Page 1292 in yearbook 1920

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1920 vanoss_1920_domestic 1292 1224 content 1667 × 2400 1920/30969

Blocks on this page 1

Profit and loss General Provision Company
Main
16952
11 lines

Page content 67

The raw OCR output of this page, line by line.
42142 1224 DIVERSEN.
42143 DEBET WINST- EN VERLIESREKENING OVER 1916. CREDIT.
42144 Onkosten f 61.180.59 Saldo Ao. Po. f 2.873.424
42145 Id. nog te betalen 9.550 .- Goederen 268.433.974
42146 Loonen, salarissen 40.211.40} Gener. Prov. Cy. London 2.968.64
42147 Interest 8.078.33
42148 Reserve coupons 3.150 .-
42149 Rijksretributie 103.425.30
42150 Gener. Trad. Cy. Berlijn 6.424.05
42151 Gen. Prov. Cy. London 2.963.77
42152 Saldo winst1) 39.292.59%
42153 f 274.276.04 274.276.04
42154 De financieele plannen van 1918. Liquidatie. Naar in een circulaire
42155 van Februari 1918 werd medegedeeld, was het voor het crediet der Mpij. in het
42156 buitenland noodig over te gaan tot afschrijving van 10 pct. op de preferente en
42157 van 5 pct. op de gewone aandeelen. Deze kapitaalsreductie is in Febr .- April 1918
42158 voltrokken. Tevens bleek het wenschelijk tot uitbreiding der kasmiddelen over
42159 te gaan. Wat het eerste punt, de kapitaalsreductie, betreft, zij er op gewezen dat
42160 aan de aandeelhouders der voormalige General Trading Co. destijds ,,om niet" ge-
42161 wone aandeelen der General Provision werden uitgereikt. Voor deze transactie werd
42162 de rekening „Overname General Trading Co." gedebiteerd, op welke rekennig het
42163 bestuur, ten einde tot een meer gezonde kapitalisatie te komen, een ruime afschrij-
42164 ving wenschte toe te passen. Ter betaling van schulden der geliquideerde General
42165 Trading Co. waren daarenboven preferente aandeelen afgegeven en daar tegenover
42166 dit deel van het kapitaal nimmer een realiseerbaar actief heeft bestaan, wenschte
42167 de directie tot een reductie van het preferente kapitaal over te gaan.
42168 Het tweede punt, de uitbreiding der kasmiddelen, vindt men in een circulaire aan
42169 het einde van deel I, jaarg. 1918/19 uitvoerig toegelicht. Tot dat doel hadden aandeel-
42170 houders in een verg. van 29 Jan. 1918 besloten tot het creëeren eener 5 pct. obli-
42171 gatieleening, groot f 1.250.000, deelende voor 55 pct. in de overwinst. Bepaald
42172 werd dat, te beginnen met 1920, jaarlijks f 10.000 voor uitloting der oblig. à pari of
42173 inkoop ter beurze zou worden gereserveerd. Voor elke uitgelote oblig. zou een action
42174 de jouissance worden uitgereikt met recht op genoemde 55 pct. der overwinst. Voor-
42175 loopig zouden f 750.000 obligatiën worden uitgegeven. De voorwaarden, waarop deze
42176 oblig. zouden worden uitgegeven, vindt men eveneens in genoemde circulaire afge-
42177 drukt. Deze transactie is echter niet doorgegaan. In een verg. van 17 April 1918
42178 werd o.m. medegedeeld, dat de heer K. Ph. Eilers als directeur der Venn. en de
42179 heeren P. Humfeld en W. P. de Vries als commissarissen ontslag hadden genomen,
42180 wegens de weinige medewerking van aandeelhouders om de Venn. financieel onafhan-
42181 kelijk te maken. Den volgenden dag besloot men de Venn. in liquidatie te doen
42182 treden. Aan liquidateuren werd toen volmacht verleend om zooveel mogelijk in het be-
42183 lang van de obligatiehouders en aandeelhouders op te treden en te trachten de hoogst
42184 mogelijke aanbieding te krijgen voor goederen en gebouwen. Echter zijn er daarbij
42185 langzamerhand moeilijkheden ontstaan. De rechtskundige adviseurs der vennoot-
42186 schap maakten er liquidateuren opmerkzaam op, dat, in geval van liquidatie, obli-
42187 gatiehouders preferente crediteuren zouden zijn. Het oude bestuur heeft indertijd
42188 de maatschappij geholpen met f 70.000, ten opzichte waarvan zij zich tevreden stellen
42189 met gelijkberechtiging met obligatiehouders. Te betalen was f 1300 aan erfpacht en
42190 ook liep er een klein bedrag advertentie-contracten. Voor het betalen van die kleine
42191 schulden was het noodig, dat obligatiehouders hun toestemming gaven. Op de
42192 buitengew. vergadering van 23 Mei 1918 legde de voorzitter er den nadruk op, dat
42193 daarmede een geforceerde liquidatie werd voorkomen, welke niet in het belang kon
42194 zijn van obligatiehouders. Hij verzekerde, dat van verschillende zijden aanbiedingen
42195 waren ingekomen, die waarschijnlijk zouden leiden tot zeer voordeeligen verkoop der
42196 gebouwen. Ook waren er verschillende goederen voorradig, maar het was natuurlijk
42197 niet te zeggen wat die zouden opbrengen, gezien het uitvoerverbod. Van het filiaal
42198 te Londen was f 25.000 tegoed, die bij een groote bank in contanten aanwezig waren.
42199 Het was echter niet mogelijk dit geld thans uit Londen te krijgen, omdat de Engel-
42200 sche regeering remise weigerde. Voorts liep er een proces met een firma in Mann-
42201 heim over een vordering van ca. f 30.000, welk proces er, volgens rechtskundige advi-
42202 seurs, goed voor stond. Op grond van het bovenstaande drong spreker er op aan,
42203 dat obligatiehouders aan liquidateuren gelijke volmachten verleenen als door aan-
42204 deelhouders was geschied. De gevraagde volmacht werd verleend, terwijl liquida-
42205 teuren zouden worden bijgestaan door een commissie van medewerking uit de obli-
42206 gatiehouders. Daarin werden benoemd de heeren J. F. H. Rabus en J. T. Mescher.
42207 De voorzitter deelde op een desbetreffende vraag mede, dat de opbrengst der ge-
42208 bouwen kon worden aangenomen op f 100.000, terwijl als verdere activa te beschouwen