Page 1160 in yearbook 1923

Page 1160 in yearbook 1923

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1923 vanoss_1923_domestic 1160 1114 content 2023 × 2475 1923/38473

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 79

The raw OCR output of this page, line by line.
32194 1114 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN.
32195 van het in het vorig lid bedoelde terrein zijn: ten Noorden: de grens tusschen de
32196 residenties Djambi en Riouw en Onderhoorigheden, vanaf het punt waar deze resi-
32197 denties en de residentie Sumatra's Westkust aan elkaar komen, tot waar die grens
32198 wordt gesneden door den verbindingsweg tusschen Kampong Boeboer (aan de
32199 Soengei Merala, zijtak van de Soengei Reteh, residentie Riouw en Onderhoorigheden)
32200 en Soeban (aan de Soengei Tantang), verder deze weg over Soeban, Tandjong Bodjo
32201 en Pakam naar Pelaboean Dagang, vervolgens de Soengei Pengaboean stroom-
32202 opwaarts tot aan den mond van de Soengei Dasal en de parallel over den mond
32203 van de Soengei Dasal tot waar deze de Soengei Tapa snijdt, daarna de Soengei
32204 Tapa stroomaf, tot waar deze den verbindingsweg naar de Soengei Poetat (zij-
32205 rivier van de Soengei Mandaharo) snijdt, vervolgens deze verbindingsweg tot aan
32206 den mond van de Soengei Poetat; ten Oosten: de Soengei Mandaharo van den mond
32207 van de Soengei Poetat stroomopwaarts tot aan de monding van de Soengei Simpang-
32208 toean en de meridiaan over deze monding tot waar deze lijn de Batanghari snijdt;
32209 de Batanghari stroomafwaarts tot aan de monding van de Soengei Koempei, deze
32210 laatste stroomopwaarts tot aan de monding van de Soengei Poedak en de meridiaan
32211 over deze monding naar het Zuiden tot waar deze de grens tusschen de residenties
32212 Djambi en Palembang snijdt; ten Zuiden: deze grens tot waar zij gesneden wordt
32213 door den weg van Soeroelangoen (aan de Ajer Raawas) naar Sarolangoen (aan de
32214 Batang Tembesi); ten Westen: deze weg tot Sarolangoen de Batang Tembesi
32215 stroomafwaarts tot aan den mond van de Ajer Itam, de Ajer Itam stroomopwaarts
32216 tot de monding van de Ajer Mentawa, de Ajer Mentawa stroomopwaarts tot waar zij
32217 den verbindingsweg van Kampong Limboer (aan de Batang Merangin) naar kampong
32218 Tandjong Gedang (aan de Batang Tabier) snijdt, deze verbindingsweg tot kampong
32219 Tandjong Gedang, de weg van Tandjong Gedang naar Kampong Rantau Kelajang
32220 (aan de Soengei Pelepat) tot de snijding met de Soengei Koeamang, de Soengei
32221 Koeamang van dit snijpunt stroomafwaarts tot hare monding in de Soengei Pelepat,
32222 de Soengei Pelepat van de monding der Soengei Koeamang stroomafwaarts tot
32223 hare monding in de Batang Tebo, de Batang Tebo van de monding van de Soengei
32224 Pelepat stroomafwaarts tot hare monding in de Batanghari, de Batanghari van de
32225 monding van de Batang Tebo stroomopwaarts tot de monding van de Soengei
32226 Langsisip, de Soengei Langsisip, van hare monding in de Batanghari stroomopwaarts
32227 tot waar zij de grens tusschen de residenties Djambi en Sumatra's Westkust snijdt,
32228 voorts deze grens.
32229 Artikel 3. (1) Ten aanzien van de verhouding van de Nederlandsch-Indische Aard-
32230 olie Maatschappij tot rechthebbenden op den grond en tot derde belanghebbenden in
32231 den zin van artikel 3 der Indische Mijnwet, zoomede tot andere concessionarissen of
32232 ontginners op den voet van artikel 5a dier wet gelden de bepalingen van het tweede
