|
18257 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 845 |
|
18258 |
aandeelen. De overwinst wordt als volgt verdeeld: 10 pct. aan de reserve, |
|
18259 |
5 pct. aan iederen directeur; 10 pct. aan commissarissen, terwijl de rest |
|
18260 |
den aandeelhouders ten goede komt, in de verhouding van 1 pct. |
|
18261 |
per gewoon aand. : 1/5 pct. per preferent aandeel, tot een maximum divi- |
|
18262 |
dend op de pref. aand. van totaal 10 pct. (incl. dus de 6 pct. eerste divi- |
|
18263 |
dend). Dividenden verjaren na 5 jaar. Dividend 1917/18: ge- |
|
18264 |
wone aandeelen: 60 pct. (no. 2); sedert nihil; pref. aan- |
|
18265 |
deelen : 10 pct. (no. 2); sedert nihil. Op de winstd. obligaties werd over |
|
18266 |
1917/18 f 142.52 uitgekeerd (no. 2). Bij Marx & Co.'s Bank en Kerk- |
|
18267 |
hoven & Co. heeft op 27 Juni 1917 de inschrijving opengestaan op de |
|
18268 |
bovengenoemde f 1.000.000 6 pct. cumulatief pref. winstdee- |
|
18269 |
lende aandeelen tot den parikoers en incl. dividend 1917/18. Deze |
|
18270 |
aandeelen verkregen op 20 Nov. 1917 officiële noteering. Men zie het |
|
18271 |
prospectus aan het einde van deel I, jaargang 1917/18. Tot Sept. 1918 waren |
|
18272 |
uitstaande f 1.000.000 6 pct. winstdeelende obligatiën, welke door de oprich- |
|
18273 |
ters à pari waren genomen. Deze oblig. zijn evenwel in Sept. 1918 stuk |
|
18274 |
voor stuk à pari verwisseld tegen de toen in portefeuille zijnde f 1.000.000 |
|
18275 |
aandeelen, waardoor het geplaatste gewone aandeelenkapitaal van f 1.000.000 |
|
18276 |
op f 2.000.000 werd gebracht. Vervolgens heeft bij Marx & Co.'s Bank, |
|
18277 |
Kerkhoven & Co. en Van Mierlo & Zoon (2 October 1918) de inschrijving |
|
18278 |
opengestaan op f 2.500.000 6 pct. obligatiën, tot den koers van |
|
18279 |
98 pct. Stukken groot f 1000. Coupons per 1 April en 1 October. |
|
18280 |
Aflossing door jaarlijksche uitloting à pari van f 100.000, aan te |
|
18281 |
vangen 1 April 1920. (Sedert 1920 heeft geen periodieke aflossing meer |
|
18282 |
plaats gehad). Meerdere aflossing na 1923 geoorloofd. Deze obligatiën |
|
18283 |
verkregen 7 Nov. 1918 officiëele noteering. Voor het prospectus zie men aan |
|
18284 |
het einde van deel I, jrg. 1918/19. De coupons per 1 April 1922 e.v. werden |
|
18285 |
niet betaald. De verhandeling der obligaties geschiedt sedert 26 April |
|
18286 |
1922 incl. de coupon per 1 April 1922 en zonder bijberekening van rente. |
|
18287 |
Een der curatoren deelde ons d.d. 17 Oct. 1923 mede dat de eerste |
|
18288 |
uitdeeling aan concurrente schuldeischers w.o. de houders van |
|
18289 |
6 pct. obligatiën, vermoedelijk 7 pct. zal bedra- |
|
18290 |
gen. |
|
18291 |
Koersen der pref. aandeelen 1917: 102-992; 1918: 1073-97}; 1919: 948-39. |
|
18292 |
1920: 384-15; 1921: 173-2; 1922: 5] ]; 1923: geen koers. |
|
18293 |
Koersen 6 pct. obligatiën 1918: 952-93; 1919: 938-49; 1920: 561-40; 1921: 45}- 23. |
|
18294 |
1922: 25g-19; 1923: geen koers. |
|
18295 |
Reorganisatieplan-faillietverklaring. Op 17 Dec. 1921 werd door Marx & |
|
18296 |
Co.'s Bank, Kerkhoven & Co. en van Mierlo & Zoon (Breda) een circulaire gericht |
|
18297 |
aan houders der 6 pct. obligatlën met verzoek tot bijwoning van een vergade- |
|
18298 |
ring in verband met plannen tot reorganisatie door het bestuur der Vereenigde |
|
18299 |
Conservenfabrieken. Deze vergadering benoemde een commissie welke den toe- |
|
18300 |
stand zou onderzoeken. Deze commissie bracht 30 Maart 1922 rapport uit, waarin, |
|
18301 |
in het belang van obligatiehouders, de aanneming van een tevens in het rapport |
|
18302 |
opgenomen reorganisatieplan werd aanbevolen. Faillissementsaanvrage werd sterk |
|
18303 |
afgeraden. Ter dekking van het totaal verlies ad f 3.475.000 werden onder |
|
18304 |
dit plan de aandeelen geheel afgeschreven en de obligatiën met 75 pct. gereduceerd. |
|
18305 |
Voor de overgebleven 25 pct. zou hypotheek worden verleend. Bovendien zouden |
|
18306 |
zij ter compensatie van hun verlies 25 pct. der nominale waarde in nieuwe gewone |
|
18307 |
aandeelen ontvangen. Alzoo zou voor de heele leening ad f 2.300.000 nom. f 575.000 |
|
18308 |
gewone aandeelen beschikbaar komen. Bankiers en crediteuren (welke |
|
18309 |
op 31 Dec. 1921 in totaal f 4.429.436 te vorderen hadden) gaven onder het plan |
|
18310 |
f 2.500.000 hunner vorderingen prijs en namen voor f 675.000 hunner vordering ge |
|
18311 |
noegen m-t betaling van nom. f 675.000 6 pct. obligatiën. Als gedeeltelijke ver |
|
18312 |
goeding daarvoor zouden ze f 550.000 nieuwe gewone aandeelen ontvangen. De |
|
18313 |
prefer. aandeelhouders zouden } van hun nom. bezit dus f 125.000 in nieuwe gewon |
|
18314 |
aandeelen bekomen, terwijl gewone aandeelen op elke 40 oude aandeelen één winst |