|
1340 |
·INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 559 |
|
1341 |
gewone aandeelen geplaatst en volgestort. Er zijn 100 winstaan- |
|
1342 |
deelen. Winstverdeeling: na afschrijving en reserveering, |
|
1343 |
eerst eventueel dividend op pref. aandeelen, voorts 5 pct. aan gewone |
|
1344 |
aandeelhouders; van het overblijvende 20 pct. aan de directie en den |
|
1345 |
gedeleg. commissaris, 2 pct. aan iederen commissaris, niet gedeleg. met een |
|
1346 |
max. van 10 pct. voor comm. gezamenlijk, 1/10 pct. op elk winstbewijs en |
|
1347 |
het restant ter beschikking van aandeelhouders. Dividenden verjaren |
|
1348 |
na 5 jaar. Op 4 Mei 1916 stond bij Marx & Co.'s Bank te R'dam en 's Hage |
|
1349 |
en de Amsterdamsche Handelsbank te Amsterdam de inschrijving open op |
|
1350 |
f 285.500 aandeelen, groot f 1000 en f 500 à 150 pct. incl. div. 1916. |
|
1351 |
Aandeelhouders hadden voorkeursrecht (f 1000 oud aandeel : f 1500 nieuw |
|
1352 |
aandeel op bewijs no. 4). Dividenden: Het dividend over het eerste |
|
1353 |
boekjaar (half Juni 1914-31 Dec. 1915) bedroeg 45 pct., waarvan 5 pct. |
|
1354 |
interim-dividend is betaald (1 Mei 1915, no. 1) en 40 pct. slot, waarvan |
|
1355 |
15 pct. in contanten (1 April 1916, no. 2) en 25 pct. in aandeelen (no. 3). |
|
1356 |
1916 en 1917 10 en 10 pct. (no. 6, vanaf 10 Mei 1918). Dividend oprich- |
|
1357 |
tersbewijzen 1915-1917: f 116, f 18 en f 36 (no. 5). Sedert werd op |
|
1358 |
aandeelen en oprichtersbewijzen geen dividend uitgekeerd. Er was een |
|
1359 |
obligatieleening uitgegeven ad f 35.000, die door conversie in aandeelen |
|
1360 |
geleidelijk is afgelost. Op 30 Mei 1919 stond echter bij Marx & Co.'s Bank |
|
1361 |
Den Haag en de Amsterdamsche Handelsbank te Amsterdam de inschrij- |
|
1362 |
ving open op f 500.000 6 pct. le hypothecaire converteer- |
|
1363 |
bare obligatiën, groot f 1000 met coupons per 1 Mei en |
|
1364 |
1 November. tot den koers van 100 pct. Aflossing door uitloting à pari |
|
1365 |
in 25 jaar, te beginnen in 1924; loting in October, aflosbaarstelling 1 Nov. |
|
1366 |
d.a.v. Uitgelote obligatiën verjaren na 30, coupons na 5 jaar. Op |
|
1367 |
30 October 1919 verkregen de obligatiën te Amsterdam officieele noteering. |
|
1368 |
Men zie het prospectus aan het einde van deel I, jaarg. 1920. De Novem- |
|
1369 |
ber-coupon 1921 werd niet betaald. Dientengevolge worden sedert 15 Nov. |
|
1370 |
1921 de stukken verhandeld inclusief den coupon per 1 November 1921 |
|
1371 |
en zonder bijberekening van rente. Vanaf 17 October 1922 zijn de stukken |
|
1372 |
slechts leverbaar mits voorzien van het stempel der eerste uitkee- |
|
1373 |
ring in de kleine letter genoemd. Op een vergadering van obligatie- |
|
1374 |
houders d.d. 28 November 1921, werd de Trustee met algemeene stemmen |
|
1375 |
gemachtigd tot verkoop van de fabriek c.a. over te gaan. Zie verder de |
|
1376 |
kleine letter. |
|
1377 |
Faillissement. Op 29 December 1921 werd de mpij. failliet verklaard met be- |
|
1378 |
noeming tot curator van Mr. G. J. J. M. Coovels Pzn., te Helmond. Houders van |
|
1379 |
t. e. m. 1 Mei 1921 vervallen coupons der 6 pct. obligatiën konden hun vorderingen |
|
1380 |
onder vermelding van de nos. der obligatiën vóór 20 Februari 1922 voor de verifi- |
|
1381 |
catie opgeven bij de Trustee. Uit de opbrengst der ten behoeve der 1e Hypothecaire |
|
1382 |
obligatiën bij executie verkochte goederen, was vanaf 30 September 1922 voorloopig |
|
1383 |
f 150 of 15 pct. per obligatie tegen afstempeling der stukken betaalbaar bij het |
|
1384 |
Amsterdamech Trustee's Kantoor. Door dit kantoor werd bericht dat waarschijnlijk |
|
1385 |
nog eenige procenten meer zullen worden uitgekeerd. |
|
1386 |
Onze verzoeken aan den curator d.d. 5 October en.8 November 1923, om inlichtingen |
|
1387 |
betreffende eventueele verdere uitkeeringen waren vruchteloos. |
|
1388 |
Koersen der aand. 1916: 152-1434; 1917: 1499-120; 1918: 1294-70; 1919: 125-97}. |
|
1389 |
1920: 1048-73; 1921: 40]-1; 1922: 3-4; 1923: geen noteering. |
|
1390 |
Koersen der 6 pct. oblig .: 1919: 963-932; 1920: 943-87%; 1921: 71-112; 1922: 21-2. |
|
1391 |
1923 en 1924: geen noteering. |
|
1392 |
Voor de beide laatste balansen en winst- en verliesrekeningen (1919 en 1920) |
|
1393 |
zie men jaarg. 1922. |