Page 739 in yearbook 1924

Page 739 in yearbook 1924

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1924 vanoss_1924_domestic 739 687 content 1833 × 2478 1924/40902

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 54

The raw OCR output of this page, line by line.
8543 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 687
8544 Bovendien konden de f 700.000 obligatiën „Begeer“ tegen obligatiën der
8545 nieuwe vennootschap worden geconverteerd. Ook konden de obligatiën
8546 tegen preferente aandeelen worden geconverteerd. Door de meeste
8547 houders werd dit gedaan. In verband hiermede konden ook zij
8548 die hun stukken reeds tegen nieuwe obligaties hadden ingeruild,
8549 deze nog tegen preferente aandeelen verwisselen. Sedert 1 Juli 1921
8550 stonden zoodoende f 4.273.000 preferente aandeelen uit en f 202.000
8551 obligatiën. Reorganisatie. Het verlies over het boekjaar 1921/22
8552 bedroeg f 80.230.04. Volgens het verslag over dit boekjaar waren echter
8553 om het bedrijf rendabel te houden, afschrijvingen en reserveeringen op
8554 roerende en onroerende goederen en debiteuren noodzakelijk, tot een
8555 bedrag van f 4.080.544.40, makende inclusief genoemd verlies ad f 80.220.04
8556 en na afboeking van de reserven ad f 348.457.20, een totaal bedrag van
8557 f 3.812.317.24 als feitelijk verlies. Een reorganisatieplan werd 16 April
8558 en 1 Mei 1923 aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd door-
8559 dien 2355 gewone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari wer-
8560 den ingekocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone
8561 aandeelen 70 pct. werd afgeschreven. De houders der 6 pct. cum.
8562 preferente winstdeelende aandeelen gaven onder het plan hun recht op
8563 eventueele cumulaties prijs en zijn daardoor preferente winstdeelende
8564 aandeelen geworden, die, nadat zij negen maal 7 pct. primair dividend
8565 zullen hebben ontvangen, verder recht hebben op een preferent dividend
8566 van 6 pct. (plus eventueel super-dividend)1). De 240 uitstaande o'p-
8567 richtersbewijzen bleven bij de reorganisatie onaangetast. De
8568 winstverdeeling is thans als volgt: Na afschrijving en reservee-
8569 ringen en nadat het op de vroegere cumulatieve aandeelen geaccumuleerde
8570 dividend ad 9 pct. geheel zal zijn betaald eerst 6 pct. op de preferente
8571 aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de gewone aandeelen,
8572 benevens f 22 of zooveel minder als beschikbaar mocht zijn op
8573 elk gewoon aandeel A. Van het restant 10 pct. aan de reserve
8574 totdat deze f 300.000 bedraagt, waarna deze 10 pct. worden aan-
8575 gewend tot amortisatie van oprichtersbewijzen à f 2500 per stuk, bij
8576 uitloting; nadat alle oprichtersbewijzen zijn afgelost komen deze 10 pct.
8577 weder aan de reserve, totdat deze 20 pct. van het geplaatste kapitaal
8578 beloopt. Van het resteerende 5 pct. aan oprichtersbewijzen, 5 pct. aan
8579 commissarissen, 15 pct. aan de directie en de rest aan aandeelhouders,
8580 met dien verstande, dat op een gewoon aandeel viermaal zooveel wordt
8581 uitgekeerd als op een preferent aandeel, ongeacht de nominale bedragen
8582 dier aandeelen. Bij liquidatie ontvangen de preferente aandeelen
8583 100 pct. en de gewone aandeelen, nadat het bestuur 20 pct. van het
8584 restant heeft ontvangen de rest in dier voege dat elk aandeel B twee-
8585 maal zooveel ontvangt als elk aandeel A. Dividenden en uitgelote op-
8586 richtersbewijzen verjaren na 5 jaar. Dividend pref. aan-
8587 deelen 1919/20 en 1920/21 : 6.2 en 3 pct. (no. 3, 2 Mei 1921); sedert nihil.
8588 Dividend gewone aandeelen 1919/20: 7 pct. (no. 1, 12 Jan.
8589 1921); sedert nihil. Op 14 Juli 1919 stond o.a. bij de kantoren der Rot-
8590 terdamsche Bankvereeniging de inschrijving open op f 2.700.000 6 pct.
8591 cumulatief preferente winstdeelende aandeelen,
8592 1) De Minister van Justitie bleek tegen aanzuivering in negen termijnen van
8593 het achterstallige dividend op de vroegere cumulatieve aandeelen te zijn. In de
8594 naar aanleiding daarvan opnieuw gewijzigde en thans goedgekeurde statuten is
8595 bepaald, dat vóór eenige andere winstuitdeeling eerst de achterstallige 9 pct.
8596 moeten worden betaald.