|
4188 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 513 |
|
4189 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotternamsche Bankveree- |
|
4190 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oyene & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
4191 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
4192 |
in 1917 zie men aan het eind van dit deel. Bij de toewijzing |
|
4193 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
4194 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
4195 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
4196 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
4197 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B; van het restant |
|
4198 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
4199 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
4200 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
4201 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
4202 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
4203 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
4204 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
4205 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen boven de eerder genoemde |
|
4206 |
6 pct., nl. 4 pct. over het door hen gestorte bedrag; voor elk percent dat |
|
4207 |
meer wordt uitgekeerd, wordt op de pref. winstdeelende aand. B 1/10 pct. |
|
4208 |
betaald, met een maximum van 2 pct. Wat dan nog overschiet komt ten |
|
4209 |
goede aan de gewone aandeelen. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
4210 |
Dividend gewone aandeelen 1906-1916: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, |
|
4211 |
20, 20, 25 en 25 pct .; dividend preferente aandeelen: se- |
|
4212 |
dert 1910 telkens 6 pct .; dividend pref. winstdeelende |
|
4213 |
aandeelen 2e halfjaar 1914: 3} pct .; 1915 en 1916 6 pct. plus 1} pct. |
|
4214 |
extra. Directeuren: Anton Jurgens H.zn., Frans Jurgens en Rudolf |
|
4215 |
Jurgens te Nijmegen. Commissarissen: Mr. J. J. I. Harte |
|
4216 |
van Tecklenburg, Mr. F. S. van Nierop, W. Westerman en A. D. de |
|
4217 |
Marez Oyens. 5 pcts. obligatiën, groot f 1000, met coupons |
|
4218 |
per 2 Januari en 1 Juli. Leening groot f 2.500.000, waar- |
|
4219 |
van op f 2.000.000 op 16 Juli 1906 bij de Amsterdamsche Bank, Labouchère |
|
4220 |
Oyens & Co.'s Bank en de Rotterdamsche Bank de inschrijving was open- |
|
4221 |
gesteld, tot den koers van 992 pct. Aflosbaar, door uitloting in No- |
|
4222 |
vember, à pari in hoogstens 25 jaren, jaarlijks minstens f 100.000, betaalb. |
|
4223 |
2 Januari d.a.v. Het uitstaand bedrag dezer leening op 1 Jan. 1917 beliep |
|
4224 |
f 1.400.000. Gewaarborgd voor rente en aflossing door: Ant. Jur- |
|
4225 |
gens' Margarinefabrieken voor een bedrag van f 660.000, de Holländische |
|
4226 |
Margarine-Werke Jurgens & Prinzen G.m.b.H. voor f 1.410.000, Société |
|
4227 |
Anonyme „Union”, Merxem-Anvers voor f 220.000, Rositzky & Witt, G.m.b.H. |
|
4228 |
voor f 140.000 en Krog & Ewers G.m.b.H. voor f 70.000, te zamen derhalve |
|
4229 |
voor f 2.500.000. Tot zekerheid van deze borgtochten werden door de vier |
|
4230 |
eerstgenoemde borgen - Krog & Ewers, G.m.b.H. bezitten geene onroeren- |
|
4231 |
de goederen - tot ongeveer het bedrag, waarop hare vaste eigendommen |
|
4232 |
op 31 December 1905 in hare balans voorkwamen, eerste hypothecaire in- |
|
4233 |
schrijvingen verleend en wel door de eerste eene van f 350.000, door de |
|
4234 |
tweede eene van Rm. 1.000.000, door de derde eene van frs. 270.000 en door |
|
4235 |
de vierde eene van Rm. 160.000. Beheerder der Obligatielee- |
|
4236 |
ning is de Amsterdamsche Bank. |
|
4237 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1917|18. XV1. 33 |