en 1934
resp. f 200.000 en f 400.000 ondershands, waarna f 2.200.000 uitstaat. Op 15
Oct. 1919 stond bij de Ned. Indische Handelsbank de inschrijving open
op f 300.000 aandeelen, groot f 500, tot den koers van 120 pct. incl.
1/6e div. 1919. (Voorkeursrecht f 1500 : f 1000, dividendbewijs no. 10). In