Page 1415 in yearbook 1921

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1921 vanoss_1921_domestic 1415 1353 content 1720 × 2401 1921/34000

Blocks on this page 1

Main
18745
3 lines

Page content 64

The raw OCR output of this page, line by line.
48203 DIVERSEN. 1353
48204 het einde van deel I, jaarg. 1918/19 uitvoerig toegelicht. Tot dat doel hadden aandeel-
48205 houders in een verg. van 29 Jan. 1918 besloten tot het creëeren eener 5 pct. obli-
48206 gatieleening, groot f1.250.000, deelende voor 55 pct. in de overwinst. Bepaald
48207 werd dat, te beginnen met 1920, jaarlijks f 10.000 voor uitloting der oblig. à pari of
48208 inkoop ter beurze zou worden gereserveerd. Voor elke uitgelote oblig. zou een action
48209 de jouissance worden uitgereikt met recht op genoemde 55 pct. der overwinst. Voor-
48210 loopig zouden f 750.000 obligatiën worden uitgegeven. De voorwaarden, waarop deze
48211 oblig. zouden worden uitgegeven, vindt men eveneens in genoemde circulaire afge
48212 drukt. Deze transactie is echter niet doorgegaan. In een verg. van 17 April 1918
48213 werd o.m. medegedeeld, dat de heer K. Ph. Eilers als directeur der Venn. en de
48214 heeren P. Humfeld en W. P. de Vries als commissarissen ontslag hadden genomen,
48215 wegens de weinige medewerking van aandeelhouders om de Venn. financiëel onafhan-
48216 kelijk te maken. Den volgenden dag besloot men de Venn. in liquidatie te doen
48217 treden. Aan liquidateuren werd toen volmacht verleend om zooveel mogelijk in het be-
48218 lang van de obligatiehouders en aandeelhouders op te treden en te trachten de hoogst
48219 mogelijke aanbieding te krijgen voor goederen en gebouwen. Echter zijn er daarbij
48220 langzamerhand moeilijkheden ontstaan. De rechtskundige adviseurs der vennoot-
48221 schap maakten er liquidateuren opmerkzaam op, dat, in geval van liquidatie, obli-
48222 gatiehouders preferente crediteuren zouden zijn. Het oude bestuur heeft indertijd
48223 de maatschappij geholpen met f 70.000, ten opzichte waarvan zij zich tevreden stellen
48224 met gelijkberechtiging met obligatiehouders. Te betalen was f 1300 aan erfpacht en
48225 ook liep er een klein bedrag advertentie-contracten. Voor het betalen van die kleine
48226 schulden was het noodig, dat obligatiehouders hun toestemming gaven. Op de
48227 buitengew. vergadering van 23 Mei 1918 legde de voorzitter er den nadruk op, dat
48228 daarmede een geforceerde liquidatie werd voorkomen, welke niet in het belang kon
48229 zijn van obligatiehouders. Hij verzekerde, dat van verschillende zijden aanbiedingen
48230 waren ingekomen, die waarschijnlijk zouden leiden tot zeer voordeeligen verkoop der
48231 gebouwen. Ook waren er verschillende goederen voorradig, maar het was natuurlijk
48232 niet te zeggen wat die zouden opbrengen, gezien het uitvoerverbod. Van het filiaal
48233 te Londen was f 25.000 tegoed, die bij een groote bank in contanten aanwezig waren.
48234 Het was echter niet mogelijk dit geld thans uit Londen te krijgen, omdat de Engel-
48235 sche regeering remise weigerde. Voorts liep er een proces met een firma in Mann-
48236 heim over een vordering van ca. f 30.000, welk proces er, volgens rechtskundige advi-
48237 seurs, goed voor stond. Op grond van het bovenstaande drong spreker er op aan,
48238 dat obligatiehouders aan liquidateuren gelijke volmachten verleenen als door aan-
48239 deelhouders was geschied. De gevraagde volmacht werd verleend, terwijl liquida-
48240 teuren zouden worden bijgestaan door een commissie van medewerking uit de obli-
48241 gatiehouders. Daarin werden benoemd de heeren J. F. H. Rabus en J. T. Mescher.
48242 De voorzitter deelde op een desbetreffende vraag mede, dat de opbrengst der ge-
48243 bouwen kon worden aangenomen op f 100.000, terwijl als verdere activa te beschouwen
48244 waren de vordering Mannheim ad f 30.000 en de vordering Londen ad f 25.000, totaal
48245 dus f 155.000. Als passiva stonden alleen hiertegenover een crediet-hypotheek op
48246 het gebouw aan den Cruqiusweg ad f 30.000, zoodat voor de nog overblijvende
48247 crediteuren, t.w. obligatiehouders tot een bedrag van f 200.000 en het oude bestuur
48248 ad f 70.000, resteert een bedrag van f 125.000.
48249 Op 27 Juni 1919 werd de vennootschap in staat van faillissement verklaard met
48250 benoeming van Mr. C. H. van Zeggelen, Keizersgracht 392 Amsterdam tot curator.
48251 In dit faillissement heeft een eerste uitdeeling plaats gevonden, waarbij aan de
48252 concurente crediteuren, dus ook aan de obligatiehouders, die hunne stukken ter
48253 verificatie hadden ingediend, 29 pct. werd uitgekeerd.
48254 Gebroeders Gerzon's Modemagazijnen, te Amsterdam.
48255 Opgericht 23 November 1904. Du ur: tot 31 December 1950. Do el:
48256 het drijven van den handel in manufacturen, meer in het bijzonder ge-
48257 maakte kleedingstukken en mode-artikelen, zoo voor eigen rekening als in
48258 ·commissie of in gemeenschap met anderen en wat tot een en ander, in den
48259 ruimsten zin genomen, behoort of wordt vereischt. De Firma Gebroeders
48260 Gerzon werd opgericht in 1889. In 1904 werd de firma omgezet in een
48261 Naamlooze Vennootschap. Op kleine schaal begonnen, breidde het bedrijf
48262 zich regelmatig en snel uit, zoodat het thans een der belangrijkste onder-
48263 nemingen in haar branche in ons land vormt, met drie groote winkelzaken
48264 te Amsterdam, filialen te Rotterdam, Den Haag, Leiden, Haarlem, Utrecht,
48265 Arnhem, Groningen en depots in Nijmegen en Breda. In bijna al deze
48266 plaatsen wordt het bedrijf uitgeoefend in eigen gebouwen. Waar dit niet