|
5074 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 553 |
|
5075 |
werd gewijd aan de statutaire positie der aandeelen B. no's 1-7000. De Directie der |
|
5076 |
N.V. Anton Jurgens' Ver. Fabrieken richtte daarop een schrijven aan de redactie |
|
5077 |
van de „N. F. & K.” (zie de correspondentierubriek dezer courant van 28 Augustus |
|
5078 |
1918) waarin zij aan het slot mededeelt: „Eigenmachtig kunnen wij aan de houders |
|
5079 |
van aandeelen B niet tegemoetkomen, doch wij zijn in hun belang bereid aan |
|
5080 |
Commissarissen voor te stellen, uit billijkheidsoverwegingen, een door ons inmiddels |
|
5081 |
uitgewerkt plan te aanvaarden, hetwelk beoogt de houders dier aandeelen voor de |
|
5082 |
toekomst te vrijwaren tegen eene teleurstelling als bereids door hen werd onder- |
|
5083 |
vonden. Wij hopen de beslissing van Commissarissen ten spoedigste te kunnen mede- |
|
5084 |
deelen." In deze kwestie werd in de alg. verg. van 24 Jan. 1919 het volgende voor- |
|
5085 |
stel van het bestuur aangenomen: „Voor de uitbetaling der in de toekomst ver- |
|
5086 |
„vallende dividenden op de cum. pref. winstdeelende aandeelen B., nos. 1 tot en |
|
5087 |
„met 7000, welke in Nederland betaalbaar zijn, zal, zoolang de zichtkoers op Londen |
|
5088 |
„minder dan f 12 bedraagt, een herleidingskoers van f 12 worden aangenomen, voor |
|
5089 |
„zoover de winsten der vennootschap toelaten zulks te doen zonder nadeel voor de |
|
5090 |
„overige houders van cum. pref. winstdeelende aandeelen B." |
|
5091 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bankveree- |
|
5092 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oyen & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
5093 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
5094 |
in 1917 zie men aan het eind van dit deel. Bij de toewijzing |
|
5095 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
5096 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
5097 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
5098 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
5099 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |
|
5100 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C, van het restant |
|
5101 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
5102 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
5103 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
5104 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
5105 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
5106 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
5107 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
5108 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
5109 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
5110 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
5111 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
5112 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
5113 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
5114 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
5115 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
5116 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders |
|
5117 |
van gewone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt even- |
|
5118 |
wel te voren 2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, |
|
5119 |
aan commissarissen uitgekeerd. Wat dan nog overschiet komt ten |
|
5120 |
goede aan de gewone aandeelen. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
5121 |
Dividend gewone aand. 1906-1918: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, |
|
5122 |
25, 25, 25 en 15 pct .; dividend preferente aandeelen: se- |
|
5123 |
dert 1910 telkens 6 pct .; dividend pref. winstdeelende |
|
5124 |
aandeelen 2e halfjaar 1914: 33 pct .; 1915, 1916 en 1917 6 pct. plus 1} pct. |
|
5125 |
extra, 1918: 6 pct. plus 4 pct. extra. Directeuren: Anton Jurgens |
|
5126 |
Hzn. en Frans Jurgens. Commissarissen: Mr. J. J. I. Harte van |
|
5127 |
Tecklenburg, C. E. ter Meulen, I. IJssel de Schepper, W. Westerman en A. |
|
5128 |
D. de Marez Oyens. 5 pct. obligatiën, groot f 1000, met co u- |