|
3763 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 523 |
|
3764 |
en exploiteert fabrieken te Amsterdam, Bussum en Weenen. |
|
3765 |
Directeuren: G. Bensdorp, Dr. A. S. van Nierop en Dr. H. W. |
|
3766 |
M. Nijdam. Commissarissen: X. Keller, voorzitter, F. Th. Everard, |
|
3767 |
H. van Kempen en Mr. K. J. Philips. Kapitaal: f 456.000 gewone |
|
3768 |
aandeelen, elk groot f 1000, geheel in portefeuille, f 1.600.000 5 pcts. pre- |
|
3769 |
ferente aandeelen, waarvan f 1.586.000 uitgegeven, terwijl 456 oprichters- |
|
3770 |
bewijzen uitstaan; voorts zijn uitgegeven 5408 winstbewijzen, waarvan |
|
3771 |
uit de winst van 1912-1916 telkens 1000 stuks en uit de winst 1917 het |
|
3772 |
restant ad 498 stuks werd afgelost telkens met f 100 per stuk. In 1909 werden, |
|
3773 |
bij de beëindiging der surcéance van betaling, 216 gewone en 240 pre- |
|
3774 |
ferente uitstaande aandeelen ingetrokken en hiervoor de genoemde 456 |
|
3775 |
oprichtersbwijzen uitgegeven (welke na aflossing der winstbewijzen weder in |
|
3776 |
gewone aandeelen kunnen worden omgewisseld en welke aandeelen uit het |
|
3777 |
reservefonds zullen worden volgestort) en ontvingen crediteuren voor het |
|
3778 |
onbetaalde deel hunner vorderingen preferente aandeelen en winstbewijzen. |
|
3779 |
Deze winstbewijzen ontvangen f 4 per jaar uit de winst vanaf 1910, en zijn |
|
3780 |
vanaf 1912 aflosbaar (hoogstens 1000 stuks per jaar) met f 100. Winst- |
|
3781 |
verdeeling: eerst 4 pct. cumulatief aan winstbewijzen, daarna wordt |
|
3782 |
(voor 1911 : het restant aan het reservefonds gedoteerd) vanaf 1912 hoogstens |
|
3783 |
f 100.000 voor aflossing van winstbewijzen besteed; daarna aan preferente |
|
3784 |
aandeelen 5 pct. (cumulatief vanaf 1910); van het restant: 10 pct. aan het |
|
3785 |
reservefonds, hetwelk tot hoogstens f 300.000, nà eventueele volstorting der |
|
3786 |
bovengenoemde, voor oprichtersbewijzen in te wisselen gewone aandeelen, |
|
3787 |
(zie boven) wordt opgevoerd; 15 pct. directie, 75 pct. aan oprichtersbewijzen |
|
3788 |
of daarvoor verwisselde gewone aandeelen. In 1909 werd een 5 pcts. hypothe- |
|
3789 |
caire obligatieleening gesloten, groot f 1.350.000, waarvan op 3 Januari |
|
3790 |
1918 uitstond f 1.081.000. Op 17 Juli 1911 was, ten kantore der Finantiëele |
|
3791 |
Maatschappij voor Nijverheidsondernemingen op f 1.100.000 dezer 5 pcts. |
|
3792 |
hypotheek-obligatiën, tot den koers van 982 pct. de inschrijving |
|
3793 |
opengesteld. Stukken groot f 1000, coupons per 2 Januari en 1 Juli. |
|
3794 |
Aflos ba ar à pari door uitloting op 2 Januari, in 1912-1935: 29, 32, 32, 35, |
|
3795 |
36, 38, 39, 42, 44, 46, 48, 51, 53, 56, 59, 62, 65, 68, 71, 75, 79, 82, |
|
3796 |
87 en 93 obligatiën, met recht tot vervroegde geheele aflossing. De leening |
|
3797 |
heeft eerste hypothecair verband op de fabrieken te Amsterdam en Bus- |
|
3798 |
sum. Trustee: de Financieele Maatschappij voor Nijverheidsonderne- |
|
3799 |
mingen. Voorts heeft de Holländische Cacao- und Chocoladefabriken |
|
3800 |
Bensdorp & Co. te Kleef Rm. 400.000 hypotheek verleend op hare fabrieken |
|
3801 |
te Kleef, terwijl de (daartoe opgerichte) Waarborgmaatschappij Döbling ga- |
|
3802 |
rante is voor f 500.000, voor welke som zij hypotheek op de fabrieken te |
|
3803 |
Weenen heeft verkregen. Dividend gewone aandeelen (sedert 1909 |
|
3804 |
ingetrokken) 1899-1906: 5, 10, 7, 10, 10, 11, 7 en 12; 1907-1909: nihil. Di- |
|
3805 |
vidend preferente aandeelen 1899-1903: 4 pct .; 1904-1917: |
|
3806 |
5, 4, 6, 0, 0, 0, 5, 5, 0, 6, 9, 0, 5 en 5 pct. Uitkeering winst- |
|
3807 |
bewijzen (sedert uit de winst 1917 geheel afgelost) 1910-1917: telkens: |
|
3808 |
f 4 per jaar. Uitkeering oprichtersbewijzen: Voor het |
|
3809 |
eerst in 1914 f 285. In 1916 en 1917: nihil en f 500 per stuk. |
|
3810 |
Koersen 1911: 989-984; 1912: 962-91; 1913: 88-841; 1914: 853-85; 1915: 91-843. |
|
3811 |
1916: 91-86%; 1917: 97-85. |
|
3812 |
Boekjaar 1916. In het verslag 1916 werd o. m. medegedeeld, dat de fabriek |
|
3813 |
te Weenen wegens gebrek aan grondstoffen geheel stilstaat. |