Page 1203 in yearbook 1922

Page 1203 in yearbook 1922

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1922 vanoss_1922_domestic 1203 1147 content 1756 × 2457 1922/36752

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 56

The raw OCR output of this page, line by line.
35018 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1147
35019 vangen door een overeenkomst met de Bataafsche Pe-
35020 troleum Maatschappij, waarbij, in plaats van de veranderlijke
35021 en van de kerosineopbrengst afhankelijke prijsbepaling der olie, een vast
35022 afrekeningscijfer is bepaald, zoowel voor de reeds geleverde als voor de nog
35023 te leveren olie van de tegenwoordige concessie der Petroleum Maatschappij
35024 ,Zuid Perlak". Alle sedert 1 Januari 1908 geleverde olie en alle in de tre-
35025 komst te leveren olie (voorzooverre die niet meer dan 100.000 ton per Jaar
35026 bedraagt) wordt betaald met f15,- per Eng. ton ruwe olie. De eindafreke-
35027 ning liep over 183.934.33 Engelsche ton, voorloopig betaald met f 9.50, waarop
35028 door de Koninklijke, met inbegrip van rente en na aftrek van de door ns
35029 over de productie van 1907 volgens het vonnis verschuldigde restitutie, per
35030 saldo een bedrag van f 1.108.104.93 werd bijbetaald. De productie over 1913
35031 werd tegelijkertijd tot den nieuwen prijs verrekend. Zie voor
35032 nieuwe exploitatie-overeenkomst de kleine letter. Winstverdee-
35033 ling (voor het eerst geldend voor boekjaar 1919): Eerst 6 pct. over
35034 het slotbedrag van f 200 op elk vroeger pref. aand. voorzoover deze niet
35035 reeds aflosbaar zijn gesteld. Van wat hierna resteert minstens de helft
35036 tot aflossing van de nog uitstaande pref. aand. van f 200 bij uitloting aan
35037 te wijzen. Wat hierna overblijft wordt verdeeld als volgt: 6 pct. aan
35038 aandeelhouders, van wat dan overblijft 5 pct. aan de directie, 20 pct. aan
35039 commissarissen samen, 30 pct. aan houders der vroeger preferente aan-
35040 deelen, ook die aan welke reeds de slotbetaling van f 200 heeft plaats
35041 gehad, 40 pct. aan de aandeelhouders. Bedrijfskapitaal: Daar uit
35042 de f 500.000 in contanten, welke aan de Petroleum-Mpij. Holland-Perlak
35043 werden verstrekt (zie hierboven) alle onkosten, verbonden aan oprichting,
35044 emissie, syndicaat enz. betaald zouden worden, bleef er een werkkapitaal
35045 van f 1.000.000 over. Dividenden: 1906 en 1907: nihil; 1908-1910:
35046 gewone aandeelen f 102, f 132 en f 84 (no. 3), sedert nihil; preferente
35047 aandeelen: f 96.75, f 123 en f 81 (no. 3); 1911-1913: nihil; 1914-1918:
35048 5, 6, 6, 6 en 6 pct. (no. 8, 3 Juni 1919); 1919 en 1920: nihil. Op bewijs no. 9
35049 werd op 28 Januari 1919 f 12 .- betaald, zijnde 6 pct. over het nominaal
35050 bedrag der aandeelen ad f 200.
35051 De Djambi-concessies. Begin April 1915 diende de Minister van Koloniën wets-
35052 ontwerpen in voor het sluiten van contracten met de Bataafsche en de Zuid-Perlak
35053 betreffende de opsporing en ontginning van petroleum in Djambi. Men zie bizon-
35054 derheden hieromtrent in jrg. 1915/16, deel I, pag. 780. Daar de Tweede Kamer der
35055 Staten Generaal zich voor staatsexploitatie uitsprak, werden de onderhandelingen
35056 over deze quaestie gestaakt.
35057 Overeenkomst Bataafsche-Zuid-Perlak. De bestaande overeenkomst met de
35058 Bataafsche betreffende de levering van petroleum van de terreinen der Z. P. aan
35059 de Bataafsche tegen een prijs van f 15 per ton vervalt. De Zuid-Perlak
35060 heeft n.l. te kennen gegeven, dat zij uit hoofde van den voortdurenden achteruitgang
35061 van de hoeveelheid ruwe olie, die zij op haar terreinen wint, geen belang bij eenige
35062 eigen exploitatie meer heeft. Derhalve heeft de Bataafsche zich bereid verklaard de
35063 exploitatie dier terreinen voor eigen rekening te nemen tegen betaling van eene
35064 royalty. Bij de nieuwe overeenkomst, die in verband met deze regeling in Dec. 1920 is
35065 tot stand gekomen, werd deze royalty bepaald op f 10 per ton ruwe olie voor zoover
35066 het betreft het winnen van olie uit de door de Z. P. aangelegde putten. Voor de
35067 ollie uit de eventueel door de Bataafsche te boren putten zal een royalty van f 5 per
35068 ton worden betaald voor een hoeveelheid van 10.000 ton per jaar of minder, f 4 per
35069 ton voor de volgende hoeveelheid van 5000 ton per jaar, f 3 voor de daarop volgende
35070 hoeveelheid van 5000 ton en f 2.50 voor verdere hoeveelheden. Alle andere betalingen
35071 zijn voor rekening der Bataafsche. De afrekening geschiedt 4 maal per jaar. De
35072 Z. P. krijgt weer de vrije beschikking over de concessie, mocht de Bataafsche de
35073 exploitatie willen staken. Ieder kwartaal moet door de B. aan de Z. P. verslag over