|
32997 |
1080 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
32998 |
onjuist inzicht getuigt. Men spreekt van de mogelijkheid van hooger beroep en |
|
32999 |
van den langen duur zoodaniger appel-instantie. Welnu, van hooger beroep kan |
|
33000 |
geen sprake meer zijn, om de eenvoudige reden, dat de zaak in eerste instantie |
|
33001 |
behandeld is voor het Kantongerecht, zoodat de Rechtbank reeds in hooger beroep |
|
33002 |
gevonnist heeft. Mogelijk is alleen nog maar een beroep in cassatie, dus een onder- |
|
33003 |
werpen van het vonnis der Rechtbank aan het eindoordeel van den Hoogen Raad |
|
33004 |
der Nederlanden. Natuurlijk zal een beroep in cassatie wel niet uitblijven. Wie, |
|
33005 |
zooals de ex-directeur Deen, veroordeeld is tot vergoeding van kosten, schaden en |
|
33006 |
interesten, waarvan het bedrag nader is op te maken in eene liquidatie-procedure |
|
33007 |
(een z.g. staatproces) en weet, dat de tegenpartij het bedrag denkt op te voeren |
|
33008 |
tot bijna vijf millioen gulden, die grijpt uitteraard elk middel aan, om aan die |
|
33009 |
liquidatie-procedure te ontkomen. Welke cassatie-middelen de raadslieden van den |
|
33010 |
veroordeelde zullen weten te bedenken, dat moet men afwachten. Tot en met 28 |
|
33011 |
September a.s. kan de dagvaarding in cassatie worden uitgebracht. Het proces in |
|
33012 |
cassatie pleegt nooit lang te duren. Meestal loopt het binnen zes maanden af en |
|
33013 |
dat zal ook wel in deze zaak het geval zijn. Verwerpt de Hooge Raad de cassatie, - |
|
33014 |
dan is en blijft de veroordeeling, door de Haagsche Rechtbank uitgesproken, onaan- |
|
33015 |
tastbaar, zoodat de liquidatie der te betalen schadevergoeding dan door de Perlak |
|
33016 |
Petroleum Maatschappij bij de Haagsche Rechtbank kan worden aanhangig ge- |
|
33017 |
maakt. Aanvaardt de Hooge Raad daarentegen de cassatie (hetgeen alleen dan |
|
33018 |
mogelijk is als naar zijn oordeel de Rechtbank in haar vonnis eene wetsbepaling |
|
33019 |
verkeerd toegepast of geschonden heeft), dan gaat de zaak terug naar de Recht- |
|
33020 |
bank, opdat deze met inachtneming van het arrest van den Hoogen Raad de zaak |
|
33021 |
opnieuw beslisse en dan kan het nieuwe eindvonnis nog wel een jaar of meer op |
|
33022 |
zich laten wachten. |
|
33023 |
Ook over de mogelijkheid, om eene tegen den ex-directeur Deen verkregen veroor- |
|
33024 |
deeling te executeeren, vindt men in de pers beschouwingen, die minder juist schij- |
|
33025 |
nen. Het moge waar zijn, dat Deen, schier onmiddellijk nadat de Perlak Petroleum |
|
33026 |
Maatschappij tot het proces tegen hem besloten had, zich metterwoon te Londen |
|
33027 |
is gaan vestigen en dat hij zijn onroerend goed in Nederland heeft verkocht en |
|
33028 |
waarschijnlijk ook zijn roerend vermogen zooveel mogelijk over de grenzen heeft |
|
33029 |
gebracht. Dit neemt toch niet weg, dat executie van een vonnis niet geheel uit- |
|
33030 |
gesloten is. Wij meenen te weten, dat verleden week reeds ten verzoeke van de |
|
33031 |
Perlak Petroleum Maatschappij op een bevelschrift van den President der Haag- |
|
33032 |
sche Rechtbank een paar conservatoire beslagen ten laste van den ex-directeur zijn |
|
33033 |
gelegd, waardoor belangrijke baten, die niet naar elders in veiligheid konden wor- |
