|
2737 |
584 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
2738 |
geplaatst. Begin 1924 werden tot vergrooting van bedrijfskapitaal nog |
|
2739 |
f 2.712.000 gewone aandeelen bij meergenoemde Vereeniging tot niet op- |
|
2740 |
gegeven koers geplaatst, zoodat thans f 11.898.480 aan gewone aandeelen |
|
2741 |
uitgegeven is. Ten slotte werden in Juni 1925 nog f 2.000.000 preferente |
|
2742 |
aandeelen bij de Vereeniging tot Beheer enz., tot onbekenden koers onder- |
|
2743 |
gebracht, zoodat van de pref. aandeelen thans f 6.000.000 is uitgegeven. |
|
2744 |
Voor de publieke emissie van certificaten, uitgegeven door de |
|
2745 |
Vereeniging voornoemd, zie men hierna. Van de door de kapitaalsuitbrei- |
|
2746 |
ding van 1913 gecreëerde 1700 nieuwe aand. werden 182 aan aandeelhouders |
|
2747 |
aangeboden ; deze maakten van dit aanbod echter geen gebruik. Dividend- |
|
2748 |
bewijs no. 17, dat als claim dienst zou doen, werd waardeloos. Er werden |
|
2749 |
1518 stuks uitgereikt, tegen inbreng van een deel der 3063 aandeelen in de |
|
2750 |
Société Commerciale Soller (thans Nouvelle Soc. Comm. Africaine |
|
2751 |
genaamd). Deze aandeelen waren in het bezit der Hamburgsche |
|
2752 |
firma Traun Stürken en van den heer P. Buhan, terwijl de Mpij. |
|
2753 |
zelve 937 aandeelen benevens frs. 369.000 in obligatiën dezer Venn. |
|
2754 |
hield. Door een later uitgeschreven obligatieleening, (zie hieronder), kwam |
|
2755 |
de Mpij. in het bezit van nagenoeg het geheele kapitaal (3063 aandeelen |
|
2756 |
à frs. 1000) der Société Commerciale Soller, welke uitgebreide belangen |
|
2757 |
heeft in Portugeesch Guinea, in de Casamance en de Senegal. Op 6 Juni |
|
2758 |
1918 stond bij de genoemde kantoren de inschrijving open op f 2.035.680 |
|
2759 |
(8482 stuks) certificaten van gewone aandeelen à f 240, tot |
|
2760 |
den koers van 125 pct., met recht van voorkeur voor gew. aandeelhouders |
|
2761 |
(2 aand. : 1 cert., no. 24). Op 24 Juni 1920 stond bij meergenoemde emit- |
|
2762 |
tenten de inschrijving open op nog 8335 certificaten van gewone aandeelen |
|
2763 |
à f 240 (fr. 500) of totaal f 2.000.400 tot den koers van 150 pct. (incl. div. |
|
2764 |
1920). Voorkeur voor houders van gewone- en certificaten van gewone |
|
2765 |
aand. 3 : 1 (no. 27). Men zie het prospectus aan het einde van deel I, jaarg. |
|
2766 |
1921. Op 7 Juni 1916 stond de inschrijving open op f 2.000.000 6 pct. |
|
2767 |
cumulatief preferente winstdeelende aandeelen, |
|
2768 |
groot f 1000, tot den koers van 100 pct. incl. halve div. 1916. Emittenten |
|
2769 |
als voren. De aand. zijn preferent voor div. en kapitaal. Van de origineele |
|
2770 |
pref. aand. hebben alleen deze eerste 2000 nos. officieele noteering. Op |
|
2771 |
6 Juni 1918 stond bij bovengenoemde kantoren de inschrijving open op |
|
2772 |
f 1.000.000 certificaten van 6 pct. cum. pref. winstd. |
|
2773 |
aandeelen, groot f 1000, tot den koers van 101 pct., met recht van voor- |
|
2774 |
keur voor pref. aandeelhouders (2 aand. : 1 cert., no. 3). Op 24 Juni 1920 |
|
2775 |
stond, tegelijk met de certif. van gewone aandeelen bovengenoemd, de |
|
2776 |
inschrijving open op 1000 (f 1.000.000) certif. van cum. pref. winstd. aan- |
|
2777 |
deelen à 100 pct. (incl. div. 1920). Voorkeur zoowel voor houders van certif. |
|
2778 |
als van origineele cum. pref. winstd. aand. 3 : 1 (no. 6). De certif. wor- |
|
2779 |
den uitgegeven door de Vereen. tot Beheer van aandeelen |
|
2780 |
in de N. V. Fransch-Hollandsche Oliefabrieken (zie de |
|
2781 |
kleine letter en het prospectus aan het einde van deel I, jaarg. 1918/19. |
|
2782 |
De thans uitstaande 4000 certificaten zijn alle officieel genoteerd. Er |
|
2783 |
waren 150 oprichtersbewijzen uitgegeven, welke einde 1915 wer- |
|
2784 |
den ingekocht à f 1.538.25 per stuk. (Zie de circulaire aan het einde van |
|
2785 |
jrg. 1915/16, deel II). Winstverdeeling: eerst 6 pct. cum. aan pref. |
|
2786 |
aandeelhouders. Van de rest 5 pct. over het nominaal bedrag hunner |
|
2787 |
aandeelen aan gewone aandeelhouders, het daarna resteerende wordt |
|
2788 |
als volgt verdeeld: 8 pct. aan het algemeen reservefonds (dat aanv. |