Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1915 | vanoss_1915-16_domestic |
822 | 760 | content | 1761 × 2398 | 1915/20455 |
Blocks on this page 1
Company header
Petroleum-Maatschappij "Moesi Ili"
Main
Page content 56
| 19336 | 760 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
| 19337 | Europeesche crisis moesten evenwel verdere voorbereidingen tot het in exploitatie |
| 19338 | brengen van dit terrein gestaakt worden. A. Moeara Enim. Op het einde van het |
| 19339 | verslagjaar was de toestand als volgt: a. Kampong Minjak (met inbegrip van |
| 19340 | Minjak Itam) had 243 putten, waarvan er 113 produceerden. De productie bedroeg |
| 19341 | 45.300 tonnen à 1000 K.G. tegen 41.952 tonnen in 1913. b. Batoe Kras had 61 putten, |
| 19342 | waarvan er 40 produceerden. De productie bedroeg 31.467 tonnen à 1000 K.G. tegen |
| 19343 | 22.680 tonnen in 1913. c. Soengei Taham had 28 putten, waarvan er 15 produceerden. |
| 19344 | De productie bedroeg 12.143 tonnen à 1000 K.G. tegen 14.206 tonnen in 1913. De pro- |
| 19345 | ductie der geheele concessie Moeara Enim bedroeg 88.910 tonnen à 1000 K.G. tegen |
| 19346 | 78.838 tonnen in 1913. B. Bandjar Sari. Niettegenstaande alle zorg en moeite be- |
| 19347 | steed aan het schoonmaken der bestaande putten, bleef de verwachte verbetering |
| 19348 | in de productie uit of was slechts van korten duur. Er werden 3 nieuwe putten |
| 19349 | geboord, waarvan er een moest opgegeven worden. Van de 59 putten op dit terrein |
| 19350 | aanwezig produceerden er op het einde van het verslagjaar nog 20. De productie |
| 19351 | dezer concessie bedroeg 6531 tonnen à 1000 K.G. tegen 9033 tonnen in 1913. Op het |
| 19352 | terrein bij Soengei Angit werden 8 nieuwe boringen verricht, waarvan er reeds 6 |
| 19353 | slaagden. Van de 88 daar aanwezige putten produceerden er 76. Toch ging de |
| 19354 | productie van dit terrein aanmerkelijk achteruit ten gevolge van de voortdurende |
| 19355 | vermindering van den put, waarvan in het vorig verslagjaar sprake was. De pro- |
| 19356 | ductie welke eens in een etmaal 500.000 L. bedroeg, is thans slechts 2500 L. per etmaal. |
| 19357 | Op dit terrein had men te lijden aan gebrek aan werkvolk, zoodat niet altijd met |
| 19358 | kracht gewerkt kon worden aan het onderhoud der bestaande putten. |
| 19359 | Petroleum-Maatschappij „Moesi Ilir” te Amsterdam. O p- |
| 19360 | gericht 5 Februari 1901. Duur: tot 31 December 1975. Doel: Het |
| 19361 | onderzoek en exploiteeren van petroleumhoudende terreinen en voor |
| 19362 | de markt bereiden van petroleum en bijproducten. Inbreng: Door |
| 19363 | het Moesi·Ilir syndicaat (zie hiervoor ook den jaargang 1907, blz. 787) |
| 19364 | werden twee in de residentie Palembang gelegen vergunningen, |
| 19365 | ter grootte van circa 100.000 bouws, in de maatschappij inge- |
| 19366 | bracht voor f 1.250.000 in contanten, waaruit nog de emissiekosten werden |
| 19367 | bestreden. Voorts ontvingen de inbrengers 4800 oprichtersbewijzen |
| 19368 | en zouden zij een royalty van f 1.50 per ton ruwe olie ontvangen over de |
| 19369 | eerste 100.000 ton per jaar en van f 1 .- per ton over het (eventueel) meer- |
| 19370 | dere. Directeur: E. Luden. Raad van Commissarissen: |
| 19371 | H. W. A. Deterding; Jhr. H. Loudon en Mr. A. J. Cohen Stuart. A a n- |
| 19372 | deelenkapitaal f 9.600.000, waarvan geplaatst f 4.800.000. Aan- |
| 19373 | deelen groot f 1200, f 600 en f 120. Den 23 April 1901 was de inschrijving |
| 19374 | opengesteld op f 2.580.000 dezer aandeelen à 100 pct., (f 2.220.000 aandeelen |
| 19375 | waren reeds deels vast geplaatst, deels voor de Parijsche markt gereser- |
| 19376 | veerd; de officieele noteering te Parijs verviel op 1 Januari 1907) |
| 19377 | bij de Amsterdamsche Succursale der Banque de Paris et des Pays- |
| 19378 | Bas en de H.H. Labouchere Oyens & Co. te Amsterdam. Dividend werd |
| 19379 | nog niet uitgekeerd. Overname der aandeelen door de |
| 19380 | „Koninklijke“. Zooals uitvoeriger in jrg. 1908 vermeld werden in 1906 |
| 19381 | de aandeelen Moesi-Ilir omgewisseld tegen aandeelen Koninklijke t.w. |
| 19382 | f 12.000 aand. M. I. tegen f 1000 aand. Kon. ex-dividend 1905. (Een deel van |
| 19383 | dezen aankoop nam de „Shell“ voor haar rekening. Het aandeelenbezit |
| 19384 | bevindt zich thans in handen van de Bataafsche Petroleum Mpij., zie onder |
| 19385 | „Koninklijke“). Op 6 September 1906 sloot de mpij. een overeenkomst |
| 19386 | met de „Koninklijke“, (thans Bataafsche), waarbij haar raffinaderij aan deze |
| 19387 | werd verhuurd. Winstverdeeling: Na afschrijving, door directie |
| 19388 | en commissarissen te bepalen, komt eerst 7 pct. aan aandeelhouders; van het |
| 19389 | restant komt 5 pct. aan het reservefonds, 15 pct. aan directie en commis- |
| 19390 | rissen, 15 pct. aan de houders van oprichtersaandeelen en 65 aan aan- |
| 19391 | deelhouders. |