|
26587 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN. 991 |
|
26588 |
De goudproductie in 1909-1923 bedroeg resp. 25.279, 25.648}, 14.805, 4.858, 5.543, |
|
26589 |
1.473.5, 6.200, 12.392.1, 5.330.3, 9.455.7, 9.546.1, 1.149.8, 616.5, 1038.7 en 395.8 gram; over |
|
26590 |
1909-1917 werd f 3.071.70, f 5.129.70, f 1.086.10, f 973.60, f 1.108.60, f 293.70, f 1.240 .- , |
|
26591 |
f 2.307.19, f 1.056.08 aan royalty ontvangen. In de jaren 1918-1923 werd op de |
|
26592 |
goudrekening een winst geboekt van resp. f 1948.81, f 2078.862, f 339.20}, f 141.03}, |
|
26593 |
f 49.62} en f 19.33. |
|
26594 |
Machinale ontginning. In Juni 1918 werd door den vertegenwoordiger der |
|
26595 |
Vennootschap te Paramaribo met een sedert jaren in de kolonie gevestigd en in de |
|
26596 |
goudindustrie ervaren vakman een contract afgesloten op grond waarvan deze, |
|
26597 |
op voor de vennootschap aannemelijke voorwaarden, de machinale ontginning der |
|
26598 |
concessie-terreinen ter hand heeft genomen. Deze ontginning heeft in de jaren 1918 |
|
26599 |
en 1919 een niet onbevredigend resultaat gehad. In 1920 was de opbrengst echter |
|
26600 |
gering, terwijl in 1921 de machinale ontginning niet werd hervat. |
|
26601 |
Uit Verslag 1923. Het op naburige terreinen ingesteld onderzoek naar dia- |
|
26602 |
mant, waarvan in het vorig verslag sprake was, leverde in 1923 geen bevredigende |
|
26603 |
resultaten op. |
|
26604 |
Nederlandsche Maatschappij tot Ontginning van |
|
26605 |
Steenkolenvelden te 's Gravenhage. Opgericht 13 Januari |
|
26606 |
1917. Doel: de uitoefening van het mijnbedrijf ter verkrijging van |
|
26607 |
steenkolen en aanverwante producten; de verwerking en den verkoop dier |
|
26608 |
producten; het deelnemen in vennootschappen, welke een soortgelijk doel |
|
26609 |
hebben; een en ander met alles wat daartoe volgens besluit eener alge- |
|
26610 |
meene vergadering van aandeelhouders behoort. De vennootschap heeft |
|
26611 |
den eigendom verkregen van zeer, belangrijke steenkolenconcessies en |
|
26612 |
terreinen, gelegen in Duitschland in de onmiddellijke nabijheid der Ne- |
|
26613 |
derlandsche grens en bekend onder de namen van Rheinbohr-, Tamen- en |
|
26614 |
Honigmann-velden. Aangekocht werden alle Kuxen (aandeelen) der Ge- |
|
26615 |
werkschaften van de Rheinbohr- en Tamen-velden, terwijl de eigendom |
|
26616 |
verkregen werd van 60 pct. der Kuxen van de 29 Gewerkschaften, die het |
|
26617 |
geheele bezit der Honigmann-velden, -schachten en -installaties omvatten. |
|
26618 |
Bovendien werden 24 Januari 1920 de resteerende 40 pct. dier Kuxen |
|
26619 |
overgenomen, op dezelfde prijsbasis als waarvoor in 1917 de 60 pct. |
|
26620 |
verworven werden. Op 21 Juni 1922 werden alle velden tot één enkele |
|
26621 |
Gewerkschaft geconsolideerd. De Nederl. mpij., die door het Kuxenbezit |
|
26622 |
de macht geheel in handen heeft, deed door de Gewerkschaft een tech- |
|
26623 |
nisch bestuur benoemen, waarin, behalve de directeur der vennootschap, |
|
26624 |
verschillende Duitsche deskundigen zitting hebben. De exploitatie der ter- |
|
26625 |
reinen zal door dit technisch bestuur worden geleid. Door ver- |
|
26626 |
schillende statutaire bepalingen heeft men zich de zekerheid verschaft. dat |
|
26627 |
onder alle omstandigheden het zuiver Nederlandsche karakter der Ven- |
|
26628 |
nootschap bewaard blijft, zoodat buitenlandsche belangen nimmer zeggen- |
|
26629 |
schap zullen kunnen krijgen over de leiding harer zaken. (Zie het pros- |
|
26630 |
pectus). Kapitaal: f 20.060.000, verdeeld in 60 preferente aandeelen |
|
26631 |
van f 1000 op naam (uitgegeven tot wering van vreemde invloeden) en |
|
26632 |
2000 gewone aandeelen van f 10.000 aan toonder, splitsbaar in onderaan- |
|
26633 |
deelen van f 1000, waarvan geplaatst resp. f 48.000 en f 17.300.000. |
|
26634 |
Voor den inbreng werden f 7.000.000 gewone aandeelen afgegeven, |
|
26635 |
terwijl f 5.000.000 onderhands plaatsing vonden, in boekjaar 1919/20 |
|
26636 |
f 1.700.000, in boekjaar 1920/21 f 3.000.000 en in boekjaar 1922/23 |
|
26637 |
f 600.000 door de aandeelhouders werden genomen. Winstver- |
|
26638 |
deeling: eerst 6 pct. aan pref. aandeelhouders; daarna 6 pct. aan |
|
26639 |
gewone aandeelhouders over hun aandeelen, beide cumulatief vanaf 1 April |
|
26640 |
1920. Van de rest: 10 pct. aan de directie en 5 pct. aan commissarissen. |