Page 1141 in yearbook 1921

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1921 vanoss_1921_domestic 1141 1083 content 1623 × 2375 1921/33726

Blocks on this page 1

Company header Detached block
Main
18296
3 lines

Page content 58

The raw OCR output of this page, line by line.
33206 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1083
33207 Peudawa Petroleum Maatschappij, gevestigd te Amsterdam.
33208 Opgericht 25 Juli 1912. Duur: tot 16 Augustus 1987. Doel: het
33209 winnen, bereiden, koopen en verkoopen van petroleum en andere delfstof-
33210 fen. Inbreng: Tegen het volgestorte kapitaal is ingebracht de conces-
33211 sie „Peudawa”, gelegen in het landschap Peudawa, Gouvernement Atjeh en
33212 Onderhoorigheden. Zij werd 5 Sept. 1905 voor 75 jaren uitgegeven en is
33213 409 H.A. groot. Het aan het Gouvernement te betalen vast recht bedraagt
33214 f 102.25 per jaar. Tevens werd ingebracht een royalty -contract
33215 met de „Koninklijke." Directie: H. Kerbert en A. Weiss, beiden te Am-
33216 sterdam. Commissarissen: B. Nierstrasz te Amsterdam, J. L.
33217 Pierson te Baarn en Mr. F. E. Vlielander Hein te 's Gravenhage. Kap i-
33218 taal: f 2.300.000, verdeeld in aandeelen groot f 500, geheel geplaatst
33219 en volgestort. De Heeren Adolph Boissevain & Co. te Amsterdam berichtten
33220 dat zij door bemiddeling van de Heeren Somer & de Haime van af 24 Sept.
33221 1912 door verkoop ter beurze / 800.000 aandeelen aan de markt zouden bren-
33222 gen; de eerste koers bedroeg 45} pct. De overige f 1.500.000 aandeelen werden
33223 aldus geblokkeerd, dat tot data, varieerende van 31 December 1912
33224 tot 20 Juli 1913 zekere posten aandeelen niet verkocht werden tot koersen
33225 van 60 tot 160 pct. Winstverdeeling: eerst 5 pct. dividend; van
33226 het restant 8 pct. aan het reservefonds, totdat dit f 100.000 bedraagt,
33227 waarna deze 8 pct. aan aandeelhouders komt, 10 pct. aan de directeuren,
33228 12 pct. aan commissarissen en 70 pct. aan aandeelhouders. Dividenden
33229 verjaren na 5 jaar, in welk geval deze bedragen aan het reservefonds
33230 ten goede komen.
33231 1912 1913 1914 1915 1916 1917 1918 1919 192 1920
33232 Hoogste koers 462 452 26 148 11 13 8 72 62
33233 Laagste koers 343 115 10 3 5 52 4 2 5
33234 Exploratie- en royaltycontract met de Koninklijke. De Koninklijke neemt
33235 op zich om boringen te doen tot een diepte van zoo mogelijk 1300 M. De royalty
33236 loopt van f 1.75 per ton bij 100.000 ton tot f 2 .- per ton bij 200.000 ton en tot f 2 25
33237 per ton bij meer dan 200.000 ton productie per jaar. Bij onderteekening van het
33238 contract betaalde de Koninklijke f 100.000 in contanten en zegde gedurende de
33239 eerste drie jaren f 10.000 per jaar toe. De „Koninklijke“ is bevoegd om, wanneer
33240 voor 25 Juli 1915 geen bevredigende resultaten verkregen zijn, de werkzaamheden
33241 te staken en de terreinen ter beschikking van de Peudawa te stellen Blijft zij
33242 echter met het exploiteeren doorgaan, dan garandeert zij aan de Peudawa een
33243 minimum royalty voor het 4e jaar van f 50.000, en voor het 5e jaar en de volgende
33244 jaren van f 75.000 per jaar.
33245 1915. Op de alg. verg. in Juli kwam een schrijven in van de „Koninklijke", met
33246 de mededeling, dat de exploitabelt hoeveelheden olie, uit de concessie „Peudawa"
33247 te winnen, uiterst gering worden geacht en zij daarom gebruik maakt van haar
33248 recht (zie boven) om de werkzaamheden te staken. Na deze opzegging werden
33249 met het Bestuur onderhandelingen gevoerd omtrent eene voortzetting der werk-
33250 zaamheden op het terrein der concessie Peudawa, met het resultaat, uat met
33251 opheffing van de verplichting tot betaling van minimum-royalty over dit contract-
33252 jaar, met de „Koninklijke“ is overeengekomen dat de boringen op het concessie-
33253 terrein voorloopig worden voortgezet met de bedoeling om alsnog de olielaag aan
33254 te boren. Overigens blijven de bepalingen in het oude contract, voor het geval
33255 dat er olie wordt aangeboord, van kracht. De „Koninklijke" heeft reeds geseind
33256 om op het terrein door te boren.
33257 1916. Op 10 Juni 1916 ontving de mpij. van de „Koninklijke“ een schrijven waarin
33258 werd medegedeeld dat de diepboring van put 21, op 1352 M. diepte wegens technische
33259 moeilijkheden moest worden gestaakt en het contract met ons dien.
33260 tengevolge werd opgezegd. De directe oorzaak der staking was het
33261 ombuigen der onderste pijpleiding door grondverschuiving. Het bestuur heeft ge-
33262 meend voorloopig van een liquidatie te moeten afzien daar nog voldoende gelden
33263 beschikbaar zijn om gedurende eenige jaren het aan de Nederl. Indische regeering,