32233 en derde lid van artikel 8 en die van artikel 9, zoomede van den IVden titel van
32234 die wet en de uitvoeringsvoorschriften van die bepalingen, met dien verstande dat
32235 vertoon van de in artikel 9, sub a, en het eerste lid van artikel 21 bedoelde stukken
32236 niet vereischt zal zijn. (2) Hetgeen in of krachtens het 1ste tot en met het 7de
32237 lid van artikel 43 der Indische Mijnwet is of wordt bepaald ten aanzien van het toe-
32238 zicht van Regeeringswege is ook van toepassing op de door de Nederlandsch-
32239 Indische Aardolie Maatschappij ondernomen opsporingen en ontginningen.
32240 Artikel 4. De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij is aan het Gouverne-
32241 ment jaarlijks cijns verschuldigd op den voet en tot het bedrag als in het tweede lid
32242 van artikel 35, sub b, zoomede in artikel 36 der Indische Mijnwet ten aanzien
32243 van concessies is voorgeschreven. De uitvoeringsvoorschriften van de evengenoemde
32244 bepalingen zijn ten deze van toepassing.
32245 Artikel 5. De naamlooze vennootschap zal, behoudens inachtneming van het be-
32246 paalde bij artikel 51 van het Wetboek van Koophandel, een aanvang nemen op den
32247 dag harer oprichting en eindigt, behoudens vroegere ontbinding of verlenging, op
32248 de wijze als in de artikelen 21 en 22 is bepaald, den 31sten December 1960.
32249 Artike,1 6. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij heeft haren zetel
32250 in Nederland. (2) Zij moet zich in Nederlandsch-Indië doen vertegenwoordigen
32251 door een bij authentieke akte aan te wijzen persoon of vennootschap, die voldoet
32252 aan de vereischten in het eerste lid van artikel 4 der Indische Mijnwet gesteld
32253 voor houders van vergunningen tot opsporing van delfstoffen of van mijnconcessies.
32254 Artikel 7. (1) Het maatschappelijk kapitaal der Nederlandsch-Indische Aardolie
32255 Maatschappij bedraagt bij de oprichting 10 millioen gulden, verdeeld in vijfduizend
32256 aandeelen A, elk groot f 1000, en vijfduizend aandeelen B, elk groot eveneens f 1000.
32257 (2) Alle aandeelen luiden op naam. (3) Op alle aandeelen wordt 10 pct. gestort on-
32258 middellijk na de oprichting, terwijl de verdere stortingen zullen plaats hebben naar
32259 behoefte, ter beoordeeling van den Raad van Beheer. (4) Houder van aandeelen A
32260 kan uitsluitend zijn de rechtspersoon Nederlandsch-Indië. (5) Houders van aan-
32261 deelen B zijn de persoon of personen, met welke ingevolge het bepaalde in het eerste
32262 lid van artikel 1 de Maatschappij is opgericht De .wijze van overdracht dezer
32263 aandeelen wordt, onafhankelijk van het bepaalde bij artikel 42 van het Wetboek
32264 van Koophandel, bij de akte van oprichting geregeld Overdracht van aandeelen B
32265 aan personen of vennootschappen, die niet voldoen aan de vereischten, in het eerste
32266 lid van artikel 4 der Indische Mijnwet gesteld voor houders van vergunningen tot
32267 het opsporen van delfstoffen of van mijnconcessies, is niet geoorloofd dan na ver-
32268 kregen uitdrukkelijke toestemming van den Minister van Koloniën.
32269 Artikel 8. (1) De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij vormt op de wijze
32270 en tot het bedrag. in de akte van oprichting te bepalen, een reservefonds, hetwelk
32271 het bedrag van het gestort maatschappelijk kapitaal niet te boven gaat. (2) Het
32272 reservefonds is bestemd tot dekking van eventueele nadeelige saldi van de winst-