|
29173 |
1036 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
29174 |
Te Bana bezit zij ongeveer 50 pct. van de oliehoudende terreinen. De con |
|
29175 |
cessies te Filipesti worden op 1000 H.A. geschat, terwijl de mpij. te Campina |
|
29176 |
250 en te Baicoi 500 H.A. bezit. Voorts exploiteert zij eene raffinaderij |
|
29177 |
met een capaciteit van 125 wagons per dag en is eindelijk eigenares eener |
|
29178 |
export-organisatie te Constantza, met een fabriek voor kisten en tanks en |
|
29179 |
een soortgelijke inrichting te Oltenitza aan de Donau, benevens talrijke |
|
29180 |
tankwagens en tankschepen. Eind Juni 1914 werd door de Mpij. opgericht |
|
29181 |
de „Danube Oil Scheepvaart Mpij." voor het vervoer der |
|
29182 |
producten naar Duitschland, met een kapitaal ad frs. 1.000.000, terwijl in |
|
29183 |
Juli van dat jaar het terrein te Runen, bevattende 5 sondes, aan de „Steaua |
|
29184 |
Romana" werd overgedragen tegen frs. 450.000, nl. frs. 155.000 voor de conces- |
|
29185 |
sies en frs. 295.000 voor de sondes. De „Steaua” zal aan de „Astra Romana" |
|
29186 |
een royalty betalen van 5 pct. der bruto-opbrengst. Voor de sondes 1, 2 |
|
29187 |
en 4 bovendien nog 5 pct., totdat de productie voor iedere sonde 100 wagons |
|
29188 |
bedraagt; voor sonde no. 5, nadat zij 525 wagons heeft opgeleverd, wordt |
|
29189 |
nog een royalty betaald van 3 pct., totdat een productie van 100 wagons is |
|
29190 |
bereikt, waarna weder alleen 5 pct. royalty behoeft te worden betaald. |
|
29191 |
De Astra Romana is belast met de exploitatie der putten van de ,,Unirea |
|
29192 |
Petroleum Maatschappij. Kapitaal thans Lei 675.000.000, waarvan |
|
29193 |
in het bezit der „Geconsolideerde" Lei 423.006.000. Aanvankelijk bedroeg |
|
29194 |
het kapitaal Lei 29.400.000, doch werd in 1911 tot Lei 44.167.500, in 1912 |
|
29195 |
tot Lei 60.000.000, in 1916 tot Lei 67.500.000, in 1920 tot Lei 135.000.000, |
|
29196 |
in 1921 tot Lei 225.000.000, in 1922 tot Lei 450.000.000 en in 1924 tot |
|
29197 |
Lei 675.000.000 verhoogd. De kapitaalsuitbreiding van 1916 geschiedde door |
|
29198 |
uitkeering van een bonus aan aandeelhouders ad 123 pct. De inmiddels |
|
29199 |
voor Rumenië ingetreden oorlogstoestand was oorzaak dat de uitgifte |
|
29200 |
dier bonus-aandeelen eerst medio 1918 kon plaats hebben. De emissies |
|
29201 |
van 1920 en volgende jaren geschiedden als volgt: Van 1 Juni-1 Sept. |
|
29202 |
1920 : Lei 67.500.000 à pari (voorkeur 1: 1, no. 10); van 1 Aug .- 31 Oct. 1921: |
|
29203 |
Lei 90.000.000 à pari (voorkeur 3 : 2, no. 11); van 10 Mei-10 Aug. 1923 |
|
29204 |
Lei 225.000.000 à pari (voorkeur 1 : 1, no. 14) en van 17 Juni-17 Juli 1924 |
|
29205 |
nogmaals Lei 225.000.000 à pari (voorkeur 2 : 1, no. 16). De betaling der |
|
29206 |
inschrijvingskosten kon bij deze emissies telkens geschieden met het te |
|
29207 |
ontvangen dividend van het afgeloopen boekjaar of een gedeelte daarvan. |
|
29208 |
Inschrijvingen hier te lande moesten telkens geschieden bij de Nederl. |
|
29209 |
Handel Mpij., terwijl voor elk nieuw aandeel ad Lei 500 f 4.19 voor zegel |
|
29210 |
en kosten moest worden betaald. De nieuwe aandeelen deelden steeds in |
|
29211 |
de winst van het jaar van uitgifte. De mantels der aandeelen 1-135.000 |
|
29212 |
moesten bij de emissies na 1916 van een Rumeensche afstempe- |
|
29213 |
ling voorzien zijn en ten bewijze daarvan bij de inlevering der |
|
29214 |
dividendbewijzen getoond worden. De aandeelen zijn groot |
|
29215 |
Lei 500. Winstverdeeling: Na afschrijving 5 pct. aan de |
|
29216 |
reserve, vervolgens na uitkeering van 4 pct. op de aandeelen, 10 pct. van |
|
29217 |
het alsdan overblijvende overschot aan den Raad van Beheer met een mini- |
|
29218 |
mum van Lei 30.000 en een maximum van Lei 100.000 per jaar. Het |
|
29219 |
restant komt aan aandeelhouders, behoudens het vormen van extra- |
|
29220 |
reserves etc. Wanneer de reserve pl.m. § van het aandeelenkapitaal heeft |
|
29221 |
bereikt, zal nader worden beslist of verdere dotatie zal plaats vinden. |
|
29222 |
Dividenden verjaren na 5 jaar. Directie: S. A. Guest, direct., |
|
29223 |
C. B. de Bruyn en J. J. Witteveen, onderdirecteuren. Commissaris- |
|
29224 |
sen : C. Coanda, president, L. Villars en Sir H. W. A. Deterding, vice- |