|
18685 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN (Nederland en Koloniën). 915 |
|
18686 |
landen (de eere-voorzitter der mpij.) voor aflossing gewaarborgd. (Zie om- |
|
18687 |
trent een en ander uitvoeriger den jaargang 1907, blz. 851). In Sep- |
|
18688 |
tember 1882, kwam een overeenkomst tot stand, volgens welke door de |
|
18689 |
erfgenamen van den in 1879 overleden prins, de nog uitstaande f 2.913.000 |
|
18690 |
obligatiën geheel zouden worden afgelost, hetgeen in October d.a.v. ge- |
|
18691 |
schiedde. De erfgenamen ontvingen daartegen à pari volgens over- |
|
18692 |
eenkomst f 1.456.500 aand. B en 1600 bewijzen van deelgerechtigdheid, (welke |
|
18693 |
laatste volgens besluit der vergadering dd. 18 Juni 1883 door de Mpij. voor |
|
18694 |
f 150.000 werden ingekocht), benevens het door Prins Hendrik aan de Mpij. |
|
18695 |
gedaan renteloos voorschot van f 110.815. Volgens art. 3 derzelfde over- |
|
18696 |
eenkomst met de erfgenamen, werd het overige kapitaal gereduceerd tot |
|
18697 |
50 pct., en zoodoende werd het gebracht van de toen geplaatste som ad |
|
18698 |
f 1.169.000 tot f 584.500, zoodat na deze regeling het kapitaal bedroeg |
|
18699 |
f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: de eerste serie, gemerkt A, groot |
|
18700 |
f 584.500, de tweede serie, gemerkt B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk |
|
18701 |
dezer beide seriën op de helft verminderd; derhalve is het kapitaal thans |
|
18702 |
groot f 1.020.500. De aandeelen waren oorspronkelijk groot f 1000 en |
|
18703 |
f 500 aan toonder, waarvoor bij de regeling van de zaken der maatschappij |
|
18704 |
werden uitgegeven aandeelen der eerste serie gemerkt A, groot f 500 en |
|
18705 |
f 250. De aandeelen 2de serie, (preferente), gemerkt B, elk groot f 500, |
|
18706 |
werden toen afgegeven aan de Erven van Prins Hendrik der Nederlanden, |
|
18707 |
ter voldoening der afgeloste 4} pct. leening van 1876 (zie boven). Winst- |
|
18708 |
verdeeling: Van de winst wordt, na de noodige afschrijvingen, eerst |
|
18709 |
aan de houders der preferente aandeelen serie B f 25 per aan- |
|
18710 |
deel uitgekeerd of wel de geheele zuivere winst, zoo die in dat jaar |
|
18711 |
minder dan f 25 per aandeel serie B uitmaakt en van het resteerende aan |
|
18712 |
de houders der aandeelen serie A mede f 25 per aandeel of zoo- |
|
18713 |
veel minder als waartoe het overblijvende in staat stelt. Van |
|
18714 |
het alsdan overblijvende komt 10 pct. aan het reservefonds, 5 pct. aan |
|
18715 |
de commissarissen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. aan de hoofdambtenaren |
|
18716 |
en 75 pct. aan de aandeelhouders. Dividenden: 1875-81 nihil, |
|
18717 |
1882-1886 : 5.4, 6, 6, 6 en 6 pct .; sedert nihil. De uitkeering op de vroeger |
|
18718 |
uitstaande 1600 bewijzen van deelgerechtigdheid, afgegeven aan de Erven |
|
18719 |
van Prins Hendrik der Nederlanden, bedroeg over 1882: f 8.164. 3 pct. |
|
18720 |
Obligatiën van 1886, groot f 3.600.000, uitgegeven volgens besluit |
|
18721 |
der algemeene vergadering d.d. 9 October 1886, ter aflossing der toenmaals |
|
18722 |
bestaande 5 pct. leeningen van 1875, per resto groot f 525.200, en van |
|
18723 |
1885 per resto groot f 2.000.000. Koers van uitgifte 87 pct. Bedrag op |
|
18724 |
1 Januari 1909 f 2.856.000. Obligatiën groot f 1000; coupons 1 Ja- |
|
18725 |
nuari en 1 Juli; aflosbaar à pari met een jaarlijks opklimmend bedrag, bij |
|
18726 |
uitloting in Juni, ter uitbetaling op 1 Juli d.a.v., behoudens vervroegde |
|
18727 |
aflossing. In 1901 werd de aflossing, die voor dat jaar f 70.000 zoude |
|
18728 |
bedragen, gestaakt; in November 1902 werd door een vergadering van |
|
18729 |
obligatiehouders een commissie tot bescherming hunner belangen be- |
|
18730 |
noemd, onder voorzitterschap des heeren Mr. J. Luden. Sedert zijn de |
|
18731 |
uitlotingen nog niet hervat. De hypothecaire leening met de M. t. E. van |
|
18732 |
S. S. ad f 2.810.898.35 werd in 1895 aangegaan. In Juli 1895 gaf de M. |
|
18733 |
t. E. v. S. S. eene 3 pcts. leening uit groot f 3.000.000, welke o.a. werd |
|
18734 |
aangewend tot voldoening aan de door de S.S. met de Stoomvaart Mij. |
|
18735 |
Zeeland aangegane overeenkomst, waarbij de S. S. aan de Mpij. Zeeland |
|
18736 |
voor den aanbouw van 3 nieuwe snelvarende stoomschepen tot een maxi- |
|
18737 |
58* |