|
16295 |
786 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
16296 |
L. Zélander's Electrotechnische en Technische Han- |
|
16297 |
delsvennootschap. Gevestigd te Amsterdam. Opgericht |
|
16298 |
6 December 1916. Duur tot 31 December 1966. Do el: de handel in- en |
|
16299 |
het fabriceeren van alle electrotechnische- en technische materialen, ma- |
|
16300 |
chines en aanverwante artikelen en het verrichten van al hetgeen daarmede |
|
16301 |
in verband staat. De venn. is opgericht ter voortzetting van de zaken, die |
|
16302 |
sedert Juli 1901 onder de firma L. Zélander gedreven werden. Vóór den |
|
16303 |
oorlog van 1914/18 dreef de firma slechts voor een deel zaken voor eigen |
|
16304 |
rekening. Voornamelijk trad zij als vertegenwoordigster op van verschil- |
|
16305 |
lende vooraanstaande buitenlandsche en binnenlandsche fabrieken (w. o. |
|
16306 |
Philips Gloeilampenfabrieken). De firma is zich echter gaandeweg meer |
|
16307 |
gaan toeleggen op het doen van zaken voor eigen rekening. Naast den |
|
16308 |
handel in artikelen voor het elctro-technisch bedrijf, werd in 1917 een afdee- |
|
16309 |
ling geopend van sanitaire artikelen. De ontwikkeling van het bedrijf |
|
16310 |
maakte het in Dec. 1916 wenschelijk de firma in een naaml. venn. om te |
|
16311 |
zetten. Kapitaal thans f 2.000.000, verdeeld in f 1.000.000 gewone |
|
16312 |
aandeelen, en een gelijk bedrag 6 pct. cumulatief preferente |
|
16313 |
winstdeelende aandeelen, beide soorten groot f 1000. Ge- |
|
16314 |
plaatst zijn f 500.000 gewone- en f 500.000 preferente aandeelen. Er zijn |
|
16315 |
100 bewijzen van deelgerechtigdheid uitgegeven. Bij de oprichting bedroeg |
|
16316 |
het kapitaal f 1.000.000 gewone aandeelen, waarvan f 500.000 geplaatst, ter- |
|
16317 |
wijl in April 1918 het nom. kapitaal op f 2.000.000 werd gebracht door het |
|
16318 |
creëeren van f 1.000.000 preferente aandeelen. Voor de emissie van f 500.000 |
|
16319 |
pref. aandeelen zie men hieronder. Winstverdeeling: eerst 6 pct. |
|
16320 |
cum. aan houders van preferente aandeelen, daarna 6 pct. aan houders van |
|
16321 |
gewone aandeelen. Vervolgens wordt een gedeelte afgezonderd ten behoeve |
|
16322 |
van het personeel, terwijl het restant als volgt verdeeld wordt: aandeel- |
|
16323 |
houders 65 pct. in de verhouding van 1 pct. per preferent : 5 pct. per ge- |
|
16324 |
woon aandeel; oprichtersbewijzen 10 pct., met dien verstande dat het door |
|
16325 |
uitloting van oprichtersbewijzen vrijvallende deel dier 10 pct. voor de helft |
|
16326 |
aan den tegenwoordigen directeur en voor de wederhelft - na het aftreden |
|
16327 |
van den directeur voor het geheel - aan het voor aandeelhouders bestemde |
|
16328 |
deel der overwinst ten goede komt; directeur 15 pct. en commissarissen |
|
16329 |
10 pct. Wanneer in eenig jaar 8 pct. op de preferente en 16 pct. op de |
|
16330 |
gewone aandeelen is uitgekeerd, kan hetgeen dan nog event. voor aandeel- |
|
16331 |
houders mocht overblijven, aangewend werden voor aflossing van bewijzen |
|
16332 |
ven deelgerechtigdheid met f 1200 per stuk. Dividenden verjaren |
|
16333 |
na vijf jaar. Dividend gewone aandeelen 1917-1919: |
|
16334 |
20, 11 en 7 pct. (no. 3, 17 Mei 1920). Dividend prefe- |
|
16335 |
rente aandeelen 1918 (} jaar) op 1 Jan. 1919: 3 pct. en op 1 Juli |
|
16336 |
1919 1 pct. super-div. 1918 en 3 pct. interim 1919, totaal 4 pct .; 1919: 6.2 pct., |
|
16337 |
waarvan 3 pct. le interim (tegelijk met super-div. 1918), 3 pct. 2e interim |
|
16338 |
(2 Jan. 1920, no. 3) en 0.2 pct. super-dividend tegelijk met 3 pct. interim |
|
16339 |
over 1920 (no. 4, 1 Juli 1920). De Rotterdamsche Bankvereeniging |
|
16340 |
heeft op 25 Juni 1918 bij hare kantoren te Rotterdam, Amsterdam |
|
16341 |
en 's Gravenhage de inschrijving opengesteld op f 500.000 6 pct. |
|
16342 |
cumulatief preferente winstd. aandeelen, incl. de helft van het pref. |
|
16343 |
dividend 1918 en deelende in de volle overwinst over dat jaar. Zoowel de |
|
16344 |
preferente- als de gewone aandeelen verkregen op 6 Sept. 1918 officiëele |
|
16345 |
noteering. Voor het prospectus zie men aan het einde van Deel I, jrg. |
|
16346 |
1918/19. Directeur: L. Zélander. Commissarissen: Mr. Dr. |