|
40889 |
1166 SPOORWEGFONDSEN. |
|
40890 |
het bedrag, waarmede het batige saldo der winst- en verliesrekening op |
|
40891 |
grond van bovenstaand verhoudingscijfer vastgesteld, een bedrag ad 4 pct. |
|
40892 |
over het gestorte kapitaal overtreft, tenzij het geheele aandeel der mpij. in |
|
40893 |
het batig saldo meer dan 63 pct. van het kap. beloopt, in welk geval van |
|
40894 |
dat meerdere 4/3 aan den staat en 1/5 aan de mpij. komt. Van het aan de |
|
40895 |
mpij. komende wordt eerst 4} pct. dividend aan aandeelhouders uitgekeerd; |
|
40896 |
van het meerdere komt: 95 pct. aan de aandeelhouders en 5 pct. aan de |
|
40897 |
oprichters. Wat betreft de uitkeering op de oprichtersbewijzen zie men |
|
40898 |
bij de H. IJ. S. M. sub 4 der overeenkomst met de S. S. Aandeelen |
|
40899 |
groot f 250, aan toonder en volgestort. Er zijn 500 bewijzen van |
|
40900 |
oprichtersrechten, welke bij uitgiften van nieuwe obligatiën op de |
|
40901 |
helft daarvan voorkeursrecht hebben. Dividendgarantie 1914: zie |
|
40902 |
onder „Mobilisatie“. Dividenden in guldens per aandeel, be- |
|
40903 |
ginnende met 1869: 11.875, 13.75, 14.17, 13.85, 10.60, nihil, 11.25, 12.935, 12.50, |
|
40904 |
12.43, 13 .- , 1880: 12.80, 13.45, 13.75, 12.50, 11.40, 11.75, 12.18, 12.735, 13.93, |
|
40905 |
13.935, 1890: 14.38, 10 .- , 3.20, 8.75, 5 .- , 8.125, 10 .- , 10 .- , 11.25, 12.50, 1900: |
|
40906 |
12.50, 11.875, 11.875, 11.50, 11.25, 11.50, 11.50, 7.50, 7.50, 7.50, 10, 10, 12.50, |
|
40907 |
12.50, 7.50, 12.50 en f 12.50 (no. 49, vanaf 2 Juli 1917). Bewijs van oprichters- |
|
40908 |
rechten, in guldens per bewijs van af 1869: 6.27, 10.71, 16.73, 16.56, 0, 0, 0, |
|
40909 |
14.205, 11.25, 10.71, 15 .- , 13.75, 15.74, 19.13, 8.15, 1 .- , 3.56, 6.78, 10.835, 19.64, |
|
40910 |
19.76; 1890: 23.11, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 0, 12.90, 12.815, 6.47, 6.46, 2.48, 0, 2.60 |
|
40911 |
en 2.48; 1907-1911: nihil; 1912 en 1913: f 12.57 en f 13.28 (no. 28); 1914: |
|
40912 |
nihil; 1915 en 1916: f 13.40 en f 13.40 (no. 30). |
|
40913 |
1890 1900 1905 1906 1907 1908 1909 1910 1911 1912 1913 1914 |
|
40914 |
Laagste koers 130 105 101 109 100% 92 86% 81 85 91} 95 95% |
|
40915 |
Hoogste koers 145 113 110 116 110 1072 942 902 98 99% 103₺ 103 |
|
40916 |
31 December 125 109 104 급 109g 103 928 89₺ 862 92 95 98 95%*> |
|
40917 |
*) Koers van 28 Juli 1914. |
|
40918 |
1915: 898 794; 1916: 1024-84}. |
|
40919 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 5 pcts. Leening |
|
40920 |
1915. Van deze leening, groot f 20.000.000, goedgekeurd door aandeel- |
|
40921 |
houders bij besluit van 22 Juni 1914, werden uitgegeven de le-12e serie, |
|
40922 |
elk groot f 1.000.000. De inschrijving op deze obligatiën was op 1 Juni |
|
40923 |
1915 bij de Factorie der Staatsspoorwegen, te Amsterdam, opengesteld tot |
|
40924 |
den koers van 98 pct., met voorkeursrecht voor aandeelhouders en op- |
|
40925 |
richters, in verhouding van 12 : 1. Obligatiën, groot f 1000; c o u- |
|
40926 |
pons per 1 Mei en 1 November. Aflossing à pari in 60 jaren; uit- |
|
40927 |
loting in October, losbaar 1 Mei d.a.v. Op 1 Mei 1916 wordt voor het. |
|
40928 |
eerst f 34.000 aflosbaar gesteld en verder op 1 Mei van elk volgend jaar |
|
40929 |
zoodanige som als de ten vorigen jare losbaar gestelde bedraagt, plus |
|
40930 |
vrijgevallen rente daarvan. Geheele of gedeeltelijke aflossing niet vóór |
|
40931 |
1920 geoorloofd. Bij naasting door den Staat is deze bevoegd zich in de |
|
40932 |
plaats der Maatschappij te stellen. Uitstaand bedrag op 31 Dec. 1916: |
|
40933 |
f 11.931.00. |
|
40934 |
Koersen 1915: 103-1005/16; 1916: 1053-101}. |
|
40935 |
Mij. t. Expl. v. Staatsspoorwegen, 4} pcts. Leening |
|
40936 |
van 1913 en 1914. Van deze leening, groot f 20.000.000, goedgekeurd |
|
40937 |
op de algemeene vergadering, gehouden 19 Juni 1913, werden uitgegeven de |
|
40938 |
le-10e serie, elk groot f 1.000.000. De inschrijving op deze obligatiën |
|
40939 |
stond open op 10 September 1913 met voorkeursrecht voor aandeelhouders |