|
7505 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 645 |
|
7506 |
N.V. Fabr. van Gouden en Zilve- |
|
7507 |
ren werken v/h. Jac. Vos & Co. " 500.000 |
|
7508 |
idem (tegen betaling in kas) 100.000 |
|
7509 |
Voorts ondershands geplaatst ... ,, 300.000 |
|
7510 |
Emissie Juli 1919 2.700.000 |
|
7511 |
Ondershands gepl. primo Jan. '21 " 25.000 " 25.000 |
|
7512 |
Totaal geplaatst: f 5.025.000 f 3.775.000 |
|
7513 |
Bovendien konden de f 700.000 obligatiën „Begeer“ tegen obligatiën der |
|
7514 |
nieuwe vennootschap worden geconverteerd, tenzij houders aan conversie |
|
7515 |
in preferente aandeelen de voorkeur gaven. Blijkens de onderstaande |
|
7516 |
kleine letter was zulks bij de meesten het geval, in verband waarmede |
|
7517 |
ook zij die hun stukken reeds tegen nieuwe obligaties hadden ingeruild, |
|
7518 |
deze nog tegen pref. aandeelen konden verwisselen. Einde October 1920 |
|
7519 |
stonden zoodoende f 4.248.000 preferente aandeelen uit en f 202.000 |
|
7520 |
obligatiën. Voorts werden 240 oprichtersbewijzen uitgegeven. |
|
7521 |
Winstverdeeling: na afschrijving, dotatie aan reserve en andere |
|
7522 |
fondsen, eerst 6 pct. cumulatief aan preferente aandeelhouders; van het |
|
7523 |
overblijvende 10 pct. aan het reservefonds (max. f 500.000). Van het restee- |
|
7524 |
rende komt aan elk oprichtersbewijs 1/240e van 5 pct .; 20 pct. aan den |
|
7525 |
Raad van Bestuur en Commissarissen en het overblijvende aan aandeel- |
|
7526 |
houders, met dien verstande, dat daarvan op een gewoon aandeel vijfmaal |
|
7527 |
zooveel wordt uitgekeerd als op een preferent aandeel. Zoodra het reserve- |
|
7528 |
fonds f 500.000 bedraagt, wordt de dotatie van 10 pct. aangewend tot |
|
7529 |
amortisatie van oprichtersbewijzen à f 2500 per stuk, bij uitloting; zijn |
|
7530 |
alle bewijzen afgelost, dan komt de dotatie weer aan 't reservefonds, totdat |
|
7531 |
dit 20 pct. van het geplaatst kapitaal beloopt. Zoodra de gewone aandeelen |
|
7532 |
10 pct. ontvangen, wordt van de resteerende overwinst weder 10 pct. aange- |
|
7533 |
wend tot amortisatie van oprichtersbewijzen, terwijl 90 pct. wordt verdeeld |
|
7534 |
tusschen houders van gew. en pref. aand. in verhouding van 5 : 1. Divi- |
|
7535 |
denden en uitgelote oprichtersbewijzen verjaren na 5 jaar. Divi- |
|
7536 |
dend pref. aandeelen 1919/20: 6.2 pct. (nos. 1 en 2, 8 Nov. |
|
7537 |
1920 en 12 Jan. 1921. Op 2 Mei 1921 was 3 pct. int. div. over 1920/21 betaalb. |
|
7538 |
op div. bew. no. 3. Dividend gewone aandeelen 1919/20 : 7 pct. |
|
7539 |
(no. 1, 12 Jan. 1921). Op 14 Juli 1919 stond o.a. bij de kantoren der Rot- |
|
7540 |
terdamsche Bankvereeniging de inschrijving open op f 2.700.000 6 pct. |
|
7541 |
cumulatief preferente winstdeelende aandeelen, |
|
7542 |
groot f 1000, tot den koers van 100 pct. incl. div. 1919/20. Zij werden op |
|
7543 |
5 Mei 1920 in de officieele noteering te Amsterdam opgenomen, terwijl |
|
7544 |
op 25 Mei 1920 de gewone aandeelen, groot f 1000 |
|
7545 |
officiëele noteering verkregen. Men zie het prospectus aan het einde van |
|
7546 |
deel I, jaarg. 1920. Het eerste boekjaar eindigde 30 Juni 1920. Ra ad |
|
7547 |
van Bestuur: C. J. A. Begeer, Aug. van Kempen, J. M. van Kem- |
|
7548 |
pen Jr., Dirk Vos, allen gedelegeerden, A. C. J. Begeer, A. E. van Kempen, |
|
7549 |
Ir. J. J. M. Lion, A. Schoorl, Is. Vos, Jac. Vos Jr., Jhr. ir. A. C. von Wei- |
|
7550 |
ler. Commissarissen: J. M. van Kempen Sr., Voorschoten, C. F. |
|
7551 |
J. Brands, Amsterdam, Ir. C. J. van Dusseldorp, Rotterdam, Mr. J. H. |
|
7552 |
Geertsema, Utrecht, G. W. A. van Laer J.Czn., Amsterdam, B. Nierstrasz, |
|
7553 |
Amsterdam, Jac. Vos Sr., Nice en Mr. J. van Wijngaarden, Rotterdam. |
|
7554 |
Koersen gewone aandeelen 1920: 90-75. |
|
7555 |
Koersen cum. pref. winstd. aand. 1920: 97-823. |