|
32134 |
1082 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
32135 |
tot 20 Juli 1913 zekere posten aandeelen niet verkocht werden tot koersen |
|
32136 |
van 60 tot 160 pct. Winstverdeeling: eerst 5 pct. dividend; van |
|
32137 |
het restant 8 pct. aan het reservefonds, totdat dit f 100.000 bedraagt, |
|
32138 |
waarna deze 8 pct. aan aandeelhouders komt, 10 pct. aan de directeuren, |
|
32139 |
12 pct. aan commissarissen en 70 pct. aan aandeelhouders. Dividenden |
|
32140 |
verjaren na 5 jaar, in welk geval deze bedragen aan het reservefonds |
|
32141 |
ten goede komen. |
|
32142 |
Adres: Amsterdam, Westeinde 7. |
|
32143 |
1912 1913 1914 1915 1916 1917 1918 1919 1920 |
|
32144 |
Hoogste koers 46₺ 452 26 14ª 11 13 8 7% 62 |
|
32145 |
Laagste koers 342 15 10 3 5 5% 4 2 6 |
|
32146 |
1921 en 1922: geen noteering; 1923: 5-1}. |
|
32147 |
Exploratie- en royaltycontract met de Koninklijke. De Koninklijke neemt |
|
32148 |
op zich om boringen te doen tot een diepte van zoo mogelijk 1300 M. De royalty |
|
32149 |
loopt van / 1.75 per ton bij 100.000 ton tot / 2 .- per ton bij 200.000 ton en tot f 2 25 |
|
32150 |
per ton bij meer dan 200.000 ton productie per jaar. Bij onderteekening van het |
|
32151 |
contract betaalde de Koninklijke f 100.000 in contanten en zegde gedurende de |
|
32152 |
eerste drie jaren / 10.000 per jaar toe. De „Koninklijke" is bevoegd om, wanneer |
|
32153 |
voor 25 Juli 1915 geen bevredigende resultaten verkregen zijn, de werkzaamheden |
|
32154 |
te staken en de terreinen ter beschikking van de Peudawa te stellen Blijft zij |
|
32155 |
echter met het exploiteeren doorgaan, dan garandeert zij aan de Peudawa een |
|
32156 |
minimum royalty voor het 4e jaar van f 50.000, en voor het 5e jaar en de volgende |
|
32157 |
jaren van f 75.000 per jaar. |
|
32158 |
1915. Op de alg. verg. in Juli kwam een schrijven in van de „Koninklijke", met |
|
32159 |
de mededeling, dat de exploitabelt hoeveelheden olie, uit de concessie „Peudawa" |
|
32160 |
te winnen, uiterst gering worden geacht en zij daarom gebruik maakt van haar |
|
32161 |
recht (zie boven) om de werkzaamheden te staken. Na deze opzegging werden |
|
32162 |
met het Bestuur onderhandelingen gevoerd omtrent eene voortzetting der werk- |
|
32163 |
zaamheden op het terrein der concessie Peudawa, met het resultaat, uat met |
|
32164 |
opheffing van de verplichting tot betaling van minimum-royalty over dit contract- |
|
32165 |
jaar, met de „Koninklijke“ is overeengekomen dat de boringen op het concessie- |
|
32166 |
terrein voorloopig worden voortgezet met de bedoeling om alsnog de olielaag aan |
|
32167 |
te boren. Overigens blijven de bepalingen in het oude contract, voor het geval |
|
32168 |
dat er olie wordt aangeboord, van kracht. De „Koninklijke" heeft reeds geseind |
|
32169 |
om op het terrein door te boren. |
|
32170 |
1916. Op 10 Juni 1916 ontving de mpij. van de „Koninklijke“ een schrijven waarin |
|
32171 |
werd medegedeeld dat de diepboring van put 21, op 1352 M. diepte wegens technische |
|
32172 |
moeilijkheden moest worden gestaakt en het contract met ons dien- |
|
32173 |
tengevolge werd opgezegd. De directe oorzaak der staking was het |
|
32174 |
ombuigen der onderste pijpleiding door grondverschuiving. Het bestuur heeft ge- |
|
32175 |
meend voorloopig van een liquidatie te moeten afzien daar nog voldoende gelden |
|
32176 |
beschikbaar zijn om gedurende eenige jaren het aan de Nederl. Indische regeering, |
|
32177 |
wegens de verleende concessie verschuldigde vast recht te voldoen, teneinde aldus |
|
32178 |
de kans te behouden, dat na den oorlog de aandacht op de onderneming wordt |
|
32179 |
gevestigd voor onderzoek naar de aanwezigheid van petroleum. Geruchten, in Juli |
|
32180 |
1917 verspreid, als zoude de exploratie door een andere mpij. worden hervat, werden |
|
32181 |
niet bevestigd. |
|
32182 |
1922. Op ons verzoek om inlichtingen ontvingen wij d.d. 28 October 1922, het |
|
32183 |
volgende schrijven der Directie: |
|
32184 |
„Wij zijn in het bezit van Uwe briefkaart van 25 October en deelen U in ant- |
|
32185 |
woord daarop beleefd mede, dat liquidatie onzer vennootschap nog niet plaats |
|
32186 |
zal hebben. Aangezien er in het geheel geen verandering in den staat der vennoot- |
|
32187 |
«chap is gekomen, hebben wij ter wille van bezuiniging geen jaarverslag uitgegeven. |
|
32188 |
Zooals U wellicht bekend zal zijn is er een overeenkomst met de Bataafsche Pe- |
|
32189 |
troleum Maatschappij gesloten, waarbij deze het jaarlijksch vast recht voor de |
|
32190 |
concessie Peudawa betaalt en gedurende 6 jaar - waarvan ongeveer 3 reeds ver- |
|
32191 |
loopen zijn - het recht heeft om het oude, bij de oprichting gesloten royalty- |
|
32192 |
contract weder in kracht te doen herleven. Of de Bataafsche hiertoe zal overgaan |
|
32193 |
en dus weder nieuwe boringen zal verrichten, zal waarschijnlijk afhankelijk zijn |
|
32194 |
van de resultaten van andere in gang zijnde boringen der Bataafsche op de om- |
|
32195 |
liggende terreinen." |
|
32196 |
Jaarverslagen. Zoolang het werk op de concessie niet is hervat, verschijnen |
|
32197 |
geen jaarverslagen. De laatst verschenen balans, per 31 December 1917, is opge- |
|
32198 |
nomen in jaarg. 1918/19, deel I, blz. 906. (Red.) |