|
29840 |
1050 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. |
|
29841 |
formeel belang, zie men jaargang 1912, blz. 844. Winstverdeeling: |
|
29842 |
deze kwam t. e. m. 1916 in hoofdzaak op het volgende neer: na storting |
|
29843 |
in het reservefonds en een uitkeering aan den raad van beheer wordt het |
|
29844 |
overschietende gelijkelijk over de aandeelen A en B verdeeld. In 1917 |
|
29845 |
werd de desbetreffende bepaling echter als volgt gewijzigd: „over 1917 |
|
29846 |
en volgende jaren zal van de winst, die na eventueele storting in het re- |
|
29847 |
servefonds, als boven bedoeld, en na aftrek van het aandeel, dat overeen- |
|
29848 |
komstig art. 9 aan de leden van den raad van beheer mocht zijn toegelegd, |
|
29849 |
overschiet, 95 pct. aan de houders van aandeelen A en vijf pct. aan de |
|
29850 |
houders van aandeelen B worden uitgekeerd". De „,Koninklijke" ont- |
|
29851 |
vangt dus sedert van de winst der Bataafsche 95 pct., tegen 60 pct. in |
|
29852 |
1907-1916. Ten aanzien van deze statutenwijziging werd door de directies |
|
29853 |
der Koninklijke en de Bataafsche het volgende medegedeeld: |
|
29854 |
„De laatste wijzigingen in de statuten van de laatstgenoemde Maatschappij, hou- |
|
29855 |
den verband met een daarmee correspondeerende wijziging in de statuten der Anglo |
|
29856 |
Saxon Petroleum Company Ltd. en met eene overeenkomst tusschen de eerstge- |
|
29857 |
noemde maatschappij en de Shell Transport & Trading Company Ltd. over de winst- |
|
29858 |
verdeeling gesloten, waarvan de beteekenis alleen van administratief-technischen |
|
29859 |
aard is, zonder dat daardoor verandering wordt gebracht in het aandeel dat elk |
|
29860 |
der laatstgenoemde maatschappijen zal genieten in de winsten van het gezamenlijk |
|
29861 |
bedrijf." |
|
29862 |
Dividend 1907-1918: resp. 16}, 17}, 16}, 17}, 10, 142, 22}, 25, 25, |
|
29863 |
243/,, 305/, en 42.86 pct., voor 1907-1910 over f 80.000.000, voor 1911 over |
|
29864 |
f 110.000.000, voor 1912-1917 over f 140.000.000 en voor 1918 over |
|
29865 |
f 210.000.000 = respect. f 13.200.000, f 14.000.000, f 13.200.000, f 14.000.000, |
|
29866 |
f 11.000.000, f 19.950.000, f 31.200.000, f 35.000.000, f 35.000.000 f 34.000.000, |
|
29867 |
f 43.000.000 en f 90.000.000, waarvan aan de „Koninklijke” tot en met |
|
29868 |
1916 60 pct. zijnde resp. f 7.920.000, f 8.400.000, f 7.920.000, f 8.400.000, |
|
29869 |
f 6.600.000, f 11.970.000, f 18.900.000, f 21.000.000, f 21.000.000, en f 20.400.000 |
|
29870 |
en aan de „Shell" 40 pct. zijnde resp. f 5.280.000, f 5.600.000, f 5.280.000, |
|
29871 |
f 5.600.000, f 4.400.000, f 7.980.000, f 12.600.000, f 14.000.000, f 14.000.000 |
|
29872 |
en f 13.600.000 kwam. In 1917 ontving de „Koninklijke“ f 40.850.000 |
|
29873 |
en de „Shell" f 2.150.000; in 1918 respectievelijk f 85.500.000 en |
|
29874 |
f 4.500.000. Dividenden zijn na 1918 niet meer bekend gemaakt. Met |
|
29875 |
het oog op de voortdurende uitbreiding der zaken ging de Maat- |
|
29876 |
schappij einde 1915 over tot uitgifte eener 5 pct. obligatielee- |
|
29877 |
ning, groot f 20.000.000, waarvan op 10 Nov. f 12.000.000 en op 24 Dec. |
|
29878 |
f 8.000.000 geplaatst werden tot den koers van resp. 98 en 983 pct. De |
|
29879 |
leening is voor kapitaal en interest gegarandeerd door de „Konink- |
|
29880 |
lijke". Obligatiën groot f 1000, met coupons per 1 Mei en |
|
29881 |
1 November; de eerste per 1 Mei 1916. Aflossing vanaf 1 November 1916 |
|
29882 |
f 1.000.000 per jaar door uitloting à pari. De mpij. maakte van haar recht |
|
29883 |
tot vervroegde aflossing der leening gebruik en loste op 1 Aug. 1925 alle |
|
29884 |
per dien datum nog uitstaande obligatiën à pari af. De stukken vervielen |
|
29885 |
3 Aug. 1925 uit de officieele noteering. Voor de prospecti zie men aan het |
|
29886 |
eind van deel II, jaarg. 1915/16. |
|
29887 |
Adres: Den Haag, Carel v. Bylandtlaan 30. |
|
29888 |
Koersen der obligatiën 1915: 100-98'/, .; 1916: 1034-99}; 1917: 1033-100; |
|
29889 |
1918: 1022-98}; 1919: 1024-97}; 1920: 10015/1,-92; 1921: 100-95; 1922: 101-97; 1923: 101@-99. |
|
29890 |
1924: 1014-942. |