|
22505 |
RUBBER-MAATSCHAPPIJEN. 807 |
|
22506 |
Ruys, Rotterdam. Commissarissen: E. Tweer, L. E. Oldigs |
|
22507 |
en C. F. Overhoff Jr., allen te Amsterdam; P. Humfeld, Mr. Th. G. |
|
22508 |
van Eck, Mr. S. J. Hogerzeil, C. J. Houwing, allen te 's Hage, C. H. Lam- |
|
22509 |
merts van Bueren te Zeist en G. Voorhoeve te Rotterdam. Bij de |
|
22510 |
reorganisatie in 1911 (zie kleine letter hieronder) werd het kapi- |
|
22511 |
taal vastgesteld op f 2.000.000, door reducte der aandeelen, van f 500 |
|
22512 |
op f 200 (= f 800.000) en het creëeren van f 1.200.000 aandeelen à f 100, |
|
22513 |
waarvan in Januari 1912 f 400.000 werd uitgegeven, en waarbij een a mor- |
|
22514 |
tisatiebewijs bij elk nieuw aandeel werd uitgereikt; de amortisatie- |
|
22515 |
bewijzen zijn à pari losbaar als hieronder (zie kleine letter) aangege- |
|
22516 |
ven. Ult. 1914 waren nog 2560 dezer bewijzen uitstaande. In Januari 1912 |
|
22517 |
werden de oude aandeelen afgestempeld op f 200. Op 9 Januari |
|
22518 |
1912 was, bij de H.H. Kerkhoven & Co., H. C. Voorhoeve & Co. en Ban- |
|
22519 |
kierskantoor van Lissa & Kann, de inschrijving op deze f 400.000 aandeelen, |
|
22520 |
groot f 100, opengesteld à 100 pct. voor aandeelhouders (met bewijs no. 2 |
|
22521 |
als claim) en à 115 pct. voor anderen. Voor de kapitalisatie vóór de |
|
22522 |
reorganisatie, zie men jaargang 1913, bladzijde 971. Winstver- |
|
22523 |
deeling: Uit de winst worden, tot een bedrag van f 400.000, |
|
22524 |
tot aflossing der amortisatiebewijzen besteed: a. de gelden uit |
|
22525 |
de vordering op de firma Van Heukelom & Van Veen te innen; b. de |
|
22526 |
winst op landelijke bezittingen bij verkoop; c. de resteerende winst, tot |
|
22527 |
zoolang dat de uit sub b en c genoemde winsten totaal f 172.000 bedragen; |
|
22528 |
nadat dit bedrag is bereikt, komt van het restant: (voor die van vóór de |
|
22529 |
reorganisatie zie pagina 876, jaargang 1911) eerst 6 pct. aan aandeelhouders; |
|
22530 |
van de overwinst 50 pct. ter uitloting à pari van amortisabele bewijzen; |
|
22531 |
van de rest: directie 10 pct., commissarissen 15 pct., reserve 10 pct. aan- |
|
22532 |
deelhouders 65 pct. Dividend: nihil. Het boekjaar eindigt |
|
22533 |
voortaan per ult. December. |
|
22534 |
Koersen 1910: 150-61; 1911: 853-34; 1912: 75 45}; 1913: 67-48; 1914: 58 50; 1915: 478-36. |
|
22535 |
Gebeurtenissen in 1911, Reorganisatie enz. Begin 1911 bleek de mpij. in |
|
22536 |
sterke mate te zijn betrokken bij het faillissement der Firma v. Heuckelum & |
|
22537 |
van Veen, terwijl na onderzoek bleek, dat de mpij. door fraude en wanbeheer van |
|
22538 |
enkele bestuursleden schade had geleden. Een daaromtrent uitgebracht rapport |
|
22539 |
(men zie jrg. 1912, blz. 918) concludeerde, dat het totaal bezit der mpij. op 30 Juni 1911 |
|
22540 |
een waarde had van f 838.000, exclusief de vordering (pl.m. f 800.000) in het faillisse- |
|
22541 |
ment v. Heuckelum & v. Veen en stelde voor om het kap taal te verminderen tot |
|
22542 |
៛ 800.000 (waardoor f 1.200.000 als verlies wordt afgeschreven) en de aandeelen van |
|
22543 |
f 500 terug te brengen op f 200. Er zou worden uitgegeven f 400.000 gewone aandeelen |
|
22544 |
van f 100 en 4000 amortisabele bewijzen, bij elk nieuw aandeel uit te reiken. Aan- |
|
22545 |
deelhouders konden op deze nieuwe aandeelen à pari inschrijven (anderen à 115 pct.). |
|
22546 |
De amortisatiebewijzen zijn losbaar door uitloting met / 100 en wel: a. uit de baten |
|
22547 |
uit het faillissement v. Heuckelum & v. Veen; b. uit 40 pct. van de opbrengst van |
|
22548 |
den eventueelen verkoop van landen; c. uit 50 pct. der overwinst na betaling van |
|
22549 |
6 pct. aan aandeelhouders. |
|
22550 |
Eind 1911 werd een reorganisatieplan, als in het rapport voorgesteld, aangeno- |
|
22551 |
men. |
|
22552 |
Uit Verslag 1915. Meuntah. De groei der Hevea's is zeer goed. Circa 20.000 |
|
22553 |
boomen zijn in tapping; de oogst beliep 8430 K.G .; vermoedelijk zal dit aantal in |
|
22554 |
de tweede helft van 1916 met circa 10.000 boomen vermeerderd worden. De oogst |
|
22555 |
wordt op circa 20.000 K.G. geschat. De 114500 robustaboomen, die tusschen een ge- |
|
22556 |
deelte van den aanplant 1910 staan, leverden in het verslagjaar 308 picol. Op Tjikan- |
|
22557 |
tjana bestaat de Hevea-aanplant uit circa 35.000 boomen. Geoogst werden 3607 K.G. |
|
22558 |
van 3000-3500 boomen. De sereholieproductie beliep 20.099 K.G., verkocht à f 4.per K.G. |
|
22559 |
Taxatie 1916: 21.000 K.G. |
|
22560 |
Voor de Balansen per 30 Juni 1911 en 1 Juli 1911 zie men jaargang 1912, blz. 916. |