Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1918 | vanoss_1918-19_domestic |
897 | 833 | content | 1754 × 2449 | 1918/27938 |
Blocks on this page 1
Company header
Mijnbouw Maatschappij "Paleleh"
Main
Page content 53
| 21071 | MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 833 |
| 21072 | Mijnbouw Mpij. Paleleh, te Batavia. Opgericht 7 Sept. 1905. |
| 21073 | Duur tot 31 December 1972. Deze maatschappij kwam voort uit de in |
| 21074 | liquidatie getreden Nederlandsch-Indische Mijnbouw Mpij. (zie jaargang |
| 21075 | 1906). Doel: De overname en exploitatie van alle baten der N .- I. |
| 21076 | Mijnbouw-Maatschappij en van de ingebrachte concessie Paleleh c.a. (zonder |
| 21077 | schulden enz.), en dientengevolge het doen van mijnbouwkundige onder- |
| 21078 | zoekingen en opsporingen, enz .. Concessie: De concessie Paleleh werd |
| 21079 | op 29 Juli 1897 verleend voor den tijd van 75 jaren, en strekt tot het winnen |
| 21080 | van goud, zilver, koper, lood enz. voor een mijnveld gelegen in het land- |
| 21081 | schap Bwool, met een oppervlakte van 30.000 bouws. De cijns bedraagt 10 |
| 21082 | pct. van de netto-opbrengst, terwijl het vast recht 25 pct. per bouw bedraagt. |
| 21083 | Directeur: J. G. H. de Voogt. Commissarissen: P. |
| 21084 | Landberg, Mr. 'A. J. G. Maclaine Pont en Mr. J. H. de Meyier. G e- |
| 21085 | delegeerd Commissaris voor Nederland: J. J. W. H. van der |
| 21086 | Toorn. Directeur en commissarissen moeten (behalve de gedelegeerde) in |
| 21087 | de residentie Batavia woonachtig zijn. Kapitaal f 5.000.000, verdeeld |
| 21088 | in f 2.900.000 preferente aandeelen, waarvan f 1.975.400 uitstaande en |
| 21089 | f 2.100.000 gewone aandeelen. |
| 21090 | Uitvoerige bijzonderheden omtrent de eerste reorganisatie zijn laatstelijk |
| 21091 | vermeld in den jaargang 1907, blz. 716 en het voorstel van het bestuur later |
| 21092 | door haar teruggenomen, tot kapitaalsreductie in jaargang 1914 |
| 21093 | blz. 934. Aandeelen groot f 100 en f 500, alle geplaatst. |
| 21094 | Preferente aandeelen groot f 100, waarvan op 31 De- |
| 21095 | cember 1917 f 1.975.400 was geplaatst. Voor preferentie zie on- |
| 21096 | derstaande winstverdeeling. Voorts zijn er uitgegeven 4200 winst- |
| 21097 | bewijzen aan toonder, welke alleen recht hebben op een |
| 21098 | aandeel in de winst (zie hieronder). Winstverdeeling: Eerst wordt |
| 21099 | 73 pct. dividend op de preferente aandeelen uitgekeerd; mocht over eenig |
| 21100 | voorgaand jaar de winst niet toegelaten hebben die uitkeering te |
| 21101 | doen, dan wordt niet tot verdere winstverdeeling overgegaan, voor- |
| 21102 | dat op de preferente aandeelen 73 pct. dividend, over elk voorgaand |
| 21103 | jaar berekend, te goed is gedaan. Van de overwinst komt aan: het reserve- |
| 21104 | fonds 10 pct .; den directeur 5 pct .; commissarissen 10 pct. en de houders |
| 21105 | van winstbewijzen 15 pct. Van de dan overblijvende zestig percent wordt |
| 21106 | zoo mogelijk zeven en een half pct. dividend over het afgeloopen jaar uit- |
| 21107 | gekeerd op de gewone aandeelen. Het alsdan overblijvende wordt gelijke- |
| 21108 | lijk over alle, zoo preferente als gewone, aandeelen verdeeld. Houders van |
| 21109 | preferente aandeelen zijn bij ontbinding der vennootschap bevoorrecht op |
| 21110 | de opbrengst der baten na aftrek van de schulden tot het nominaal bedrag |
| 21111 | hunner aandeelen en hetgeen daarop aan dividend berekend naar den regel |
| 21112 | der winstverdeeling, mocht zijn onbetaald gebleven. Aandeelen Ned .- |
| 21113 | Ind. Mijnbouw Mpij. Zooals in den jaargang 1907 medegedeeld, |
| 21114 | konden aandeelhouders der Ned. Ind. Mijnbouw Mpij. onder afgifte van |
| 21115 | f 1000 hunner aandeelen en tegen betaling van f 100 inschrijven op een |
| 21116 | preferent aandeel van f 100, en zouden zij dan bovendien nog ontvangen |
| 21117 | f 500 in gewone aandeelen der nieuwe maatschappij en één winstbewijs. |
| 21118 | Voor hetgeen bepaald werd aangaande aandeelhouders dier mpij., die niet |
| 21119 | toetraden zie men bij „Ned. Ind. Mijnbouw Mpij“., jaargang 1909, blz. 758. |
| 21120 | In October 1910 werden de stukken Paleleh, welke voor inruiling tegen |
| 21121 | stukken. N. I. Mijnbouw Mpij. waren bestemd, gerealiseerd en de opbrengst |
| 21122 | verdeeld onder de houders der waardeloos geworden aand. N. I. Mijnb. Mpij. |
| 21123 | VAN Oss, Effectenboek voor 1918|19. XVI1. 1 53 |