|
48060 |
1404 DIVERSEN. |
|
48061 |
aan rende het en gebouw gelegen der binnen stichting genoemde en ten kantore gemeente. van Op de 11 heeren December Jan Kol 1911 & stond Co., |
|
48062 |
f te 100.000, Amsterdam, tot den de koers inschrijving van 100 open pct. op de Vervolgens le serie was dezer op 11 leening, Maart groot 1912 |
|
48063 |
de inschrijving opengesteld op de obligatiën der 2e en 3e serie; toewijzings- |
|
48064 |
koers 100 pct. (emittenten als boven). De niet geplaatste obligatiën dezer |
|
48065 |
leening werden in Januari 1913 door de Rijkspostspaarbank à 97 pct. over- |
|
48066 |
genomen. Obligatiën groot f 1000 en f 500, met coupons per |
|
48067 |
1 Januari en 1 Juli. De eerste coupon verviel 1 Juli 1912. Aflos- |
|
48068 |
sing dezer drie seriën geschiedt à pari door jaarlijksche uitlo- |
|
48069 |
ting in November, volgens onderstaand aflossingsplan. De regenten zoowel |
|
48070 |
als de gemeente Utrecht hebben het recht de leening te allen tijde geheel |
|
48071 |
of gedeeltelijk à pari af te lossen. In 1913 geraakte het gesticht in finan- |
|
48072 |
cieele moeilijkheden tengevolge waarvan een tekort van f 50.000 ontstond |
|
48073 |
en voor 1913 en 1914 nog verdere tekorten verwacht werden van resp. |
|
48074 |
f 25.000 en f 11.000. Deze f 86.000 werden door de provincie Zuid-Holland |
|
48075 |
verstrekt, doch door een disagio groot f 3350 werd de nieuwe leening à 4 pct. |
|
48076 |
groot f 89.350 en de geheele leening van Zuid-Holland niet f 506.250, maar |
|
48077 |
f 595.600. Derhalve werd door B. en W. van Utrecht in samen- |
|
48078 |
werking met het gesticht en de gedeputeerde staten der provinciën Utrecht |
|
48079 |
en Zuid-Holland een reorganisatie doorgevoerd, waarbij o.m. werd bepaald: |
|
48080 |
„De verplichte aflossingen op de drie leeningen ten behoeve van het |
|
48081 |
Buitengesticht, n.l. de obligatieleening van f 600.000, boven omschreven, |
|
48082 |
het gezamenlijk bedrag der beide leeningen, totaal f 595.600, verstrekt |
|
48083 |
door de provincie Zuid-Holland en de leening van f 236.250, verstrekt |
|
48084 |
door de provincie Utrecht, werden, voor zoover zij voćr 1 Januari 1921 |
|
48085 |
zouden vervallen, opgeschort, terwijl de gemeente Utrecht tot dien datum |
|
48086 |
de verplichte jaarlijksche aflossing op de obligatieleening van f 600.000, |
|
48087 |
op zich zou nemen. Tot aan 1919 werd aldus gehandeld en in dat jaar |
|
48088 |
een andere regeling getroffen, waarbij door de provincies Utrecht en Zuid- |
|
48089 |
Holland en de gemeente Utrecht goedkeuring verleend werd tot het vast- |
|
48090 |
stellen van een verpleegprijs, overeenkomende met den werkelijk kosten- |
|
48091 |
den prijs der verpleging. Tengevolge van deze regeling zijn thans in 1921 |
|
48092 |
alle achterstallige aflossingen op de verschillende leeningen, ook die welke |
|
48093 |
door de Gemeente Utrecht werden voorgeschoten, uit de middelen der |
|
48094 |
Stichting voldaan. Ten behoeve van voorzieningen, uitbreidingen en ver- |
|
48095 |
beteringen aan het Buitengesticht werd in 1915 een 5 pct. leening aan- |
|
48096 |
gegaan van f 180.000 (door de provinciën Zuid-Holland en Utrecht ieder |
|
48097 |
f 60.000 en door de gemeente Utrecht f 60.000). De aflossing dezer leening |
|
48098 |
werd in 1920 voor de drie genoemde partijen voor ieder op gelijken voet |
|
48099 |
geregeld." |
|
48100 |
1925 1937, en 1939 Aflossingsplan 1927 en 1940, telkens f 1942-1944, 1000, Obligatieleening in 1946 1921, f en 1924, 1948 600.000 1926, 1e telkens Serie: 1928-1936, f In 3000, de 1938 in en jaren 1945, 1941 1947, 1916-1920, telkens 1949-1951, f 2000, 1922-1923, 1953 in |
|
48101 |
telkens f 4000 en in 1952, 1954 en 1955 telkens f 5000. |
|
48102 |
f in 1926 jaren Het telkens telkens 9000; 1937 telkens f in 1917, f f 1931, 13.000; f 20.000; 16.000; 1918 aflossingsplan 7000; en 1933, in in in in 1920 1951 1940, 1946 1934 1924, f der f en 1941 telkens 1925, 17.000; 2e 21.000;in 1936 en f 1927 en 1942 in 5000; telkens 1953 en 3e 1947, en in telkens 1928 f serie 1948 1922 1954 10.000; f telkens en en luidt: 14.000; in telkens 1949 f 1923 1935, in In 8000; f telkens telkens 1943 het 1938 in 23.000; f f en f 1929, jaar in 15.000; 18.000; 1939 6000; 1930 1955 1916 in in f en in f telkens 1919, 1944 1932 1950 24.000; 2000; f en en 1921 in en telkens 12.000; 1945 1952 de en in |
|
48103 |
1956 f 11.000. |
|
48104 |
Koersen 4 pcts. obligatiën, 1913: 962; 1914-1920: geen koers. |