|
9031 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 685 |
|
9032 |
obligatiën uit. Reorganisatie. Het verlies over het boekjaar 1921/22 |
|
9033 |
bedroeg f 80.230.04. Volgens het verslag over dit boekjaar waren echter |
|
9034 |
om het bedrijf rendabel te houden, afschrijvingen en reserveeringen op |
|
9035 |
roerende en onroerende goederen en debiteuren noodzakelijk, tot een |
|
9036 |
bedrag van f 4.080.544.40, makende inclusief genoemd verlies ad f 80.220.04 |
|
9037 |
en na afboeking van de reserven ad f 348.457.20, een totaal bedrag van |
|
9038 |
f 3.812.317.24 als feitelijk verlies. Een reorganisatieplan werd 16 April |
|
9039 |
en 1 Mei 1923 aangenomen, waarbij het verlies werd geëlimineerd door- |
|
9040 |
dien 2355 gewone aandeelen en 143 preferente aandeelen onder pari wer- |
|
9041 |
den ingekocht en afgeboekt en op de daarna uitstaande 2670 stuks gewone |
|
9042 |
aandeelen 70 pct. werd afgeschreven. De houders der 6 pct. cum. |
|
9043 |
preferente winstdeelende aandeelen gaven onder het plan hun recht op |
|
9044 |
eventueele cumulaties prijs en zijn daardoor preferente winstdeelende |
|
9045 |
aandeelen geworden, die, nadat zij negen maal 7 pct. primair dividend |
|
9046 |
zullen hebben ontvangen, verder recht hebben op een preferent dividend |
|
9047 |
van 6 pct. (plus eventueel super-dividend)1). De 240 uitstaande o p- |
|
9048 |
richtersbewijzen bleven bij de reorganisatie onaangetast De |
|
9049 |
winstverdeeling is thans als volgt: Na afschrijving en reservee- |
|
9050 |
ringen en nadat het op de vroegere cum. pref. aandeelen geaccumuleerde |
|
9051 |
dividend ad 9 pct. geheel zal zijn betaald eerst 6 pct. op de preferente |
|
9052 |
aandeelen, daarna zoo mogelijk 6 pct. op de gewone aandeelen, |
|
9053 |
benevens f 22 of zooveel minder als beschikbaar mocht zijn op |
|
9054 |
elk gewoon aandeel A. Van het restant 10 pct. aan de reserve |
|
9055 |
totdat deze f 300.000 bedraagt, waarna deze 10 pct. worden aan- |
|
9056 |
gewend tot amortisatie van oprichtersbewijzen à f 2500 per stuk, bij |
|
9057 |
uitloting; nadat alle oprichtersbewijzen zijn afgelost komen deze 10 pct. |
|
9058 |
weder aan de reserve, totdat deze 20 pct. van het geplaatste kapitaal |
|
9059 |
beloopt. Van het resteerende 5 pct. aan oprichtersbewijzen, 5 pct, aan |
|
9060 |
commissarissen, 15 pct. aan de directie en de rest aan aandeelhouders, |
|
9061 |
met dien verstande, dat op een gewoon aandeel viermaal zooveel wordt |
|
9062 |
uitgekeerd als op een preferent aandeel, ongeacht de nominale bedragen |
|
9063 |
dier aandeelen. Bij liquidatie ontvangen 10. de pref. aandeelen |
|
9064 |
100 pct. benevens wat nog van de genoemde 9 pct. achterstal mocht zijn |
|
9065 |
verschuldigd; 20. de gewone aandeelen 100 pct .; 30. worden de nog uit- |
|
9066 |
staande oprichtersbewijzen afgelost; 40. van het restant 20 pct. aan het |
|
9067 |
bestuur en 80 pct. aan aandeelhouders in dier voege dat elk aandeel B |
|
9068 |
tweemaal zooveel ontvangt als elk aandeel A. Dividenden en uitgelote |
|
9069 |
oprichtersbewijzen verjaren na 5 jaar. Dividend cum. pref. |
|
9070 |
winstd. aand. 1919/20 en 1920/21: 6.2 en 3 pct. (no. 3); 1921/22: nihil; |
|
9071 |
dividend: pref. winstd. aand. 1922/23: nihil. Dividend (oude) |
|
9072 |
gew. aand. 1919/20: 7 pct. (no. 1); 1920/21 en 1921/22: nihil; gew. aand. A |
|
9073 |
1922/23: nihil; gew. aand. B 1922/23: nihil. Op 14 Juli 1919 stond o.a. bij de |
|
9074 |
kantoren der Rotterdamsche Bankvereeniging de inschrijving open op |
|
9075 |
f 2.700.000 6 pct. cum. pref. winstdeelende aandeelen (thans pref. |
|
9076 |
winstdeelende aandeelen), groot f 1000, tot den koers van |
|
9077 |
100 pct. incl. div. 1919/20. Zij verkregen 5 Mei 1920 officieele noteering |
|
9078 |
en zijn sedert 30 April 1924 slechts leverbaar indien voorzien van het |
|
9079 |
stempel wegens vervallenverklaring van het cumulatierecht. De gewone |
|
9080 |
1) De Minister van Justitie bleek tegen aanzuivering in negen termijnen van |
|
9081 |
het achterstallige dividend op de vroegere cum. pref. aandeelen te zijn. In de |
|
9082 |
naar aanleiding daarvan opnieuw gewijzigde en thans goedgekeurde statuten is |
|
9083 |
bepaald, dat vóór eenige andere winstuitdeeling eerst de achterstallige 9 pct. |
|
9084 |
moeten worden betaald. |