|
24850 |
CULTUUR-ONDERNEMINGEN. 939 |
|
24851 |
Gewone aandeelen: |
|
24852 |
f 600.000 genomen bij de oprichting door de vroegere firmanten, de |
|
24853 |
H.H. Goldschmidt en Kleiweg de Zwaan. |
|
24854 |
,, 900.000 door publieke emissie op 4 Maart 1913 à 114 pct. met een |
|
24855 |
gegarandeerd dividend van 8 pct. over 1913-1915. |
|
24856 |
,, 1.000.000 door publieke emissie op 12 Nov. 1917 à 140 pct. incl. div. |
|
24857 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (3 : 1, div. bew. no. 6). |
|
24858 |
, 1.250.000 door publieke emissie op 9 Aug. 1918 à 140 pct. incl. div. |
|
24859 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (2 : 1 div bew. no 8). |
|
24860 |
f 3.750.000 |
|
24861 |
Emittente was telkens de Rotterdamsche Bankvereeniging (bij de eerste |
|
24862 |
emissie ook de H.H. Determeyer, Weslingh & Zn.). |
|
24863 |
6 pct. cum. pref. aandeelen: |
|
24864 |
f 1.500.000 door publieke emissie op 27 Dec. 1916 à 100 pct. met voorkeurs- |
|
24865 |
recht voor gewone aandeelhouders (1 : 1, div. bew. no. 4). |
|
24866 |
, 750.000 door publieke emissie op 9 Augustus 1918 a 103 pct. |
|
24867 |
f 2.250.000 |
|
24868 |
Emittente als boven. Voor het laatste prospectus zie men aan het einde |
|
24869 |
van deel I, jaarg. 1920. |
|
24870 |
Winstverdeeling: allereerst wordt een bedrag afgeschreven, |
|
24871 |
gereserveerd voor dubieuse debiteuren en voor speciale reserves. |
|
24872 |
Vervolgens ontvangen de houders van cum. prefer. winstd. aandee- |
|
24873 |
len tot 6 pct., waarvan ook interim-dividenden mogen worden uitgekeerd. |
|
24874 |
Van het overblijvende wordt een bedrag gereserveerd, vast te stellen door |
|
24875 |
directie en commissarissen totdat de reserve 20 pct. van het gewone aan- |
|
24876 |
deelenkapitaal bedraagt. Vervolgens wordt 5 pct. uitgekeerd op de |
|
24877 |
gewone aandeelen. Het restant wordt als volgt verdeeld: 25 pct. |
|
24878 |
aan directeuren, 10 pct. aan commissarissen, 65 pct. aan aandeelhouders |
|
24879 |
in dier voege dat eerst 1 pct. super-dividend op de gewone aandeelen wordt |
|
24880 |
uitgekeerd en het overige onder beide categoriën zoodanig wordt verdeeld |
|
24881 |
dat daaruit op ieder gewoon aandeel 5 maal zooveel wordt uitgekeerd als |
|
24882 |
op ieder preferent aandeel. Dividend gewone aandeelen |
|
24883 |
1913-1919: 8, 8, 8, 20, 25, 15 en 15 pct. (no. 11, 31 Juli 1920). Divi- |
|
24884 |
dend preferente aandeelen: 1917-1919: 9.8, 7.8 en 7.8 pct. |
|
24885 |
(waarvan een interim dividend ad 3 pct. op 2 Januari 1920 en 4.8 pct. |
|
24886 |
slotdividend (no. 7, 31 Juli 1920); 1920: 3 pct. interim (no. 8, |
|
24887 |
15 Januari 1921). Dividenden verjaren na 5 jaar. Direc- |
|
24888 |
tie: H. Goldschmidt en A. H. Kleiweg de Zwaan. Commis- |
|
24889 |
sarissen: T. F. A. Delprat en Mr. Dr. J. P. van Tienhoven, beiden |
|
24890 |
te Amsterdam en L.E. Tels, te 's Gravenhage. |
|
24891 |
Koersen aandeelen 1919: 170- 1382; 1920: 1652-75. |
|
24892 |
Koersen pref. aand. 1916: 100}; 1917: 1104 100; 1918: 1114-103; 1919: 114-101}; |
|
24893 |
1920: 103-95. |
|
24894 |
Uit Verslag 1919. Vooruitzichten. Blijkens de statistiekcijfers over het |
|
24895 |
loopende boekjaar, tot ultimo Juni ontvangen, zijn de behaalde resultaten zeer |
|
24896 |
gunstig en overtreffen belangrijk die van het afgeloopen jaar over dezelfde periode. |