|
8477 |
682 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8478 |
teuren 20 pct., bedrijfsreservefonds 25 pct. en aandeelhouders 50 pct. |
|
8479 |
te verdeelen tusschen gewone- en preferente aandeelhouders in verhouding |
|
8480 |
van 10 : 1. Zoodra en zoolang het reservefonds 20 pct. van het uitgegeven |
|
8481 |
kapitaal bedraagt, vervalt de dotatie aan aandeelhouders. Dividend |
|
8482 |
1917-1919: 9, 9 en 10 pct. (no. 5, 20 Mei 1920); 1920: nihil. Nadat f 250.000 |
|
8483 |
aandeelen geplaatst waren, stond op 21 December 1917 bij het |
|
8484 |
Effectenkantoor Bouvy & Co. te Nijmegen, van der Feltz, Tresling & |
|
8485 |
Co. te Arnhem en E. van Meer's Effectenkantoor te Amsterdam, de in- |
|
8486 |
schrijving open op f 250.000 aandeelen, groot f 500, tot den koers van |
|
8487 |
100 pct. excl. div. 1917. Op 11 Juli 1919 stond bij de kantoren der Bank- |
|
8488 |
Associatie een verdere inschrijving open op f 500.000 aandeelen tot den |
|
8489 |
koers van 115 pct. (incl. } div. 1919). Voorkeur 1 : 1, no. 4. De officiëele |
|
8490 |
noteering werd op 25 April 1918 verkregen: Op 13 October 1920 stond bij |
|
8491 |
dezelfde Bank de inschrijving open op f 600.000 8 pct. cum. pref. |
|
8492 |
winstd. aandeelen in stukken van f 500, tegen den koers |
|
8493 |
van 106 pct. (incl. ¿ div. 1920), waarvan reeds nom. f 200.000 aandeelen |
|
8494 |
onderhands waren geplaatst. Deze laatste mededeeling in het prospectus |
|
8495 |
werd later tegen gesproken. Van de f 600.000 pref. aandeelen werd slechts |
|
8496 |
f 328.500 geplaatst. (Red.) Het prospectus vindt men aan het einde van |
|
8497 |
deel I, jaarg. 1921. Directie: H .G. A. van Aarsen, C. E. van Gelder |
|
8498 |
en W. Ouweleen. Commissarissen: Joh. J. B. J. Bouvy en |
|
8499 |
C. G. Harrenstein. |
|
8500 |
Adres: Nijmegen, De Ruyterstraat 171. |
|
8501 |
Koersen 1918: 115-98; 1919: 1412-105}: 1920: 128-104; 1921: 95-46; 1922-1924: geen koers. |
|
8502 |
Goed. Kas Deeln. On- Af- |
|
8503 |
Kapi- Reserve- Onr. en en bij Debi- Credi- Bruto kos- schrij- Saldo |
|
8504 |
taal fonds goed. grondst. bank derden teur. teur. winst ten vingen winst |
|
8505 |
1917 250.000 3.218 174.300 151.426 2 643 - 128.781 333.096 331 048 59.107 19 5341) 25.740 |
|
8506 |
1918 500.000 10.718 261.400 460.784 8.231 132.563 103.426 163.437 145.748 50.542 28.646 60 000 |
|
8507 |
1919 1.200.000 99.020 266.000 596.433 1.318 285.000 466.082 48.302 326.368 130.765 74.104 119 000 |
|
8508 |
1920 1.497.0002 -- 293.663 556.236 178.260 285.000 254.494 1.328.597 868.259 317.820 38.5352V260.514 |
|
8509 |
1) Bovendien f 169.321 op grondstoffen. 2) Waarvan f 328.500 8 pct. cum pref. |
|
8510 |
aandeelen. 3) Exclusief f 828.059 afgeschreven op grondstoffen. |
|
8511 |
Jaarcijfers na 1920. Na het verslag over 1920 bereikten ong geen nieuwe |
|
8512 |
jaarcijfers. De balansen per 31 Dec. 1920 'en 1919 publiceerden wij in deel I, 1923. Red. |
|
8513 |
Verliezen-Liquidatie. Op de algemeene vergadering van 7 Juli 1922 werd |
|
8514 |
door den voorzitter medegedeeld, dat door de accountants Th. & L Lim- |
|
8515 |
perg in hunne uitgebrachte uitvoerige rapporten de financieele positie van |
|
8516 |
de mij. buitengewoon slecht genoemd wordt en zij het verlies per 15 November j.l. |
|
8517 |
becijferden op circa f 1.415.000, waarbij echter nog rekening moet worden gehouden, |
|
8518 |
dat in dit cijfer niet begrepen zijn verschillende verliezen, waarvan het bestaan |
|
8519 |
niet twijfelachtig is, doch welke voorloopig niet onder cijfers te brengen zijn. |
|
8520 |
De conclusie dezer accountants is dus, dat het verlies het totaal van het werkelijk |
|
8521 |
geplaatste aandeelenkapitaal en de reserves belangrijk overtreft, zoodat niet alleen |
|
8522 |
de aandeelen als waardeloos moeten worden beschouwd, doch ook de crediteuren |
|
8523 |
zich groote verliezen zullen moeten getroosten. Op deze vergadering kwam tevens |
|
8524 |
de terugkoop van f 31.500 gewone aandeelen en de valsche voorstelling betreffende |
|
8525 |
plaatsing van aandeelen in het prospectus van October 1920 ter sprake (zie groote |
|
8526 |
letter). Ter vergadering bleek verder dat het accountantskantoor Limperg een |
|
8527 |
andere balans per 31 December 1920 had opgesteld. Daarom werd over de balans |
|
8528 |
niet gediscussieerd en besloten het verslag af te wachten van een commissie van |
|
8529 |
aandeelhouders, welke na bestudeering van het accountantsrapport aandeelhouders |
|
8530 |
volledig zou inlichten, niet alleen wat de cijfers aangaat van de balans en verlies- |
|
8531 |
en winstrekening, maar tevens over het gevoerde beheer. In bovenbedoelde com- |
|
8532 |
missie werden benoemd de H.H. Mr. de Jong, Van der Poelt & Van der Grindt. |
|
8533 |
Deze commissie bracht 23 Januari 1923 een rapport uit waarin zij zich neer- |
|
8534 |
legde bij het accountantsonderzoek der firma Limperg, waaruit bleek dat het |
|
8535 |
verlies der mpij. nog belangrijk grooter was dan het vroeger meegedeelde bedrag |
|
8536 |
ad f 1.415.000 en dat zelfs de crediteuren nog ongeveer f 400.000 verlies zouden moeten |
|
8537 |
lijden en er bij liquidatie niets voor aandeelhouders over- |