|
42859 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1303 |
|
42860 |
f 3.200.000 4} pcts. obligatiën à 96} pct., welke rechtstreeks en onvoorwaar- |
|
42861 |
delijk door Prins Hendrik der Nederlanden (den eere-voorzitter der mpij.) |
|
42862 |
voor aflossing waren gewaarborgd. (Zie den jaargang 1907, blz. 851). In |
|
42863 |
October 1882 werden door de erfgenamen van den in 1879 overleden prins, |
|
42864 |
de nog uitstaande f 2.913.000 obligatiën geheel afgelost. De erfgenamen |
|
42865 |
ontvingen daartegen à pari volgens overeenkomst f 1.456.500 aandeelen B, |
|
42866 |
preferent voor f 25 uit de winst, na afschrijvingen, en 1600 bewijzen van |
|
42867 |
deelgerechtigdheid, welke laatste in 1883 door de Mpij. werden ingekocht, |
|
42868 |
benevens het door Prins Hendrik aan de Mpij. gedaan renteloos voor- |
|
42869 |
schot van f 110.815. Het overige kapitaal werd gereduceerd tot |
|
42870 |
50 pct., en zoodoende gebracht van f 1.169.000 op f 584.500, zoodat |
|
42871 |
na deze regeling het kapitaal bedroeg f 2.041.000, verdeeld in twee seriën: |
|
42872 |
de eerste serie, in gewone aandeelen A, groot f 584.500, de tweede serie, in |
|
42873 |
preferente aandeelen B, groot f 1.456.500. In 1899 werd elk dezer beide |
|
42874 |
seriën op de helft verminderd; derhalve tot f 292.250 gewone aandeelen A |
|
42875 |
en f 728.250 pref. aandeelen B, tezamen f 1.020.500. In Juni 1911 nam de Mpij. |
|
42876 |
t. Exploit. v. S.S. f 1.000.000 aandeelen à 100 pct. over, terwijl van de prefe- |
|
42877 |
rente aandeelen het recht van preferentie werd afgekocht door ver- |
|
42878 |
goeding van f 50 per stuk, zoodat het kapitaal thans uit f 2.020.500 |
|
42879 |
aandeelen bestaat, en verdeeld is in 3 seriën, t.w. de serie A, |
|
42880 |
ad f 292.250, in stukken groot f 250 en (f 125), serie B, ad |
|
42881 |
f 728.250, in stukken groot f 250 en serie C, ad f 1.000.000, in stukken |
|
42882 |
groot f 250. (De storting op de aand. serie C moest geschieden „vóór 31 Dec. |
|
42883 |
1912", zie balans). Winstverdeeling: sedert 1911 (voor de voorafgaan- |
|
42884 |
de winstverdeeling zie men jaarg. 1911, blz. 920): Van de winst wordt, na |
|
42885 |
de noodige afschrijvingen, aan aandeelhouders 5 pct. uitgekeerd. Van |
|
42886 |
het alsdan overblijvende komt 10 pct. aan het reservefonds, 5 pct. aan |
|
42887 |
de commissarissen, 5 pct. aan de directie, 5 pct. aan de hoofdambtenaren |
|
42888 |
en 75 pct. aan de aandeelhouders. Dividenden: 1875-81 nihil, |
|
42889 |
1882-1886: 5.4, 6, 6, 6 en 6 pct .; 1887-1911: nihil; 1912-1914: 6, 6 en |
|
42890 |
10 pct. (no. 3), sedert 0 pct. 3 pct. obligatieleening van 1886, |
|
42891 |
groot f 3.600.000, uitgegeven ter aflossing der toenmaals bestaande 5 pct. |
|
42892 |
leeningen van 1875, (per resto groot f 525.200) en van 1885 (per resto groot |
|
42893 |
f 2.000.000). Koers van uitgifte 87 pct. Bedrag op 1 Jan. 1921 f 971.000 |
|
42894 |
Obligatiën groot f 1000; coupons 1 Jan. en 1 Juli; aflosbaar |
|
42895 |
à pari door uitloting in Juni, ter uitbetaling op 1 Juli d.a.v., behoudens |
|
42896 |
vervroegde aflossing. In 1901 werd de aflossing gestaakt. Op ult. Juni |
|
42897 |
1911 was f 899.000 aan uitloting achterstallig. Uit een hierna te noe- |
|
42898 |
men leening met de Mpij. t. Expl. van S. S. werd in 1911 dit |
|
42899 |
achterstallige bedrag afgelost. Uitgeloot zullen worden in de jaren 1911- |
|
42900 |
1927: 94, 97, 100, 103, 106, 109, 112, 116, 120, 123, 126, 130, 135, 139, 143, 147 |
|
42901 |
en 151 obligatiën. In 1921 kan in verband met den financieelen toestand |
|
42902 |
der Mij. geen uitloting plaats hebben. In Juli 1895 gaf de M. t. E. v. S. S. |
|
42903 |
eene 3 pcts. leening uit groot f 3.000.000, waaruit zij aan de Mpij. Zeeland |
|
42904 |
voor den aanbouw van 3 nieuwe snelvarende stoomschepen f 2.810.898.35 |
|
42905 |
leende tegen 33 pct. 's jaars onder hypothecair verband van de stoomsche- |
|
42906 |
pen der Mpij. „Zeeland”; in den loop van 1912 is deze hypothecaire leening |
|
42907 |
geheel afgelost uit een daartoe gevormd aflossingsfonds. In 1911 leende de |
|
42908 |
„Zeeland” f 450.000 à pari, tegen 4 pct. van de S.S., teneinde daarmede de |
|
42909 |
achterstallige uitlotingen van obl. 1886 te bewerkstelligen (zie hierboven). |
|
42910 |
Regeeringsovereenkomst: (in 1898 en 1908 gewijzigd en telkens |