|
15872 |
824 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). |
|
15873 |
zooverre dit kwantum wordt verkregen, te verkoopen. Voorts heeft zij |
|
15874 |
in ieder jaar de optie om ook de productie boven 100.000 ton in koop te |
|
15875 |
nemen. Als koopprijs der olie is bepaald: a. Voor de eerste 100.000 ton |
|
15876 |
per jaar f 9.50 per ton; b. voor de tweede 100.000 per jaar f 6 .- per ton; |
|
15877 |
c. voor het meerdere f 2.50 per ton. De sub a en b vermelde |
|
15878 |
koopprijzen van f 9.50 voor de eerste 100.000 ton en f 6 .- voor |
|
15879 |
de tweede 100.000 ton worden verhoogd of verlaagd met f 0.40 |
|
15880 |
per ton voor iederen gulden welke de Asiatic Petroleum Company Ltd. te |
|
15881 |
Londen in hetzelfde kalenderjaar boven of onder de f 30 .- per ton kerosine |
|
15882 |
aan de „Koninklijke“ afrekent, terwijl voor ruwe olie, welke minder dan |
|
15883 |
48 pct. kerosine bevat, de verkoopprijs 5 cts. per ton voor ieder } pct. kero- |
|
15884 |
sine beneden 48 pct. verminderd wordt. De sub c vermelde koopprijs van |
|
15885 |
f 2.50 voor de productie boven 200.000 ton wordt verhoogd met f 0.40 per |
|
15886 |
ton voor iedere gulden welke de „Asiatic" in hetzelfde kalenderjaar boven |
|
15887 |
f 30 .- per ton kerosine aan de „Koninklijke" afrekent. Alles met dien |
|
15888 |
verstande, dat de koopprijs nimmer minder zal bedragen dan f 2.50 per ton |
|
15889 |
ruwe olie". Winstverdeeling: Eerst 6 pct. op de preferente aan- |
|
15890 |
deelen, daarna 6 pct. op de gewone aandeelen en van hetgeen dan overblijft |
|
15891 |
5 pct. aan den directeur, 20 pct. aan de commissarissen en 75 pct. aan aan- |
|
15892 |
deelhouders, waarvan 35 pct. aan de preferente aandeelen en 40 pct. aan de |
|
15893 |
gewone aandeelen. Bedrijfskapitaal: Daar uit de f 500.000 in |
|
15894 |
contanten, welke aan de Petroleum-Maatschappij Holland-Perlak werden |
|
15895 |
verstrekt (zie hierboven) alle onkosten, verbonden aan oprichting, emissie, |
|
15896 |
syndicaat enz. betaald zouden worden, bleef er een werkkapitaal van |
|
15897 |
f 1.000.000 over, dat volgens het, aan het einde van den vorigen jaargang af- |
|
15898 |
gedrukt, prospectus, „ruim voldoende (is) voor verdere exploratie en exploi- |
|
15899 |
tatie der terreinen." |
|
15900 |
Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1907, zie index. |
|
15901 |
Uit Verslag 1906. De exploitatie-overeenkomst tusschen onze maatschappij en |
|
15902 |
de „Koninklijke“ werd op 12 Januari 1906 aangegaan. De vergunningen 225 a/k en |
|
15903 |
225 b/k werden van de Holland-Perlak op de Zuid-Perlak overgedragen. Verschei- |
|
15904 |
dene nieuwe vergunningen zijn aangevraagd en in behandeling. Allereerst werd |
|
15905 |
dat gedeelte van de vergunning 225 a/k onderzocht waar, blijkens de vroeger in- |
|
15906 |
gestelde onderzoekingen de anticlinale, welke in het terrein der Perlak Petroleum |
|
15907 |
maatschappij wordt aangetroffen, doorloopt. De verrichte onderzoekingen gaven |
|
15908 |
aan, waar onze eerste boringen geplaatst moesten worden. Er werd in de nabij- |
|
15909 |
heid een eenvoudig doch doelmatig etablissement gebouwd. Op 23 Juli werd met |
|
15910 |
de boringen 1 en 2 aangevangen. Bij put 1 werd op 17 October 1906 de olielaag be- |
|
15911 |
reikt. Onmiddellijk werden maatregelen genomen om een pijplijnverbinding met |
|
15912 |
het pompstation der „Koninklijke" te Rantau-Pandjang te verkrijgen. Van |
|
15913 |
22 October af kon dan ook de put in exploitatie genomen worden en dateeren van |
|
15914 |
dien dag af onze geregelde olieafleveringen aan de „Koninklijke“. Boring 2 werd |
|
15915 |
voorloopig gestaakt, wegens technische moeilijkheden ondervonden door het aan- |
|
15916 |
boren van locale waterlagen. Boring drie nam op 31 December een aanvang. Ulto. |
|
15917 |
1906 was aldaar een diepte van 255 M. bereikt, en werd er op 14 Februari 1907 olie |
|
15918 |
aangeboord. Deze put is thans in geregelde exploitatie. |
|
15919 |
Productie 1906. Omtrent de exploitatie in 1906 zegt het verslag: Vanaf 22 Octo- |
|
15920 |
ber tot en met 31 December hebben wij afgeleverd 1.933.496 liters ruwe olie, vor- |
|
15921 |
mende 1471.56 ton à 1016 K.G. De overpompingen hadden vrij geregeld tweemaal |
|
15922 |
per dag plaats. Het dagelijksch rendement van put 1 was aan geen bijzonder |
|
15923 |
groote fluctuaties onderhevig. Daar de olielaag evenwel in nog niet voldoende |
|
15924 |
mate ingeboord werd, zal later, zoodra daartoe gereede aanleiding is, tot dieper |
|
15925 |
boren worden overgegaan. (Is sedert met succes geschied). De geproduceerde olie |
|
15926 |
bedroeg 1471.56 ton, welke door de „Koninklijke" volgens contract voorloopig werd |
|
15927 |
betaald met f 9.50 per ton (de definitieve afrekeningsprijs bleek f 11.90 te beloo- |
|
15928 |
pen, Red.), makende een bedrag van f 13.979.82. De eindafrekening met de „Ko- |
|
15929 |
ninklijke" zal later plaats vinden. |