|
25889 |
986 1 CULTUUR-ONDERNEMINGEN. |
|
25890 |
aandeelen, groot f 1000, waarvan geplaatst f 3.750.000 en 5000 6 pct. |
|
25891 |
cumulatief preferente winstdeelende aandeelen, groot |
|
25892 |
f 1000, waarvan geplaatst f 2.250.000. Achtereenvolgens werden geplaatst: |
|
25893 |
Gewone aandeelen: |
|
25894 |
f 600.000 genomen bij de oprichting door de vroegere firmanten, de |
|
25895 |
H.H. Goldschmidt en Kleiweg de Zwaan. |
|
25896 |
„, 900.000 door publieke emissie op 4 Maart 1913 à 114 pct. met een |
|
25897 |
gegarandeerd dividend van 8 pct. over 1913-1915. |
|
25898 |
, 1.000.000 door publieke emissie op 12 Nov. 1917 à 140 pct. incl. di -. |
|
25899 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (3 : 1, div. bew. no. 6). |
|
25900 |
„, 1.250.000 door publieke emissie op 9 Aug. 1918 à 140 pct. incl. div. |
|
25901 |
1918, uitsluitend voor aandeelhouders (2 : 1 div bew. no 8). |
|
25902 |
f 3.750.000 |
|
25903 |
Emittente was telkens de Rotterdamsche Bankvereeniging (bij de eerste |
|
25904 |
emissie ook de H.H. Determeyer, Weslingh & Zn.). |
|
25905 |
6 pct. cum. pref. aandeelen: |
|
25906 |
f 1.500.000 door publieke emissie op 27 Dec. 1916 à 100 pct. met voorkeurs- |
|
25907 |
recht voor gewone aandeelhouders (1 : 1, div. bew. no. 4). |
|
25908 |
., 750.000 door publieke emissie op 9 Augustus 1918 a 103 pct. |
|
25909 |
f 2.250.000 |
|
25910 |
Emittente als boven. Voor het laatste prospectus zie men aan het einde |
|
25911 |
van deel I, jaarg. 1920. |
|
25912 |
Winstverdeeling: allereerst wordt een door het bestuur te be- |
|
25913 |
palen bedrag afgeschreven, en eventueel gereserveerd voor dubieuse debi- |
|
25914 |
teuren, speciale reserves en voor onverdeeld winstsaldo. Vervolgens |
|
25915 |
ontvangen de houders van cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
25916 |
len tot 6 pct., waarvan ook interim-dividenden mogen worden uitgekeerd. |
|
25917 |
Van het overblijvende wordt een bedrag gereserveerd, vast te stellen door |
|
25918 |
directie en commissarissen totdat de reserve 20 pct. van het geplaatste ge- |
|
25919 |
wone aand.kapitaal bedraagt. Vervolgens wordt 5 pct. uitgekeerd op de |
|
25920 |
gewone aandeelen. Het restant wordt als volgt verdeeld: 25 pct. |
|
25921 |
aan directeuren, 10 pct. aan commissarissen, 65 pct. aan aandeelhouders |
|
25922 |
in dier voege dat eerst 1 pct. super-dividend op de gewone aandeelen wordt |
|
25923 |
uitgekeerd en het overige onder beide categoriën zoodanig wordt verdeeld |
|
25924 |
dat daaruit op ieder gewoon aandeel 5 maal zooveel wordt uitgekeerd als |
|
25925 |
op ieder preferent aandeel. Dividend gewone aandeelen |
|
25926 |
1913-1919: 8, 8, 8, 20, 25, 15 en 15 pct. (no. 11, 31 Juli 1920). Divi- |
|
25927 |
dend preferente aandeelen: 1917-1919: 9.8, 7.8 en 7.8 pct |
|
25928 |
(waarvan een interim-dividend ad 3 pct. op 2 Januari 1920 en 4.8 pct. |
|
25929 |
slotdividend (no. 7, 31 Juli 1920); 1920: 3 pct. interim (no. 8, |
|
25930 |
15 Januari 1921). Een slotdividend werd niet uitgekeerd. Dividenden v e r- |
|
25931 |
jaren na 5 jaar. Directie: H. Goldschmidt en A. H. Kleiweg de |
|
25932 |
Zwaan. Commissarissen: T. F. A. Delprat en Mr. Dr. J. P. van |
|
25933 |
Tienhoven, beiden te Amsterdam en L. E. Tels, te 's Gravenhage. |
|
25934 |
Koersen pref. aand. 1916: 100%; 1917: 1104-100; 1918: 1114-103; 1919: 114-101}; |
|
25935 |
1920: 103-95. |