|
9436 |
692 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
9437 |
zijn f 25.000 5 pct. preferente- en f 2.175.000 gew. aandeelen. Het preferent |
|
9438 |
kapitaal werd gevormd om het Nederlandsch karakter der zaak ook in de |
|
9439 |
toekomst te waarborgen Er zijn 85 winstbewijzen uitgegeven, |
|
9440 |
waarvan thans nog 55 uitstaan. Aanvankelijk bestond het kapitaal uit |
|
9441 |
gewone aandeelen, waarvan bij de oprichting f 300.000 geplaatst. Nadat |
|
9442 |
in 1913 het kapitaal werd uitgebreid tot f 750.000, waarvan geplaatst |
|
9443 |
f 300.000, werden in 1917 nieuwe gewone- alsmede de preferente aandeelen |
|
9444 |
gecreëerd, waarna het f 2.025.000 bedroeg. In October 1920 werd het tot |
|
9445 |
het tegenwoordig bedrag verhoogd. Op 3 Juli 1917 stond ten kantore van |
|
9446 |
de Rotterdamsche Bankvereeniging te Rotterdam, Amsterdam en 's Graven- |
|
9447 |
hage de inschrijving open op f 700.000 gewone aandeelen tot den |
|
9448 |
koers van 118 pct., incl. dividend 1917 en met voorkeursrecht voor de |
|
9449 |
houders der hierna te noemen 6 pct. obligaties 1916. De opbrengst der |
|
9450 |
emissie diende tot aflossing dier obligatiën, alsmede tot versterking van |
|
9451 |
het bedrijfskapitaal, in verband met het voornemen om de venn. bij andere |
|
9452 |
fabrieken te interesseeren. Bij genoemde emittente stond daarna op |
|
9453 |
9 Juli 1919 de inschrijving open op f 510.000 gew. aandeelen à 125 pct. |
|
9454 |
(voorkeur 2 : 1, no. 13), incl. div. 1919. Hierna was weder bij dezelfde |
|
9455 |
emittente op 14 Mei 1920 de inschrijving opengesteld op f 383.000 gewone |
|
9456 |
aandeelen (f 82.000 was reeds vast genomen) uitsluitend voor aand.houders |
|
9457 |
à 125 pct. incl. div. 1920. Voorkeur 4 : 1 (no. 15). Men zie voor het betref- |
|
9458 |
fende prospectus aan het einde van deel II, jaarg. 1920. In 1920 en 1921 |
|
9459 |
werden verder f 175.000 gew. aand .onderhands geplaatst. 7 pct. 15- |
|
9460 |
jarige obligatiën, in stukken van f 1000 met coupons per 1 April en |
|
9461 |
1 October. Aflossing door 10 gelijke jaarlijksche terugbetalingen, waar- |
|
9462 |
van de eerste 1 April 1927. Versterkte of geheele aflossing na 1 April 1926 |
|
9463 |
voorbehouden. Indien vóór 1 April 1931, geschiedt dit à 102} pct. voor die |
|
9464 |
obligatiën, welke in afwijking van het gewone amortisatieplan worden afge- |
|
9465 |
lost. Op f 750.000 dezer obligatiën (deel eener leening van f 1.000.000), stond |
|
9466 |
op 9 Maart 1921 tot den koers van 100 pct. de inschrijving open bij de Rotter- |
|
9467 |
damsche Bankvereeniging en de Nationale Bankvereeniging. Deze obliga- |
|
9468 |
tiën verkregen 8 April 1921 officieele noteering. Men zie het prospectus aan |
|
9469 |
het einde van deel II, jrg. 1921. Winstverdeeling: eerst 5 pct. over |
|
9470 |
het gew. en pref. kap. terwijl de overwinst de volgende bestemming krijgt: |
|
9471 |
houders van gew. aand. 60 pct. - tenzij aan deze 60 pct. door de vergadering |
|
9472 |
van aandeelhouders geheel of ten deele een andere bestemming mocht wor- |
|
9473 |
den gegeven - directie 25 pct., commissarissen 5 pct. en houders van |
|
9474 |
winstbewijzen 10 pct., met dien verstande echter dat op elk winstbewijs |
|
9475 |
het 1/170 van deze 10 pct. wordt uitgekeerd (er zijn oorspronkelijk 85 dier |
|
9476 |
bewijzen uitstaande). Voorts is bepaald dat de uitkeering per bewijs nimmer |
|
9477 |
hooger mag zijn dan die per gewoon aandeel Het resteerende der 10 pct. |
|
9478 |
wordt gestort in een amortisatiefonds. Telkens wanneer dit fonds f 5.000 be- |
|
9479 |
loopt, worden er 5 winstbewijzen à f 1000 uitgeloot. Deze bedragen blijven |
|
9480 |
evenwel in kas en aan de houders der uitgelote winstbewijzen zullen daar- |
|
9481 |
entegen volgestorte gewone aandeelen worden uitgereikt. Zoodra alle |
|
9482 |
winstbewijzen op deze wijze zijn verwisseld, worden de betreffende 10 pct. |
|
9483 |
als volgt verdeeld: commissarissen 2} pct., directie 2} pct. en houders van |
|
9484 |
gewone aand. 5 pct. Dividend gewone aand. 1917-1920 (vroegere |
|
9485 |
dividenden niet nauwkeurig op te geven) 10, 12, 12 en 11 pct. (no. 16, 25 April |
|
9486 |
1921); 1921 en 1922 nihil. Dividend pref. aand: 1917-1920: 5 pct .; |
|
9487 |
sedert: nihil. Winstbewijzen 1917: f 49.02; 1918: f 68.62; 1919: |
|
9488 |
f 105 op ieder der 75 bewijzen; 1920: f 110 op 70 bewijzen; sedert: nihil. |
|
9489 |
6 pct. oblig .leening van 1916, groot f 200.000, in oblig van |