Page 628 in yearbook 1913

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1913 vanoss_1913 628 544 content 1814 × 2487 1913/16397

Blocks on this page 1

Company header De Groninger Waterleiding
Main
8050
3 lines

Page content 54

The raw OCR output of this page, line by line.
1637 544 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN (Binnenland).
1638 en verdere exploitatie der zaken, vroeger gedreven onder de firma van
1639 Vollenhoven & Co., en al hetgeen tot de fabricage van bier en azijn behoort.
1640 Directeuren: W. Hovy en J. Schwartz. Commissarissen:
1641 H. W. van Marle, Mr. J. M. W. van der Poorten Schwartz en Mr. L.
1642 Hovy. Aandeelenkapitaal aanvankelijk f 550.000, werd 16 April
1643 1907 verhoogd tot f 600.000; de uitgifte der nieuwe aandeelen zou vóór
1644 1 Januari 1908 geschieden. Aandeelen groot f 1000. 4 pct. hypo-
1645 thecaire obligatiën, groot f 1000, met coupons per 1 April
1646 en 1 October. Deze eerste hypothecaire leening van 1899, groot f 1.200.000,
1647 is thans geheel uitgegeven. Zij diende tot conversie der 4} pct. leening
1648 van 1893, waarvan de rente met ingang van 1 April 1895 tot 4 pct. werd
1649 gereduceerd. Trustee is de Nederlandsche Trust-Maatschappij. Aflos-
1650 sing door jaarlijksche uitloting à pari, in Maart, betaalbaar 1 April
1651 d.a.v. Jaarlijks moet minstens f 20.000 worden uitgeloot. Op 1 Januari
1652 1913 nog uitstaande f 740.000.
1653 901 1902 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911
1654 Hoogste koers 99₺ 100% 100 100 100% 100 95 96₺ 981/16 972 97}
1655 Laagste koers ..................... 99 99} - 100 998 - 948 -97 97
1656 Voor Hoogsten en Laagsten Koers 1912, zie index.
1657 „De Groninger Waterleiding“ te Groningen. Opgericht
1658 13 November 1879. D u u r tot 27 October 1919. Do el: Het tot stand bren-
1659 gen en exploiteeren eener drinkwaterleiding uit de rivier de „Drentsche
1660 Aa" naar en in de gemeente Groningen. Directeur: G. J. Leverland.
1661 Commissarissen: J. E. Winter, Ph. Buttinger, Jan Boeke
1662 en N. A. Wichers. Aandeelenkapitaal f 700.000, geheel geplaatst.
1663 Aandeelen, groot f 250. Dividenden 1881-1895: 8.63, 10.70,
1664 12.50, 10, 7.50, 7.50, 10, 11.25, 11.25, 13.25, 13.25, 13.25, 14.75, 15.20 en 15.20
1665 gld. 1896-1911: 17.50, 17.50, 17.75, 18.50, 18.50, 20, 20.25, 22.70, 29, 33.75, 34.25,
1666 34.25, 39.25, 39.25, 40.25 en 43 gld. (no. 32). Winstverdeeling: eerst
1667 5 pct. voor aandeelhouders; na de noodige afschrijvingen wordt het
1668 restant verdeeld als volgt: 80 pct. aan aandeelhouders (of, indien
1669 het reservefonds minder dan 10 pct. van het kapitaal bedraagt: 70 pct.
1670 aandeelh. en 10 pct. reservefonds), 10 pct. aan commissarissen en 10 pct.
1671 directeur. Inzake kwestie met de Gemeente Groningen omtrent naasting
1672 zie men hieronder. De vennootschap ging in 1893 eene 4 pcts. obligatie-
1673 leening aan van f 220.000 (in 1910 afgelost) en in 1897 eene van f 70.000,
1674 waarvan op 1 Januari 1912 nog in omloop was f 44.000. In 1909 sloot de
1675 Maatschappij een 4 pcts. leening ad f 100.000, waarvan op 1 Januari 1912
1676 nog f 90.000 uitstond.
1677 Naastingskwestie. Volgens overeenkomst heeft de gemeente Groningen het
1678 recht om na verloop van 40 jaren na het tijdstip van openstelling der waterleiding
1679 (21 Februari 1921), deze over te nemen tegen betaling van het twintigvoud der
1680 gemiddelde netto-opbrengst over het 30ste tot het 39ste jaar der exploitatie (1911-
1681 1920). Indien de gemeente niet voor het eindigen van het 40ste jaar haar voornemen
1682 tot naasting heeft te kennen gegeven, zal de overeenkomst geacht worden voor
1683 20 jaren te zijn verlengd, na welk tijdvak de gemeente weder recht tot overname
1684 heeft tegen betaling van het twintigvoud der gemiddelde netto-opbrengst van de
1685 laatste 10 jaren. In 1908 werd een voorstel om de Waterleiding à 276 pct. aan de
1686 gemeente over te dragen, verworpen; daarna werd een voorstel (overdracht in 1921
1687 tegen 15 maal de gemiddelde winst van de laatste 10 jaren, overeenkomend met
1688 250 pct. in 1921 door aandeelhouders aangenomen. De gemeente nam het aanbod
1689 echter niet aan, doch besloot in Aug. 1907 een eigen waterleiding aan te leggen.
1690 De maatschappij is van meening, dat dit een inbreuk op de concessie-voorwaarden