|
33034 |
den gebracht, thans worden vastgehouden ten behoeve van later verhaal. |
|
33035 |
Cassatie-beroep. Op 16 October 1920 heeft het cassatie-beroep. door den |
|
33036 |
heer Deen tegen het vonnis van de Haagsche rechtbank plaats gehad. De plei- |
|
33037 |
dooien zouden op 21 Januari 1921 worden gehouden. |
|
33038 |
Actie tegen het bestuur. Op de algemeene vergadering in 1920 deed de heer |
|
33039 |
Mr. F. J. D. Theijse, naar aanleiding van een voorstel van commissarissen om |
|
33040 |
het salaris van den directeur voor het loopende jaar vast te stellen gelijk als het |
|
33041 |
vorig jaar, een voorstel tot verhooging van het salaris tot f 10.000 voor den tijd |
|
33042 |
van vijf jaar. Na bestrijding door den rechtskundigen adviseur, Mr. Gerritsen, |
|
33043 |
werd dit voorstel met 386 tegen 54 stemmen aangenomen. De heer H. Blok Wybrandi |
|
33044 |
zal, naar gemeld werd van het verhoogde salaris geen gebruik maken. Een voor |
|
33045 |
stel van de H.H. Theyse, H. Th. Bannenberg en H. M. Nanninga tot benoeming |
|
33046 |
van een nieuwen directeur ,waar de laatste directeur op 4 Juni 1915 is benoemd |
|
33047 |
voor den tijd van 5 jaar en diens mandaat dus op 5 Juli 1920 was geeindigd", werd, |
|
33048 |
als zijnde in strijd met de statuten niet in stemming gebracht. In Augustus daarop- |
|
33049 |
volgende werden ten verzoeke van eenige aandeelhouders exploiten uitgebracht aan |
|
33050 |
den heer H. Blok Wybrandi met aanmaning om zich te onthouden van het optreden |
|
33051 |
als directeur der mpij., in verband met gepleegde onregelmatigheden1); aan de com- |
|
33052 |
missarissen, om een waarnemend directeur te benoemen en aan de Koninklijke, om |
|
33053 |
geen betaling te doen aan, noch kwijtingen te accepteeren van den heer Blok |
|
33054 |
Wybrandi, aangezien deze doordien hij het directeurschap niet of niet meer wettig |
|
33055 |
bekleedt, tot het verrichten van zulke handelingen onbevoegd zou zijn. In de alge- |
|
33056 |
meene vergadering van October, waar tegenwoordig waren 279 aandeelen, uitbren- |
|
33057 |
gende 262 stemmen en vertegenwoordigend 1797 aandeelen, uitbrengende 1631 stem- |
|
33058 |
men, kwam in behandeling het voorstel Theyse c.s. behelzende: |
|
33059 |
10. de vergadering haar afkeuring te laten uitspreken over het optreden van |
|
33060 |
den heer J. Bienfait als gedelegeerd commissaris en als waarnemend president, |
|
33061 |
alsmede van de overige commissarissen in verband met het gebeurde op de ver- |
|
33062 |
gadering van 14 Juni 1920; |
|
33063 |
20. Ontslag te verleenen aan den tegenwoordigen directeur, den heer Blok |
|
33064 |
Wybrandi, op grond van het gebeurde in deze vergadering en op grond van het |
|
33065 |
feit dat hij niet voldoende rekening heeft gehouden met de wenschen en de belan- |
|
33066 |
gen van aandeelhouders; |
|
33067 |
1) Deze onregelmatigheden bestonden volgens indieners van het voorstel uit het |
|
33068 |
niet in behandeling brengen op de Algem. vergadering van het voorstel tot benoe- |
|
33069 |
ming van een nieuwen directeur, welk voorstel door den president der vergadering |
|
33070 |
en den rechtskundigen adviseur der mpij., den heer Mr. A. W. Gerritzen, in strijd met |
|
33071 |
de statuten werd geacht. |