Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1921 | vanoss_1921_domestic |
1173 | 1113 | content | 1660 × 2401 | 1921/33758 |
Blocks on this page 1
Company header
"Kali Telepak" Banjoewangi Rubbermaatschappij
Main
Page content 52
| 34845 | RUBBER-MAATSCHAPPIJEN. 1113 |
| 34846 | Uit Verslag 1919. Evenals in het jaar 1918, werden ook in het verslagjaar de |
| 34847 | voor verkoop gereed gekomen partijen in Indië verkocht, levering Batavia. Van |
| 34848 | den oogst 1919 werd' verkocht (uitgeleverd gewicht): 93.949.20 K.G. Hevea-sheets tot |
| 34849 | dooréén f 1.1346 per h. K.G. en 24.601.10 K.G. Hevea-crêpe tot dooréén f 1.0478 per |
| 34850 | h. K.G. Totaal netto opbrengst f 258.230.30. De kosten op den oogst bedroegen |
| 34851 | f 57.737.20, zoodat de oogstrekening een bate laat van f 200.493.10 + f 1.032.99 voor |
| 34852 | verk. gereedsch. enz., totaal f 201.526.09. |
| 34853 | „Kali Telepak”, Banjoewangie Rubbermaatschappij, |
| 34854 | gevestigd te Amsterdam. Opgericht 1 Januari 1910. Doel: het |
| 34855 | in cultuur brengen van gronden in Nederl. Indië (uitgezonderd in de |
| 34856 | residentie Soerakarta en Djokjakarta) waarover de mpij. beschikking |
| 34857 | mocht verkrijgen en het bereiden en verkoopen van producten van die |
| 34858 | gronden afkomstig of .van anderen opgekocht. Inbreng: door |
| 34859 | de in 1905 opgerichte „Vezelonderneming Banjoewangi" en de hou- |
| 34860 | ders van het erfpachtsrecht op een tweetal perceelen, te zamen groot |
| 34861 | 1523 bouws, werden deze activa ingebracht in de „Kali Telepak", tegen |
| 34862 | vergoeding van f 113.000 in geld, f 72.000 aandeelen en 48 winstbewij- |
| 34863 | zen, in welken prijs de oprichtingskosten der nieuwe maatschappij be |
| 34864 | grepen waren. De terreinen der onderneming liggen in de residentie |
| 34865 | Besoeki, district Rogodjampi, afdeeling Banjoewangi. Medio Augustus 1917 |
| 34866 | werd tegen afgifte van f 125.000 aandeelen de op Sumatra werkende onder- |
| 34867 | neming „Moesi” aangekocht per 1 Januari 1917, welke in het bezit is van |
| 34868 | het erfpachtsrecht op een perceel, genaamd „Moesi II Oost", groot 2000 |
| 34869 | bouws en gelegen in de onderafdeeling Banjoeasin afd. Palembang op Su- |
| 34870 | matra. Begin 1920 bestond de aanplant op de onderneming „Kali Telepak" |
| 34871 | uit 1214 bouws, waarvan 567} beplant met Hevea en koffie, 258} bouws |
| 34872 | met alleen Hevea en 388 bouws met alleen koffie. Op dien datum was |
| 34873 | de aanplant op de onderneming „Moesi” 650 bouws, beplant met Hevea. |
| 34874 | In totaal stonden op beide ondernemingen 273.500 Hevea-boomen. K api- |
| 34875 | taal: f 1.000.000 aandeelen, waarvan f 900.000 geplaatst. Directie: |
| 34876 | Firma Geertsema Feith & Co. te Amsterdam. Commissarissen: |
| 34877 | T. Th. Gleichman, G. Juch, A. J. W. van Hoorn en H. L. Vinke; gedele- |
| 34878 | geerd commissaris: G. G. Schriecke. Nadat reeds f 200.000 aandeelen |
| 34879 | geplaatst waren, was op 14 December 1909, ten kantore der H.H. Gleich- |
| 34880 | man & Van Heemstra te Amsterdam en Geertsema Feith & Co. te Gro- |
| 34881 | ningen, de inschrijving opengesteld op f 300.000 aandeelen, groot |
| 34882 | f 1000, tot den koers van 100 pct. Houders dezer eerste f 500.000 hebben |
| 34883 | recht van voorkeur bij latere aandeelenuitgiften. In verband met plannen |
| 34884 | tot uitbreiding van den aanplant der nieuwe onderneming werden op 21 |
| 34885 | Augustus 1917 f 125.000 aandeelen uitgegeven à 200 pct. met voorkeurs- |
| 34886 | recht voor aandeelhouders (4 : 1, no. 7) en incl. div. 1917. Op 21 Oct. 1919 |
| 34887 | stond wegens verdere uitbreidingsplannen en den bouw van een complete |
| 34888 | rubberfabriek op de onderneming „Moesi", wederom een inschrijving |
| 34889 | open bij meergenoemde emittenten en wel tot een bedrag van f 150.000 |
| 34890 | tegen 200 pct. voor vrije- en 180 pct. voor inschrijvers met voorkeurs- |
| 34891 | recht incl. div. 1919. (Voorkeursrecht 5 : 1, no. 9). Men zie voor het prospec- |
| 34892 | tus aan het einde van deel I, jaarg. 1920. Winstverdeeling: eerst |
| 34893 | 5 pct. aan aandeelhouders; van het resteerende: 5 pct. directie, 5 pct. |
| 34894 | gedelegeerd commissaris, 12 pct. commissarissen, 6 pct. winstbewijzen, |
| 34895 | 60 pct. aandeelhouders en 12 pct. reservefonds. Dividend 1910-1919: |
| 34896 | 0, 4, 4, 5, 5, 6, 8, 0, 8 en 13 pct. (no. 10, 19 Juli 1920). |