|
56925 |
1518 DIVERSEN. |
|
56926 |
1898-1920: 5, 26, 24, 18, 18, 15, 18, 27, 30, 32, 28, 26, 24, 18, 23, 21, 12, 10, |
|
56927 |
20, 25, 150, 200 en 250 pct .; 1921 en 1922: 100 en 65 pct. (Interim-dividend |
|
56928 |
25 pct. no. 29, December 1922, slot-dividend 40 pct. (no. 30, 7 Mei 1923). |
|
56929 |
Dividend oprichtersbewijzen 1920-1922: f 130, f 53 en f 32 |
|
56930 |
(no. 3). Winstverdeeling: aandeelhouders 5 pct. over verplichte, |
|
56931 |
daarna 4 pct. over onverplichte stortingen. Van het overblijvende |
|
56932 |
ontvangen: aandeelhouders 50 pct., reservefonds 10 pct. (totdat dit |
|
56933 |
25 pct. van het geplaatst kapitaal bedraagt), amortisatiefonds 10 |
|
56934 |
pct., raad van toezicht 15 pct. en directie 15 pct. Het reserve- |
|
56935 |
fonds heeft sedert 1908 zijn statutair maximum van 25 pct. van het ge- |
|
56936 |
plaatst kapitaal bereikt; de dotatie komt aan het amortisatiefonds zoolang |
|
56937 |
dit minder dan 10 pct. bedraagt van de balanswaarde der onroerende goe- |
|
56938 |
deren. Van de vrijkomende 10, resp. 20 pct., komt 2} pct. als dividend |
|
56939 |
aan de houders van oprichtersbewijzen, benevens 2} pct. ter verdeeling |
|
56940 |
onder het kantoorpersoneel. De resteerende 5 of 15 pct. komen den aan- |
|
56941 |
deelhouders ten goede. Wegens uitbreiding stond op 27 Jan. 1922 o.a. bij |
|
56942 |
Praetorius & Zn. de inschrijving open op f 2.000.000 6 pct. obligatiën |
|
56943 |
19 22 à 99 pct. Stukken groot f 1000 en f 250 gemerkt A-D, coupons |
|
56944 |
per 1 Febr. en 1 Aug. Aflossing à pari door uitloting, niet voor 1930, |
|
56945 |
van minstens 5 obligatiën per jaar, van elke uitgegeven serie van f 250 000 of |
|
56946 |
gedeelte van een serie. De nos. 1-1100 dezer obligatiën verkregen 17 Maart |
|
56947 |
1922, de overige nummers, 1101-2000, in Juni 1923 officieele noteering. |
|
56948 |
Men zie het prospectus aan het einde van deel I, jaargang 1923. In |
|
56949 |
Mei 1919 werden uitgegeven f 1.000.000 5} pets. 5-jarige obli- |
|
56950 |
gatiën met coupons per 1 Mei en 1 November. Op 1 |
|
56951 |
November 1923, dus reeds voor den vervaldag (1 Mei 1924) kon- |
|
56952 |
den de stukken worden omgewisseld in 6 pct. obligatiën à pari. |
|
56953 |
5 pcts. obligatiën 1915, groot f 1000 en f 250, met coupons |
|
56954 |
per 1 April en 1 Oct. Aflossing door uitloting vanaf 1926 van minstens |
|
56955 |
2 pct. der uitgegeven seriën. Van deze obligatieleening werd f 1.250.000 |
|
56956 |
uitgegeven en in Januari 1916 de officieele noteering verkregen. In 1920 |
|
56957 |
en 1921 werden nieuwe 5 pct. obligatiën uitgegeven van gelijke coupures |
|
56958 |
en dezelfde vervaldagen der coupons als de reeds genoteerde 5 pct. obli- |
|
56959 |
gatiën waarmede zij dooreen leverbaar zijn. Aflossing door uitloting |
|
56960 |
à pari - waarvan het bedrag door den raad van toezicht telkens wordt |
|
56961 |
vastgesteld - echter niet vóór het 12e jaar na de uitgifte der betreffende |
|
56962 |
serie. Op 31 Dec. 1922 stonden f 3.751.750 5 pct. obligatiën uit. 42 pcts. |
|
56963 |
obligatiën 1900, leening van f 1.000.000, stukken gr o ot f 1000, co u- |
|
56964 |
pons per 1 Februari en 1 Augustus. Aflossing door uitloting |
|
56965 |
à pari in Maart, begonnen in 1906; jaarlijks moet minstens f 20.000 |
|
56966 |
worden afgelost. De inschrijving was op 5 Juni 1900 à pari openge- |
|
56967 |
steld bij de H.H. Praetorius & Zoon te Amsterdam. De obligatiën verkregen |
|
56968 |
15 December 1910 officieele noteering. Uitstaand bedrag op 31 |
|
56969 |
December 1922 f 527.000. Op 4 November 1910 was ten kantore der |
|
56970 |
H.H. Praetorius & Zoon en C. de Ruyter, à pari de inschrijving openge- |
|
56971 |
steld op f 1.000.000 42 pct. obligatiën 1910-1914, groot f 1000 en |
|
56972 |
f 250, met coupons per 1 Mei en 1 November. Aflossing door |
|
56973 |
uitloting binnen 34 jaar, te beginnen in 1917, na dien datum met |
|
56974 |
recht tot geheele aflossing. (Van serie 1911, groot f 5.000.000, werd begin |
|
56975 |
1912 f 500.000 officieel genoteerd, terwijl in Juni 1914 nog / 700.000 |
|
56976 |
44 pct. obligatiën in de officieele noteering werden opgenomen. |