Scanned page
| Yearbook | Vol. | Seq | P.no | Type | Size | File |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1925 | vanoss_1925_domestic |
1536 | 1486 | content | 1414 × 2345 | 1925/43577 |
Blocks on this page 3
Profit and loss
"Gemeenschappelijk Eigendom". (Maatschappij tot exploitatie van woonen winkelhuizen).
Main
Profit distribution
"Gemeenschappelijk Eigendom". (Maatschappij tot exploitatie van woonen winkelhuizen).
Main
Company header
Detached block
Main
Page content 54
| 55882 | 1486 DIVERSEN. |
| 55883 | DEBET. WINST- EN VERLIESREKENING. CREDIT. |
| 55884 | 1923 1922 1923 1922 |
| 55885 | Gulden Gulden Gulden Gulden |
| 55886 | Rente v. hyp. o/g. 380.815.32 338.345.862 | Huren 979.218.16 886.176.80 |
| 55887 | Interest 40.512.83 28.762.61} | Rente v. hyp. u/g. 6.065.74 3.969.20 |
| 55888 | Alg. onk. en salar. 52.438.412 44.560.79% Winstaand. „,de Ned." 14.172.42 6.201.75 |
| 55889 | Exploitatie huizen 253.122.03 260.696.04 Div. „de Residentie" 40.384.36 54.933.40 |
| 55890 | Saldo winst 520.988.02 454.167.94 Winst verkoop huizen 179.203.27₺ 154.807.504 |
| 55891 | Veilingsprovisie 875 .- 341.10 |
| 55892 | Res. div. belangen 20.422.66 20.103.50 |
| 55893 | Lijfrente 7.535 .- |
| 55894 | 1.247.876.61} 1.126.533.25} 1.247.876.61} 1.126.533.254 |
| 55895 | Winstverdeeling 14 (13) pct. f 210.000 (f 195.000) ; idem 8 (72) pct. preferente aandeelen |
| 55896 | f 80.000 (f 77.500) ; reserve diverse belangen incl. belasting f 78.606.12 (f 48.151.77) ; |
| 55897 | reserve f 35.000 (f 30.625) ; extra reserve f 50.000 (f 47.500); tantièmes f 58.333.33 |
| 55898 | (f 51.041.66) ; afschrijvingen f 9.048.57 (f 4.349.53). |
| 55899 | Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen, te Utrecht. |
| 55900 | 4 pct. obligatieleening, groot f 600.000. Deze leening, aangegaan |
| 55901 | voor den bouw van het buitengesticht Willem Arntsz Hoeve aan den Dolder- |
| 55902 | schen weg te Zeist, is voor rente en aflossing gewaarborgd door de gemeente |
| 55903 | Utrecht, ten behoeve van welke gemeente een eerste hypotheek werd ge- |
| 55904 | vestigd (ten hoogste f 200.000) op alle goederen aan het gesticht toebehoo- |
| 55905 | rende en gelegen binnen genoemde gemeente. Op 11 December 1911 stond |
| 55906 | aan het gebouw der stichting en ten kantore van de heeren Jan Kol & Co., |
| 55907 | te Amsterdam, de inschrijving open op de le serie dezer leening, groot |
| 55908 | f 100.000, tot den koers van 100 pct. Vervolgens was op 11 Maart 1912 |
| 55909 | de inschrijving opengesteld op de obligatiën der 2e en 3e serie elk groot |
| 55910 | f 200.000; toewijzingskoers 100 pct. (emittenten als boven). De 4e serie ad |
| 55911 | f 100.000 werd in Januari 1913 door de Rijkspostspaarbank à 97 pct. over- |
| 55912 | genomen. Obligatiën groot f 1000 en f 500, met coupons per |
| 55913 | 1 Januari en 1 Juli. De eerste coupon verviel 1 Juli 1912. Aflo s- |
| 55914 | sing dezer drie seriën geschiedt à pari door jaarlijksche uitlo- |
| 55915 | ting in November, volgens onderstaand aflossingsplan. De regenten zoowel |
| 55916 | als de gemeente Utrecht hebben het recht de leening te allen tijde geheel |
| 55917 | of gedeeltelijk à pari af te lossen. In 1913 geraakte het gesticht in finan- |
| 55918 | cieele moeilijkheden tengevolge waarvan een tekort van f 50.000 ontstond |
| 55919 | en voor 1913 en 1914 nog verdere tekorten verwacht werden van resp. |
| 55920 | f 25.000 en f 11.000, totaal alzoo f 86.000, welk bedrag plus f 3350 disagio |
| 55921 | door de Provincie Zuid-Holland werd verstrekt, waardoor de geheele |
| 55922 | 4 pct. leening van Zuid-Holland tot f 595.600 steeg. Derhalve werd door |
| 55923 | B. en W. van Utrecht in samenwerking met het gesticht en de Gedepu- |
| 55924 | teerde Staten der provinciën Utrecht en Zuid-Holland een reorganisatie |
| 55925 | doorgevoerd, waarbij o.m. werd bepaald: |
| 55926 | „De verplichte aflossingen op de drie leeningen ten behoeve van het |
| 55927 | Buitengesticht, n.l. de obligatieleening van f 600.000, boven omschreven, |
| 55928 | het gezamenlijk bedrag der beide leeningen, totaal f 595.600, verstrekt |
| 55929 | door de provincie Zuid-Holland en de leening van f 236.250, verstrekt |
| 55930 | door de provincie Utrecht, werden, voor zoover zij vóór 1 Januari 1921 |
| 55931 | zouden vervallen, opgeschort, terwijl de gemeente Utrecht tot dien datum |
| 55932 | de verplichte jaarlijksche aflossing op de obligatieleening van f 600.000, |
| 55933 | op zich zou nemen. Tot aan 1919 werd aldus gehandeld en in dat jaar |
| 55934 | een andere regeling getroffen, waarbij door de provincies Utrecht en Zuid- |
| 55935 | Holland en de gemeente Utrecht goedkeuring verleend werd tot het vast- |