|
5131 |
584 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
5132 |
Néerl. de Travaux Publics" te Parijs (1911), welke beide maatschappijen |
|
5133 |
groote buitenlandsche bouwwerken uitvoeren en financieren. De in 1914 |
|
5134 |
in vereeniging met andere groote betonijzerfirma's opgerichte Compania |
|
5135 |
Constructora General te 's Hage, welker werkzaamheid zich uitstrekte over |
|
5136 |
de La Plata-Staten, trad in 1916 in liquidatie, daar het op den duur niet |
|
5137 |
mogelijk bleek in Argentinië loonende opdrachten te verkrijgen; de weinige |
|
5138 |
werken, die werden uitgevoerd, moesten met verlies worden afgesloten. |
|
5139 |
De mpij. nam in 1918 voor f 100.000 deel in het kapitaal der N. V. Koninklij- |
|
5140 |
ke Nederl. Hoogovens en Staalfabrieken, waarop tot dusverre 80 pct. gestort. |
|
5141 |
Kapitaal: thans f 4.000.000, nl. f 2.000.000 gewone- en f 2.000.000 cu- |
|
5142 |
mulatief preferente aandeelen, sedert 1 April 1920 geheel geplaatst |
|
5143 |
en volgestort. Aanvankelijk bestond het kapitaal uit f 500.000 (in |
|
5144 |
Maart 1910 verhoogd tot f 1.000.000) aandeelen. In Juni 1917 wa- |
|
5145 |
ren na onderhandsche plaatsing van f 400.000 preferente aandeelen, à |
|
5146 |
pari uitstaande f 1.000.000 gewone aandeelen, groot f 1000 en |
|
5147 |
f 1.000.000 6 pct. cumulatief preferente aandeelen, |
|
5148 |
groot f 1000. Op de 3e serie (f 100.000) aand. was van 10 tot 24 |
|
5149 |
April 1907 ten kantore der mpij. de inschrijving opengesteld à 100 pct. |
|
5150 |
voor houders van gewone- en oprichtersaandeelen en à 120 pct. voor ande- |
|
5151 |
ren. Op de 4e en 5e serie, f 200.000 aandeelen, was op 28 Juni 1910, bij de |
|
5152 |
H.H. Vermeer & Co., te Amsterdam, de inschrijving opengesteld, tot |
|
5153 |
dezelfde koersen als bij de 3e serie, met dien verstande, dat de oprichters- |
|
5154 |
aandeelen elk op 2 nieuwe aandeelen à pari, de gewone aandeelen met |
|
5155 |
5 dividendbewijzen no. 10, op één nieuw aandeel à pari konden inschrij- |
|
5156 |
ven. Op de seriën 6-10, f 500.000, stond op 20 September 1912 bij de Rot- |
|
5157 |
terdamsche Bankvereeniging en de H.H. Determeyer Weslingh & Zoon à |
|
5158 |
142 pct., inclusief half dividend over 1912, de inschrijving open, uitsluitend |
|
5159 |
voor aandeelhouders; bewijs no. 13 gaf recht van inschrijving op één nieuw |
|
5160 |
aandeel. Deze laatste uitgifte geschiedde ter bekoming van meerdere be- |
|
5161 |
drijfsmiddelen en ter volstorting van de aandeelen Sté. Franco-Néerl. de |
|
5162 |
Travaux Publics. Op 14 October 1915 stond de inschrijving open op f 600.000 |
|
5163 |
6 pct. cum. pref. aandeelen à 100 pct. incl. het halve dividend 1915, bij de |
|
5164 |
Rotterdamsche Bankvereeniging en de Nationale Bank. In Juni 1917 zijn |
|
5165 |
vervolgens f 400.000 pref. aandeelen onderhands à pari geplaatst. Op |
|
5166 |
30 Maart 1920 stond bij de Rotterd. Bankvereen. de inschrijving open op |
|
5167 |
de nog in portefeuille zijnde f 1.000.000 gewone en f 1.000.000 6 pct. cum. |
|
5168 |
pref. aand., respectievelijk tot koersen van 153} en 100 pct. incl. div. 1920. |
|
5169 |
De inschrijvingen, welke steeds op een gelijk aantal aand. van beide soorten |
|
5170 |
moesten geschieden, stond uitsluitend open voor de gewoneaandeel- |
|
5171 |
houders, welke met div.bew. no. 21 op f 1000 aandeelen van beide |
|
5172 |
soorten konden inschrijven. Men zie het prospectus aan het einde van |
|
5173 |
deel II, jaarg. 1920. Er zijn voorts 60 oprichtersaandeelen uit- |
|
5174 |
gegeven. Bij de uitgifte der eerste 5 seriën hadden de oprichtersaandeelen |
|
5175 |
recht op 1 aandeel à pari. Winstverdeeling: Eerst 10 pct. voor het |
|
5176 |
reservefonds, totdat dit 20 pct. van het gestort kapitaal heeft bereikt. |
|
5177 |
Voorts 6 pct. (cumulatief) aan houders van preferente aandeelen. |
|
5178 |
Van het resteerende 5 pct. aan houders van gewone aandeelen en |
|
5179 |
daarna f 50 per oprichtersaandeel. Het restant wordt als volgt verdeeld - |
|
5180 |
65 pct. aan houders van gew. aandeelen en houders van oprichtersaandee- |
|
5181 |
len, waarbij deze voor een gelijk deel zijn gerechtigd als gene; 25 pct. aan |